Na acht jaar: trots!

31 maart. Vandaag acht jaar geleden dat de welbekende druppel in de emmer viel en het ‘hallo GGz’ was. Die dag in 2004 zorgde ervoor dat alles veranderde. Ik had al het een en ander voor m’n kiezen gehad, maar dit was teveel. Mijn emmer stroomde over en mijn allereerste heftige depressie werd een feit. Het sociale meisje dat graag op pad ging, veel met muziek bezig was en altijd vrienden om zich heen had bestond niet meer. Ik werd een teruggetrokken puber die opstandig tegen haar ouders was en qua gedrag volledig veranderde. En toch probeerde ik mijn masker op te houden: mensen niet laten blijken dat er iets was.  Dat is me nog een aardig tijdje gelukt. Van binnen ging ik echter kapot. In die tijd schreef ik gedichten om toch mijn gevoel ergens in kwijt te kunnen. Ik wil er eentje delen die ik op 28 maart 2005, een jaar later dus, op 17 jarige leeftijd schreef. Over een onderwerp waar nog steeds een taboe op ligt, en ik hem juist daarom hier neerzet. Automutilatie.

Ik zie je al liggen,
glinsterend in het licht.
Jou pakken,
voelt haast als een plicht.

Ik wil het niet,
maar mijn gevoel wint van mijn verstand.
Langzaam pak ik je beet,
en voor ik het weet heb ik je in mijn hand.

Stoppen kan ik niet meer,
‘krassen!’ hoor ik in mijn hoofd.
En daar ga ik weer,
mezelf verminken, compleet verdoofd…

Een heel simpel gedichtje, mijn talent ligt daar niet. Maar wel een gedichtje die aangeeft hoe het ging van binnen. De wanhoop. De onmacht. De eenzaamheid. Ik kan het gevoel zo weer terug halen.

In de afgelopen acht jaar is er ontzettend veel gebeurd. Veel diepe dalen, maar ook mooie dingen. Als ik terug kijk zie ik wel een sterke worsteling en ontwikkeling van borderline. Achteraf zoveel signalen die ik nu pas kan plaatsen. Elk jaar op 31 maart kijk ik even terug. En elk jaar doe ik dat met een positiever gevoel. Dit jaar voel ik voor het eerst iets wat ik nog niet eerder voelde. Na acht jaar kan ik zeggen dat ik trots ben. Trots op het feit dat ik de borderline en depressies niet laat winnen, maar terug vecht. Het is onwijs moeilijk (nog steeds), maar ik doé het wel.

31 maart 2012. Acht jaar later. Ik ben trots op mezelf.

Goed weekend!

 

Paniek!

Ik moet weg. Ik moet hier echt weg. Maar waar moet ik naartoe? Ik ben bang. Ontzettend bang. Wat moet ik doen? Laat het stoppen. Het moét stoppen. Ik trek dit niet. Waarom voel ik me zo?! Help me nou.. wat moet ik toch? Ik voel me niet goed..

Mijn hart gaat als een razende tekeer. Ik voel me duizelig, krijg spontaan hoofdpijn en tril als een rietje. Ik zweet en word misselijk. Het voelt alsof ik doordraai. Alsof ik gek word. Alsof ik gek bén.

Spanningen. Paniek. Iedereen zal deze gevoelens kennen. Spanning hebben is normaal. Vaak is er een externe factor; een duidelijke oorzaak van buitenaf die spanning veroorzaakt. Een solliciatiegesprek, een ruzie, financiele problemen.. ik raak daar gespannen van, en jij vast ook. Op zich niets mis mee; het houd je scherp. Je kunt ook ‘zomaar’ gespannen raken en dan is het minder prettig. Groot kans dat negatieve gedachten de boosdoener zijn. Het gevoel ‘zomaar’ in paniek te kunnen raken is omdat je je niet altijd bewust bent van je gedachten. Je komt dan in een vicieuze cirkel terecht: gespannen zijn kan er voor zorgen dat je nog meer gespannen raakt. Er ontstaat paniek, en omdat je niet weet waar dat vandaan komt is het moeilijk om hier weer uit te komen, en dat zorgt weer voor extra spanning. Ik zeg overigens bewust moeilijk; het is niet onmogelijk.

Belangrijk om te weten is dat ademhaling paniek kan veroorzaken. Zonder dat je er weet van hebt kun je verkeerd ademhalen en hiermee teveel koolzuur uitademen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je te snel ademt of snel achter elkaar diep zucht. Bij een paniekaanval ga je al gauw verkeerd ademen. Maar door verkeerd te ademen kun je ook een paniekaanval veroorzaken. Je kunt het gevoel hebben te hyperventileren. Letten op je ademhaling is dus ontzettend belangrijk. Mij helpt het bijvoorbeeld om hardop tegen mezelf te zeggen als ik in paniek raak dat ik goed en rustig moet ademen. Doordat je je eigen stem hoort stel je jezelf wat gerust en daalt de paniek.

Je bewust zijn van wat je denkt klinkt heel simpel, maar is het niet. Zeker bij  iemand met borderline of andere psychische aandoeningen kunnen gedachten als een razende door het hoofd gaan, zonder  echt bewust te zijn om welke gedachten het gaat. Het is een chaos in het hoofd die clienten maar lastig uit kunnen leggen.  Gevoelens en gedrag worden voor een groot deel bepaald door gedachten. Het is dus belangrijk om de kern; de gedachten, onder de loep te nemen en zo de gevoelens en het gedrag te kunnen sturen. Binnen de deeltijdtherapie leer je om bewust bij je gedachten stil te staan  met bijvoorbeeld de G-training, de VERS-training, dramatherapie of schematherapie. Het is dus te leren om je bewust te worden van alle gedachten die door je heen gaan. Ook een dagboek bijhouden en jezelf vragen stellen kan helpen bewust te worden van wat voor gedachten er door je heen gaan, en welke je (paniek)gedrag veroorzaakt.

Doorgaans zul je niet in paniek raken van positieve gedachten. Het zijn de negatieve gedachten die vaak ook nog dominant aanwezig zijn die uitgedaagd moeten worden. Ook dit leer je in de trainingen die ik net noemde. (ik zal ze nog wel eens nader uitleggen in een ander blog). Als je regelmatig last heb van hoge spanningen en/of paniek kan het wijs zijn een lijst met geruststellende gedachten te hebben die je gemakkelijk kunt vinden en lezen als je uit die vervelende vicieuze cirkel wilt komen. Jezelf positief bekrachtigen is lastig als je in paniek bent; een tastbare lijst kan dan helpen. Deze lijst moet je dan uiteraard maken als je niet gespannen bent. Hulp inschakelen van mensen in je directe omgeving kan verhelderend werken omdat je zelf geneigd bent in rondjes te denken en niet verder komt dan een paar punten: je loopt vast omdat de negatieve gedachten overheersen.

Paniekaanvallen zijn uitputtend, vervelend en vaak beangstigend. Het is heel fijn als er op zo’n moment iemand bij je is die je kan helpen. Echter is het belangrijk dat je dit ook zélf kunt. Er is niet altijd iemand bij je, en zeker als je een psychische stoornis hebt en je hier regelmatig last van hebt, moet je het zelf leren sturen. Je negatieve gedachten uitdagen is echt stap nummer één. Zet iets positiefs tegenover je negatieve gedachten. Stel jezelf gerust. Let op je ademhaling. En ook: voorkom waar mogelijk externe spanningen. Schrijf in een dagboek. Wees kritisch naar jezelf en stel vragen. Voor de omgeving: blijf rustig, geef niet teveel adviezen, geef praktische hulp (samen op de ademhaling letten of samen de geruststellende gedachten erbij pakken) en vooral: geef steun en laat de ander niet alleen. Als het echt extreem is zijn er benzodiazepinen (kalmerende en angstverminderende medicijnen) die kunnen helpen. Er zijn tig ‘pammetjes’ (lees: oxazepam, lorazepam, temazepam, etc etc) die de spanning en paniek kunnen laten dalen. Mij helpt het overigens niet zo, heb een lijst ‘pammetjes’ geprobeerd maar heb meer baat bij bijvoorbeeld Alprazolam. Samen met een psychiater kan er gekeken worden naar welk middel bij joú kan helpen.

Het is een hele klus om de gedachten waar ik dit blog mee begon uit te dagen. Om ze minder sterk te maken. Om te nuanceren. Om te mentaliseren. Het is keihard werken. Oefenen, oefenen, oefenen. Durf jij open te staan voor die bewustwording? Ik sinds kort wel. En het begint te helpen. Ik ben zo gek nog niet.

Contact gewenst?!

Het is deze week de ‘Week van de Psychiatrie’. Het thema van dit jaar is ‘Contact gewenst?!’ en gaat over contacten die écht waardevol zijn.  Denk aan contacten als je partner, vrienden, familieleden en  kennissen, maar ook aan lotgenotencontact. Veel mensen met psychische problemen hebben moeite om contact te maken met anderen. Wij hebben met z’n allen als samenleving allerlei vooroordelen over de psychiatrie en haar clienten waardoor contact leggen moeilijk wordt en clienten afhankelijk zijn geworden van het contact met een professionele hulpverlener. Als dit contact goed is, is de kans van slagen van de behandeling groot. Helaas is dit contact lang niet altijd goed, en wordt de client niet als gelijkwaardig gezien. Er is een zogenaamde professionele distantie. Niet fijn als je jezelf (eindelijk) naar een hulpverlener hebt durven slepen.  Ik loop nu zelf bijna acht jaar rond binnen de GGz en heb behoorlijk wat psychiaters, psychologen, therapeuten en verpleegkundigen gezien maar de goéde contacten zijn op één hand te tellen. Had ooit eens een crisis-behandelaar die binnen vijf minuten al z’n conclusies trok en tegen me zei ‘ah, borderline zeker?’ terwijl hij nog niets van me wist en ik de diagnose borderline nog helemaal niet officieel had. Kan je vertellen dat dat een verder contact niet ten goede doet. Gelukkig heb ik nu een behandelaar die samen met mij kijkt naar de mogelijkheden in plaats van alleen naar de beperking. Er is respect, begrip en vooral: vertrouwen. We hebben serieuze gesprekken, maar lachen ook tussendoor. Het contact is écht. En dat is fijn.

Als je -zoals ik- dagelijks rondhobbelt in een psychiatrische instelling, dan bouw je ook contacten op met lotgenoten. Dit kan heel nuttig zijn, maar niet heel verstandig deze te zoeken binnen dezelfde instelling. Met een paar mensen heb ik goed contact, ook  met borderline lotgenoten; de een heftiger dan de ander. Het komt dan helaas wel eens voor dat zo’n iemand een zelfmoordpoging doet, zichzelf ontzettend snijdt of zo met zichzelf worstelt dat het pijn doet om aan te zien. Het wordt dan ook sterk aangeraden om de contacten binnen de instelling te beperken. Eerst vond ik het maar onzin, dat bepaal ik toch zeker zelf wel?! Maar als je een paar keer in aanmerking bent gekomen met zelfmoord(pogingen), ziekenhuisopnames en herdenkingsdiensten neem je vanzelf wel meer afstand. Liever focus ik me op mijn waardevolle contacten in de wereld búiten de psychiatrie.

Er wordt vaak gezegt dat je in slechte tijden je echte vrienden leert kennen. Heel cliché, maar wel waar. Ik ben goede vrienden verloren, omdat ze niet meer met me om konden of wilden gaan. De ene keer vrolijk zijn en de andere keer depressief wordt niet altijd geaccepteerd. Ik heb zelf ook afstand gedaan van mensen. Mensen die er waren als je goed in je vel zat, maar je keihard lieten vallen als het slecht ging. Daar heb je niks aan. Ik mag echter ontzettend in mijn handen knijpen, want ik heb nu een groep mensen om me heen waar ik heel dankbaar voor ben. Ik kan mezelf zijn, met alle -soms voor de omgeving hele irritante- borderline trekjes erbij. Toch is contact hebben met deze groep soms doodeng. Verlatingsangst komt om de hoek kijken. Ondanks dat ze zeggen dat je altijd bij ze terecht kan, dat je altijd mag bellen etc; ik durf dat vaak niet. Wat voor miep ben je als je zelfs je beste vriend of vriendin niet durft te bellen? Ik voel me al gauw te veel, een zeikerd of tja, wat nog meer.. een heel scala aan negatieve gedachten gaan dan door je heen. De kunst is om dan tóch contact te maken met mensen. Ergens wil je dat ook, want als je niets laat horen gaan ze misschien ook weg. Weer die verlatingsangst. Het is een lastig iets, waar ik zelf nog hard mee aan het stoeien ben. Luchtige opervlakkige contacten met kennissen of vreemden vind ik nog moeilijker. Praten over koetjes en kalfjes is lastig en wat vertel je wel en wat niet als je bijvoorbeeld in een kroeg staat? Of op je werk? Of op een verjaardag? Contact maken of hebben; het klinkt zo simpel, maar ik zie het elke dag weer als een uitdaging.

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.

Zie jij wel eens dingen die er niet zijn? Hoor jij wel eens iemand praten terwijl er niemand is? Heb je wel eens het gevoel gehad dat er iets in of op je kruipt terwijl dat helemaal niet zo is? Vast wel een keer. Misschien na iets teveel alcohol. Door het gebruik van drugs. Of misschien omdat je bepaalde medicatie slikt. Gezonder zou zijn als je dit niet kent. Iemand met borderline kan psychotische en dissociatieve verschijnselen vertonen, zonder dat hier alcohol of drugs voor nodig is. Vaak duurt dit maar enkele uren tot dagen: een kortdurende psychose. Er kan dan sprake zijn van wanen, verwardheid en hallucinaties. Hallucinaties kun je weer onderverdelen in bijvoorbeeld stemmen of geluiden horen, dingen zien, ruiken, proeven of voelen. Ik kan je uit ervaring vertellen; het is een vreemd iets. Eén keer heb ik in een stevige psychose gezeten. Dan is het doodeng. Je ziet van alles, je hoort van alles, je voelt je bekeken in je eigen huis, overal voel en zie je ogen, schimmen, etc. Een heel circus in je huis, kwallen over het plafond, spinnen uit de muur, een groot web dat steeds dichter naar je toe komt en je ‘vangt’.. het is heel bizar. En doodeng, want op zo’n moment zit je er volledig in. Je ziet, voelt en hoort die dingen. Voor jou zijn ze echt. Ze bestáán.

Een hallucinatie komt door foutieve informatieverwerking tussen de zintuigen en de hersenen. Als ik naar mezelf kijk, is een belangrijke factor stress. Als ik erg veel stress heb, heel druk in mijn hoofd ben of mezelf voorbij ren en geen rust neem, kan ik psychotische verschijnselen krijgen. Gelukkig zijn ze na die ene heftige psychose niet zo erg meer geweest. Sterker nog; vaak kan ik er nu wel om lachen. Ik hallucineer regelmatig. Ik zie en voel dingen die er helemaal niet zijn. Op zo’n moment kan ik ook tegen mezelf zeggen dat er niets is, dat ik hallucineer. Maar toch blijf ik heel alert. Want érgens geloof je toch dat wat je ziet of voelt er wél is. Omdat het voor mij  nu bekend terrein is en ik vaak dezelfde dingen zie, lach ik mezelf gewoon uit als ik er toch weer ‘ingetrapt ben’. Ik zie het als iets onschuldigs, iets wat gewoon nu bij me hoort. Of ik bang ben om weer in zo’n heftige psychose te vallen die wél eng is? Soms. Maar vooralsnog is het te handelen en bezit ik over een behoorlijke dosis zefspot waardoor ik het luchtig kan houden. En wordt het wel heftig en eng dan is er extra begeleiding binnen de therapie, ondersteunende medicatie of eventueel een (korte) opname.

Naast hallucinaties kun je dus ook last hebben van dissociatieve verschijnselen. Je staat dan als het ware naast de realiteit. Je kunt dan het gevoel hebben dat je er niet helemaal bent. Een leeg gevoel. Je kunt een black out hebben en geen weet hebben van wat je hebt gedaan of hoe je ergens bent gekomen. Net als met hallucineren vind ik dit maar een vreemd iets. Soms snap ik niks van hersenen; wat kunnen die er een zooitje van maken zeg. Neem nou bijvoorbeeld last hebben van wanen: dat je bijvoorbeeld continu het gevoel hebt dat je word achtervolgt. Of dat je denkt dat anderen naar je kijken en je in de gaten houden. Dat je zeker weet dat je bovennatuurlijke krachten hebt. Dat je denkt dat berichten op tv, de radio of internet speciaal voor jou zijn. Dat ze een reden hebben. Dat ze je kunnen helpen bij de missie die je hebt. Dit is toch raar? Ik blijf me in ieder geval verbazen over wat er allemaal in een koppie kan gebeuren.

En toch, mensen die ‘dit hebben’ zijn echt niet gek. Het heeft niets met intelligentie te maken. Sterker nog; ieder van ons heeft kans om ooit in zijn of haar leven een psychose door te maken. Uiteraard loopt de een wel meer risico dan de ander, dit heeft weer te maken met biologische factoren die vooral erfelijk bepaald zijn. Stressfactoren, (traumatische) gebeurtenissen.. het speelt allemaal mee. Daarnaast wil ik ook even benadrukken dat mensen die dit soort verschijnselen hebben, geen ‘gevaarlijke gekken’ zijn. Meestal trekt iemand die hier last van heeft zich terug, en zal anderen er niet mee lastig vallen. Belangrijk vind ik wel: houd het taboe niet in stand. Durf er over te praten: dat zorgt er serieus voor dat klachten verminderen. Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoeken iets vreemds. Wie doet er mee met het spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’? Fijne zondag!

Muzikale therapeutische ontwikkeling.

Een muziekliefhebber ben ik altijd al geweest. Dat ik muziek ook bewúst in kan zetten als ik me niet goed voel  -of juist wel- leer ik vooral in muziektherapie. Muziek kan je door episodes heen helpen. Sommige nummers zijn belangrijk voor me geworden. Erg belangrijk kun je wel zeggen. Een soort van lijflied is het dan geworden. Muziek geeft me troost, herkenning, verlichting, afleiding en rust. Eén keer in de week heb ik met een groepje van zeven muziektherapie. Persoonlijk mijn fijnste uurtje van de week binnen de psychiatrische instelling. Je leert hier om muziek op een positieve manier in te zetten binnen je behandeling. Het maakt deel uit van je ontwikkeling, verandering en stabilisatie van je problematiek. Door leerdoelen op te stellen met je muziektherapeut kun je gericht aan de slag met de dingen die je tijdens je therapie wil bereiken. Als ik kijk naar mijn ontwikkeling binnen de muziektherapie zie ik al een groot verschil met een klein jaar geleden. Waar ik in het begin vooral woest zat te rammen op het drumstel, waar de djembé er wekelijks van langs kreeg en waar ik vooral niét wilde voelen, zoek ik nu bewust muziek uit die iets met me doet. Waar ik van leer, waar ik kracht uit haal, positiviteit, of waar ik even lekker bij uit kan huilen en alle spanningen er even uit kan gooien. Ik zit weer rustig op een stoel in plaats van als een chaoot achter een instrument.

Toch vind ik het lastig. Bij muziektherapie is het niet de bedoeling dat je rekening houdt met elkaar. Als je daaraan begint kun je de sessie net zo goed niet houden, want iedereen heeft weer andere muziek dat raakt, pijn doet of juist een goed gevoel geeft. Je moet een bepaalde grens over om dit te kunnen: om geen rekening met elkaar te houden maar enkel met jezelf.

Er is één nummer dat ik tot nu toe nog niet heb kunnen laten horen aan mijn groepsgenoten. Een nummer dat sinds ruim een jaar erg belangrijk voor me is. Een triest nummer, maar met inhoud. Met gevoel, emotie en angst. Misschien ken je hem wel: Johnny Cash – Hurt. Luister maar..

 

Voor mij zegt dit nummer zo veel.. het doet me denken aan een hele slechte periode. Een diep, diep dal. Een pikzwart gat waar ik in viel zonder lichtpuntje. Een depressie. Een psychose.. Van alles haal ik er uit; automutilatie, wanhoop, (verlatings)angst, waardeloosheid, chaos, maar ook: positiviteit. Die positiviteit zie ik pas sinds kort, die kon ik er eerst niet uit halen. Dit nummer staat voor mij ook voor een nare, traumatische gebeurtenis, die ik nu een positieve draai probeer te geven. Ik verbaas me er nog wel eens over wat één nummer kan doen: veel. Heel veel. Ik vind het mooi. Nu nog de stap durven zetten om hem in de groep te laten horen. Maar zoals Johnny Cash het nummer mooi afsluit: “I would find a way”. En zo is het.

Onzichtbare chaos..

In mijn vorige blog had ik het er nog over; het feit dat je je alleen kunt voelen ook al ben je op een feestje waar je vrienden ook zijn. Dat het een chaos in je hoofd kan zijn, alleen dat niemand dat aan je ziet. Afgelopen weekend had ik het weer sterk. Ik had een ‘druk’ weekend, met op vrijdagavond (lees: nacht) stappen en op zaterdagavond een stevig rockconcert. Geen tijd om je druk te maken zou je denken. Ik ben nog jong: er zijn tig jongeren die zo’n weekend makkelijk aankunnen, maar ik niet echt. Dat wéét ik ergens ook wel, want het is een steen waar ik me keer op keer weer tegen stoot. Maar hoe hard ik ook stoot; ik doe het de volgende keer weer net zo hard. Ontzettend eigenwijs, maar vooral: ik kan lastig accepteren dat bepaalde dingen moeilijk voor me zijn.

Ik ben een zogenaamde ‘introverte borderliner’: ik ben behoorlijk rustig, stil en zit vaak in mijn eigen wereld. Ik heb veel baat bij rust en structuur. Stabiliteit. Soms moet ik daarentegen wel af en toe even uit de band springen, bijvoorbeeld dus op een feestje of tijdens een concert. Hartstikke gezond zou je denken. Ja, ergens wel. Het verminderd spanningen, het geeft afleiding en als het meevalt met de chaos in je hoofd kun je zelfs genieten. Maar als die chaos in je hoofd er al is, gaat die niet zomaar weg. Al sta je bij de band waar je een ontzettend grote fan van bent, als de chaos er is dan is die er, en dan kun je het genieten wel vergeten. Zo stond ik me vrijdagnacht druk te maken over van alles en nog wat. Dingen waarvan ik verstandelijk weet dat ze niet realistisch zijn. Maar het zit in je hoofd en het gaat maar moeilijk weg. Je kunt dan wel tegen jezelf zeggen ‘maak je niet zo druk, ga lekker dansen’ en gewoon glimlachend in de zaal gaan staan, maar ondertussen malen de dominante negatieve gedachten maar door je hoofd. Doodvermoeiend. Op zo’n moment voel je je heel eenzaam. Maar niemand die het ziet. Ergens ook wel weer fijn; op een feestje zit je niet te wachten op vragen als ‘hoe voel je je?’ en ‘gaat het wel?’. Nee hoor: lachen, dansen en doorgaan. Dat houdt me ook weer op de been. Zitten kniezen in een hoekje of maar thuis blijven in een rustige omgeving om maar niet uit balans te raken: no way. Ik daag mezelf graag uit. Soms pakt dat slecht uit, maar soms maak ik daardoor juist ook weer te gekke dingen mee, die ik anders maar mooi had gemist. Zoals het te gekke concert van gisteren dat last minute op mijn pad kwam. En dáár ga ik voor, hoe vaak ik me daarnaast ook nog moet stoten aan die verdomde steen.

Het gevoel van leegte..

Hoe kan het toch dat je je eenzaam kunt voelen als je door de drukke stationshal van Utrecht Centraal loopt? Dat je je alleen voelt ook al ben je op een feestje waar je vrienden ook zijn? Dat je je ‘leeg’ voelt, in de war, vreemd en onbegrepen.. wat is dat toch? Heb jij dat wel eens? Het gevoel dat je nergens bij hoort, geen aansluiting hebt, ook al hoor je wel degelijk bij groepen mensen? Ik had dit van kinds af aan al. Als je klein bent heb je geen idee wat dat nou is. Je voelt je anders dan anderen, maar kan het niet onder woorden brengen. Ik was een sociaal kind, en dat ben ik nu nog steeds, maar dat vreemde lege, eenzame gevoel blijft. Iets waar  veel mensen met borderline zich in zullen herkennen: het is een van de hardnekkigste symptomen.

Iemand met borderline heeft een kwetsbaar zelfbeeld. Onstabiel. Het kan per uur wisselen hoe er wordt gedacht over zichzelf. Er hoeft maar iéts te gebeuren en het hele zelfbeeld kan omslaan naar enkel negatieve gedachten. Dit geeft veel angst en een wanhopig gevoel. Natuurlijk zijn er trucjes om hier mee om te kunnen leren gaan. Een goede training om mee te beginnen is de G-training. Hierbij ga je aan de slag met je zogenaamde negatieve dominante gedachten. Dit zijn gedachten die steeds weer terugkeren, vaak bij vrijwel alles wat je doet. Stel: je hebt als negatieve dominante gedachte ‘ik ben waardeloos’. Knap vermoeiend als dat dag in, dag uit door je hoofd heen gaat. Probeer dan maar eens zelfvertrouwen op te bouwen en een stabiel  positief zelfbeeld te krijgen. En als het dan al een beetje lukt, door positieve ervaringen op bijvoorbeeld je werk of tijdens je studie: probeer het dan maar eens vast te houden. Oefenen, oefenen, oefenen. Uitdagen is hierbij het sleutelwoord: je negatieve gedachten uitdagen. Bewijzen zoeken van het tegenovergestelde. Zet er positieve gedachten tegenover.. nogmaals: oefenen, oefenen, oefenen. Het is zeker niet onmogelijk om een positief zelfbeeld te krijgen, ook niet als je borderline hebt!

Als je een positief, stabiel zelfbeeld hebt, is het ook makkelijker om met het gevoel van leegte om te gaan. Het ‘overvalt’ je dan niet zo. Gevoel van leegte is een van de meestvoorkomende symptomen van borderline. Het kan maken dat niets meer betekenis heeft. Wat hierbij kan helpen is een doos of een dagboek / fotoboek oid maken met goede herinneringen. Belangrijk is dat ze tasbaar, zichbaar zijn. Met enkel dingen in je hoofd red je het niet. Omdat het gevoel van leegte zo lastig uit te leggen is, en eigenlijk een eigen wereldje is zonder woorden, kan het goed zijn om er toch over te proberen te praten. Natuurlijk niet met de slager of de postbode, maar met je dierbaren. Mij helpt het bijvoorbeeld om een dagboek bij te houden en dit af en toe eens voor te lezen. Door te schrijven kan ik mijn gevoelens beter uiten en zo duidelijker maken wat er nou in me om gaat; áchter die vrolijke lach. Wat ook kan helpen is tekenen, schilderen, kleien of andere beeldende therapievormen. Voor iedereen is er wel een manier. Net als bij het uitdagen van de negatieve gedachten geldt: oefenen, oefenen, oefenen.

Er zijn allemaal natuurlijk ook allemaal manieren om het gevoel van leegte te vermijden. De een trekt zich terug om de confrontatie uit de weg te gaan, de ander gaat juist van alles ondernemen om het gevoel van leegte te onderdrukken of kwijt te raken. Vermijden is geen slimme manier om hiermee om te gaan, omdat een ander borderline symptoom, impulsiviteit, gemakkelijk de hoek om kan komen kijken. Alcohol- of drugsgebruik kan een gevaar zijn. Agressie kan opspelen, en noem het maar op. Voor de persoon met borderline niet fijn, maar voor de omgeving ook zeker niet. Door je best te doen om ergens positiviteit uit te halen kan het gevoel van leegte echt verminderen, daar ben ik van overtuigd.

Intermenselijke relaties.

Een van de belangrijkste kenmerken van borderline zijn de instabiele en intense intermenselijke relaties. Een hele mond vol. Iemand met borderline heeft de neiging in een relatie van het ene uiterste in het andere uiterste te schieten. Het ene moment afhankelijk zijn, het andere moment weer afstand nemen. Dit kun je in een brede context zien: vriendschappelijke, seksuele en/of familiaire relaties. Met name de relatie met een partner gaat vaak moeizaam; het aantrekken en weer afstoten van iemand kan regelmatig voorkomen, maar hieronder schuilt een grote angst voor verlating. Vanuit deze angst kan er worden gemanipuleerd, wordt er geclaimt en is het heel moeilijk een échte vertrouwensband te krijgen. Eigenlijk dus negatief gedrag, terwijl het vaak met de beste bedoelingen gedaan wordt. Alles op alles wordt er gezet om verlating te voorkomen. Voor de partner kan dit lastig te begrijpen zijn; als je iemand bij je wilt houden, ga je toch niet de bitch of de rotzak uithangen?

Iemand met borderline kan opgeslokt worden door de angst. Ook al is deze niet reëel: gedachten gaan als een razende tekeer en maken dat alles onzeker wordt. Vaak heeft de ander geen idee wat er allemaal wel niet in het hoofd van degene met borderline omgaat. Een relatie (of dit nu vriendschappelijk is, familiair of wat dan ook) kan dan ook sterker worden door goed te communiceren. Dit is natuurlijk sowieso belangrijk: in elke relatie, ook tussen mensen zonder psychische klachten. Maar ik ben van mening dat het in deze situatie éxtra belangrijk is. Hierbij is het ook van groot belang dat er grenzen worden gesteld. Wat kan wel, en wat kan niet binnen een relatie? Maak, als er sprake van is, het manipuleren en het claimen bespreekbaar. Grenzen stellen en je er aan houden geeft vertrouwen, waardoor de angst kan verminderen.

Een ander probleem is dat er vaak hoge verwachtingen zijn naar de ander toe. Dit heeft deels te maken met het feit dat iemand met borderline de ander idealiseert. Zeker in het begin worden er alleen maar goede kanten gezien, en wordt er gedacht dat de ander dé persoon is die degene met borderline volledig begrijpt en misschien zelfs wel kan ‘verlossen’ van de kwetsbaarheid. Je kan er haast gif op innemen dat deze hoge verwachtingen niet realistisch zijn en dat degene met borderline teleurgesteld wordt. De ander heeft gefaald en is dus helemaal niet ideaal. Dit kan zorgen voor een hoop frustratie, woede en verdriet. Met alle gevolgen van dien.

Natuurlijk is het écht wel mogelijk om een fijne relatie te hebben met iemand met borderline, laat ik dat even duidelijk voorop stellen. Niet iedereen heeft last van bovenstaande problemen, of maar in een bepaalde mate. Geen mens is het zelfde, en zeker niet met borderline. Scheer dus niet iedereen over één kam bij het lezen hiervan maar kijk naar het individu. Zijn er toch problemen, dan kan iemand met borderline hier zélf het meeste in doen. Hieronder een tip die ik uit de VERS-training (waarover in een ander blog meer) heb gehaald:

  • Observeren: kijk van een afstandje naar jezelf en identificeer de emoties die maken dat jij op een bepaalde manier op iemand reageert. Het herkennen van deze emoties zal van invloed zijn op hoe je met anderen omgaat.
  • Beschrijven: beschrijf wat je van de ander verwacht. Het is belangrijk om voor jezelf helder te hebben wat je verwachtingen zijn: als deze te hoog zijn word je steeds weer teleurgesteld. Je kunt jezelf eens afvragen of je teleurgesteld bent over je relaties. Zo ja, ga dan de onderliggende verwachtingen na.
  • Participeren: geef de ander de vrijheid om te kiézen of ze een relatie met je aan willen gaan of niet. Als je de ander de vrijheid geeft, zal dit de relatie verstevigen: ze zijn er voor je omdat ze dat wíllen, niet omdat jij ze claimt.
  • Uitdagen: denk er eens op een andere manier over na. Jij bent verantwoordelijk voor het hanteren van je problemen. Anderen kunnen jou niet redden van emoties en de gevolgen daarvan.

Bovenstaande punten helpen mij ontzettend. Het klinkt allemaal zo gemakkelijk en haast lógisch dat je dit lijstje -al dan niet in je hoofd- voor jezelf naloopt, maar dat is het voor iemand met borderline niet. Het is iets wat je jezelf aan moet leren. Borderline zorgt voor veel chaos en onrust in het hoofd, wat het lastig maakt om overzicht te krijgen. Als je daar ook nog eens stemmingswisselingen aan toevoegt kun je je wellicht voorstellen dat het lastig is om op een gezonde manier naar een relatie te kijken als je overspoeld wordt door emoties en/of angsten. Laat staan er mee om te gaan. Zo’n lijstje kan wat houvast geven. Hier regelmatig even bij stil staan en jezelf als het ware even ‘checken’ kan veel rust geven. Voor jezelf, maar zeker ook voor je relatie. Een partner, vriend, vriendin of familielid kan hierin ondersteunen door ook eens samen dit lijstje er bij te pakken en te bespreken. Een mooi resultaat zou zijn als bepaalde (denk)patronen doorbroken worden.

Nouja..! Een blog. Eindelijk.

Het mocht eens tijd worden; San die een poging gaat doen te bloggen.
Welliswaar moet er nog véél gebeuren voordat het er een beetje fatsoenlijk uitziet hier, maar hé, het begin is er.

Al een poosje loop ik met het idee rond om te gaan bloggen over mijn leven die zich momenteel vooral binnen de GGz afspeelt. Ik Twitter en Facebook er aardig op los, maar dit heeft toch ook z’n beperkingen. Hier kan ik dingen toelichten, er uitgebreider op ingaan, verhalen vertellen en misschien vooral wel: taboe’s wegnemen. Want nog steeds heerst er veel onbegrip en onwetendheid over de GGz en de psyche van de mens. Mensen hebben vooroordelen. Eigen ideeen. Jij ongetwijfeld ook; positief of negatief. Misschien wel neutraal. Op deze manier wil ik je een kijkje gunnen in een leven waar psychiaters, psychologen, therapeuten, artsen en diverse behandelingen centraal staan. Dit klinkt heel dramatisch; dat is het niet. Ik wil dit blog vooral positief houden. Geen gezanik en gezeur over hoe erg het allemaal wel niet is. Nee. Gewoon; eerlijk en open zoals het is. Maar dan wel zo positief mogelijk. Want hé, ik mag dan wel psychisch ziek zijn: ik maak ook genoeg leuke dingen mee. Daar zorg ik wel voor. Het is echt niet alléén maar rot.

Bij deze heet ik je van harte welkom hier. Ik hoop dat je er wellicht iets van opsteekt, dat het stof tot nadenken geeft of dat je het gewoon leuk en/of interessant vind om te lezen. Op- of aanmerkingen zijn uiteraard gewenst. Als er een onderwerp is waar je meer over wilt weten; leg dit vooral aan me voor, wellicht kan ik er dan wat meer over vertellen.