Kleine stapjes.

Ik kan zo op mezelf mopperen dat ik geen normale baan heb. Dat ik niet net als iedereen gewoon elke dag op moet staan, naar kantoor ga en structuur heb. Totdat ik op een drukke middag op mijn vrijwilligerswerk zit, die telefoon maar blijft gaan (ik ben verdorie geen telefoniste) en het werk zich opstapelt.
*
Ik werk naast mijn therapie acht uur per week. Twee middagen van vier uur. Stelt niets voor zou je zeggen. Toch ben ik tegenwoordig iedere keer gespannen van te voren en trek ik de drukte slecht. Ik moet na zo’n middag echt even bijkomen. Maar aan de andere kant vind ik het ook weer geweldig. Ik beteken iets. Collega’s zijn blij als ik er ben. Ik kan mensen helpen. Dat doet me allemaal goed. En toch iedere keer weer: spanning.
*
Ondanks dat leer ik hier heel veel. Ik ben aardig van mijn telefoonangst af. Als de telefoon gaat bonkt mijn hart niet meer in mijn keel. Ik kan spontaan binnenwandelende cliënten te woord staan zonder knikkende knieëen. Ik kan andere organisaties bellen voor informatie of advies zonder klotsende oksels. Ik kan over koetjes en kalfjes praten met collega’s, maar ook mezelf zijn. Eigenlijk zit ik hier heel erg op mijn plek. En toch.. ook vanochtend weer, hartstikke gespannen. Er tegenop zien om naar kantoor te moeten. Ik vind de stap om te gaan iedere keer weer een behoorlijke, en snap niet goed waarom.
*
Misschien eens beginnen met stoppen met mopperen op mezelf. Accepteren dat het begin van een -eventueel, ooit- werkbestaan begint met kleine stapjes. Met vrijwilligerswerk. Ik doe tenminste iets, en daar ben ik trots op.
*
Advertenties

(Zelf)Stigmatisering (WvdP)

Zeg.. hoe denk jij over psychotische mensen? Vind je ze ook gevaarlijk, gek en rijp voor het gesticht? Of wat denk jij van iemand met een depressie, of een burn-out? Snap je er iets van? Of denk je ‘joh, ik heb ook wel eens een kutdag, ik ben ook wel eens moe, stel je niet zo aan’? Wat denk je als je langs een GGz instelling rijdt? Wat denk je over de mensen die daar naar binnen gaan?
*
Deze week is het de Week van de Psychiatrie (18 t/m 24 maart). Het thema dit jaar is ‘Stigma’; over het beeld dat mensen hebben over de psychiatrie.
*
Voor mij is de psychiatrie iets heel gewoons; ik weet niet anders, ben er zo ongeveer mee opgegroeid. Althans, zo voelt het. Ik kan me dus heel lastig verplaatsen in hoe het moet zijn voor iemand die nog nooit iets met de psychiatrie te maken heeft gehad. Hoe denken die mensen er over? Ik houd me er wel eens mee bezig. Word ik als gek aangezien? Als iemand die niet spoort? Als een aansteller, met mijn Wajong uitkering, geen afgemaakte HBO studie en geen echte baan – alleen maar omdat het in mijn hoofd niet zo lekker loopt? Aan de buitenkant zie je niks aan me.. hoe wordt er dan over gedacht dat ik al sinds een puber een ‘GGz-klant’ ben? Ik heb zo vaak verbaasde reacties gekregen, mensen die het niet begrepen of zelfs nog niet begrijpen .. stigmatisering is een probleem. Ik vind het een probleem. Daarom ook dat ik ben gaan bloggen.
*
Naast stigmatisering heb je ook nog zelfstigmatisering; iets waar veel mensen met psychische problematiek (vaak onbewust) aan lijden. Als je bekend bent met stigmatisering, houd je er altijd rekening mee. Je gaat al voor andere mensen invullen wat zij denken over jou, of over je problematiek. Zo weet ik dat het algemeen bekend is dat het beeld rondom borderline behoorlijk negatief is. Hoewel ik zelf wéét dat het anders zit, neem je dat negatieve gevoel over.

Ik voel me ontzettend waardeloos, omdat ik denk dat andere mensen mij als een waardeloos persoon zien. ‘Wat is die San nou waard, met haar therapie, geen baan, mislukte studies, geen relatie en noem het maar op’. Ik vul het in, met als gevolg dat het waardeloze gevoel dat ik al over mezelf heb, versterkt wordt. Ik kruip in mijn schulp, ik ontwijk mensen en ga zelden een praatje aan. Ik voel me niet gelijkwaardig. Ik voel mezelf minder. Maar waarom? Ben ik inderdaad een minder mens omdat ik niet aan de ‘normale’ normen voldoe? Nee, waarom? Tegenwoordig probeer ik open en eerlijk over mijn stoornis te zijn, zonder mezelf weg te cijferen. Behoorlijk moeilijk, maar het proberen waard. Het lijkt me heerlijk om er eens ‘schijt’ aan te kunnen hebben over hoe andere mensen -al dan niet zelf ingevuld- over mij zullen denken.
*
Ik ben heel benieuwd naar jouw mening over mensen met psychische problematiek. Ken jij mensen in je omgeving die bij de GGz lopen? Hoe ga je daar mee om? Wat is jouw beeld er bij? Of vind je het allemaal maar raar en/of eng? Heb je zelf psychische problematiek? Hoe ga jij om met stigmatisering? Hoor graag jouw reactie, dat kan anoniem.
*
Kijk voor meer informatie over de Week van de Psychiatrie op http://www.weekvandepsychiatrie.nl

Besluiteloosheid.

Als ik niet goed in mijn vel zit, kan ik over de meest stomme dingen urenlang twijfelen.
Op de bank zitten, of in bed blijven. Een boterham eten of een cracker. En wat moet er dan op? Durf ik wel alleen naar de AH oid, of toch hulp vragen daarbij? Kan ik het dan wel maken om die hulp te vragen? Is het niet stom? Moet ik wel gaan werken en doorzetten, of me toch ziekmelden en proberen wat te slapen? Naar vriend X gaan, vriendin Y of toch naar huis? Wat moet er vanavond weer gegeten worden? Kan ik beter lopen of gaan fietsen?
Heel de dag kan ik tobben over dit soort dingen. Eeuwige twijfel. Het goed willen doen, maar ook willen luisteren naar mijn lichaam. Balans vinden. Wat is dan balans? Ergens wil (lees: moet) je dingen ondernemen, en ergens wil je niets anders dan je verstoppen onder de dekens. Alles wordt eng. Een gevecht. Weinig gaat meer vanzelf. Besluiteloosheid.
 *
Gisterochtend dacht ik urenlang na over of ik wel zou gaan werken die middag. Toen ik opstond kon ik niet normaal staan van de spierpijn. Pure spanning. Na een kop koffie op de bank kroop ik toch weer in bed. Maar slapen kon ik niet. Het werd een wellus/nietus spelletje in mijn hoofd, totdat het zo’n chaos in mijn hoofd werd dat ik mezelf wel iets aan kon doen. Toen vond ik het genoeg. Ik ben gaan douchen en ben de deur uit gegaan. Mezelf een schop onder de kont gegeven. Bij de bushalte wist ik het nog zeker; ik ga werken. Op het station aangekomen wilde ik weer omkeren. De spanning raasde door mijn lijf en ik werd misselijk. Toch de trein in. Onderweg moeite mijn emoties te beheersen. Ik kreeg spijt. Waar was ik mee bezig? Is doorzetten wel altijd goed? Weer de twijfel. Toch de weg vervolgen naar het werk. Ik kwam te laat, want had pech onderweg. Ik werd woedend. Vloekend liep ik naar mijn werk toe. Daar het masker op. Achter het bureau kruipen. Mijn ding doen. Lachen. Praten met collega’s.
Van binnen huilde ik.
 *
De laatste dagen is het complete chaos in mij. De borderline neemt mij over, maar ik sla terug. Vandaag gun ik mezelf een dagje onder de dekens. Maar toch twijfel ik of ik dat wel ‘mag’. Misschien toch vanmiddag even de deur uit. Ik weet het niet. Weer de besluiteloosheid.

STOP IT!

Mijn hoofd is een chaos. Mijn gedachten máken het een chaos. Mijn stemmingswisselingen maken er nog meer een warboel van. Mijn verdriet, boosheid, nog meer verdriet, nog meer boosheid, de wanhoop, de angst, de achterdocht en weer het verdriet beïnvloeden mijn gedachten. Mijn gedachten beïnvloeden mijn stemming. En zo gaat het door en door. Dag in, dag uit.
*
De laatste maanden is het erger, en ik ben er moe van. Doodmoe. Oververmoeid. Mijn lichaam vind het ook welletjes en doet gezellig mee met allerlei kwaaltjes. Allemaal psychisch. Allemaal door de chaos in mijn bovenkamer. Ik wil dat het stopt. Dat willen mijn therapeuten ook, om over mijn directe omgeving nog maar te zwijgen.
*
Een van die therapeuten houdt wel van een geintje, en wees me op het onderstaand filmpje.
Neem er even de tijd voor, en kijk hem helemaal af.
*
*
Ik heb in de negen jaar dat ik in de GGz loop nog niet zo’n therapeut getroffen. Hoe simpel zou dat zijn.. in vijf minuten even alles op tafel gooien, en steeds dezelfde oplossing aangereikt krijgen.
*
Net zat ik met een kop thee op de bank. Even later stond ik onder de douche. Mezelf klaar te maken om naar mijn therapiedag te gaan.
Ik ben gespannen. Ik ben boos. Boos op mezelf. Boos omdat ik me zo voel. Omdat ik zo ben. Ik ben bang. Ik durf niet zo in de trein. Maar ik dwing mezelf. Ik word verdrietig. Kan het niet een dag normaal gaan? Ik voel de wanhoop. Hoelang gaat dit nog duren? Hoeveel dagen, weken, maanden of jaren moet ik me nog zo voelen? Ik word weer verdrietig. Wanneer vind ik nu eens medicatie die goed aanslaat? Die me minder down laat voelen? Die mijn angsten wegneemt? Ik word weer boos. Ik moet me niet zo aanstellen. Een schop onder de kont heb ik nodig. Ik maak me potdorie druk om een treinreis. Alleen. Met andere mensen. Ik voel me een klein kind, die niets lievers wil dan vastgehouden worden. Getroost worden. De mensen die troost aanbieden ga ik uit de weg. Want ook dat is eng. De tranen komen. Ik ben zo verdrietig. Als een zombie zeep ik mezelf in met douchegel. Doorzetten. Ik droog me af, en kleed me aan. Vervolgens zit ik weer op de bank.
*
Er zijn nog geen tien minuten voorbij. Het voelt als een halve dag.
 

Het is ook nooit goed.

Maandagmorgen, net na 07u. Voor de meeste mensen gaat de wekker om weer een nieuwe werkweek te beginnen. Voor mij niet, ik heb vandaag mijn rustdag.

“Ik ben wel jaloers op je, hoor”, krijg ik als een van de eerste dingen te horen vandaag. Jaloers op het feit dat ik niet uit bed hoef. Dat ik kan blijven liggen. Dat ik niet hoef te werken. Ik snap die opmerking wel. Waarschijnlijk klinkt het ook als muziek in de oren voor iemand die een drukke baan heeft; ‘lekker een dagje niks’. Voor mij is het alleen niet een ‘dagje niks’. Mijn chaotische hoofd gaat namelijk gewoon door, die doet zelden aan ‘lekker niks’.

Mijn weekend was geen ‘lekker weekend’. Ik flipte regelmatig de pan uit, heb een aantal angst- en paniek aanvallen gehad, heb in totaal van vrijdag t/m zondag maar 4 uur geslapen door slapeloosheid en onrust, had steken in mijn hoofd waarmee ik door de grond ging (alsof elke gedachte liep te steken in mijn hoofd als scherpe messen – gewoon spanningshoofdpijn), ik had een verjaardag waarbij ik vrijwel niemand kende, maar toch ben gegaan, ook al heb ik een bloedhekel aan verjaardagen en schaf ik ze het liefst allemaal af.. ik heb ruzie geschopt, ik heb gehuild, geschreeuwd, ben weggedoken onder een deken.
*
Ik heb me ook ingehouden: heb me niet gesneden ondanks de sterkte drang, heb niet met deuren geslagen en heb angsten overwonnen. Maar mijn weekend was dus alles behalve lekker en rustig. Het was vechten om overeind te blijven. Gisterochtend keek ik al uit naar vandaag. Een dagje niets hoeven. Geen mensen hoeven zien. Geen gesprekken hoeven voeren. Geen glimlach op mijn gezicht hoeven zetten. Het enige wat ik hoef te doen, is even boodschappen doen. Simpel toch?
*
Niet echt. Niet vandaag.
*
Zelfstandig bedenken wat er gegeten moet worden vanavond. Me douchen. Aankleden. Naar beneden lopen, fiets pakken en fietsen naar de AH. Ingrediënten bij elkaar zoeken. Afrekenen. Met een onhandige zware tas weer naar huis fietsen. Spullen uitpakken. In totaal een uurtje werk, maar na zo’n weekend kost het bergen energie en geeft het me spanning het te moeten doen. Toch doe ik het. Om toch de deur even uit te gaan. Om ergens nog regie in handen te houden. Om niet alleen maar weggedoken onder het dekbed te liggen wachten tot de dag voorbij gaat. Ik heb de vaatwasser net aangezet. Heb de schone was opgevouwen en de nieuwe lading draait nu in de wasmachine. Allemaal vanzelfsprekende dingen die toch als grote bergen mijn rustdag voor alsnog in de weg staan. Omdat ik vind dat ik ze moet doen. Omdat ik het niet kan maken niéts te doen.
*
Jullie zijn nu hard aan het werk. Ongetwijfeld met stress, deadlines, zeurende collega’s en noem het allemaal maar op. Veel aan het hoofd, en ik maak me druk over boodschappen moeten doen. Het klinkt belachelijk, als een compleet andere wereld. Dat is het ook wel denk ik. Ik worstel er mee. Ik wil best graag die werkstress, zeurende collega’s, vieze automaatkoffie en gewoon een 09 tot 17 structuur. Maar dat gaat niet. Niet met mijn hoofd, niet met mijn lijf. Na mijn taak van vandaag, de boodschappen, lig ik de rest van de dag plat. Bij te komen van het weekend, en me op te laden voor mijn therapiedag morgen.
*
Ergens he.. ben ik jaloers op jullie. Op de werkende mens. Of niet jaloers, maar meer een verlangen. Iets wat ik ook graag zou willen. Er gewoon bij horen. Normaal functioneren. Mijn tijd komt nog wel.. ooit zal ik -dan wel niet parttime- ook die wekker ’s ochtends vroeg af laten gaan omdat ik moet werken. Misschien kijk ik dan weer met verlangen terug naar dagen als vandaag. Het is ook nooit goed.