Ineens denk je: ‘wat een mooie plek om dood te gaan’.

Nergens meer écht zin in hebben, weinig energie, en oh wat ligt dat bed toch fijn: diep verstopt onder de dekens, waar niemand je ziet, en vooral: waar jij niemand hoeft te zien. Een depressie maakt nou niet echt het meest sociale en actieve persoon van je. Althans, als ik voor mezelf spreek: ik verstop me het liefst en bijna alles wat ik doe kost moeite en energie. (ik zeg bijna alles, niet alles – er zijn nog kleine lichtpuntjes soms, niet geheel onbelangrijk).
*
Vandaag was ik het zat. Ik lag weer eens in bed, en zag door de gordijnen -die nog dicht zaten, ook al was het 13u- dat de zon flink scheen. Toch maar eens naar buiten kijken. Hmm. Het leek wel lente: het seizoen waar ik het meeste van houd. Ik kroop weer terug in bed, maar nu wel met de gordijnen open. Ik lag daar maar te liggen, en eigenlijk te wachten tot de dag voorbij ging. Tiktak tiktak: dat duurt natuurlijk een eeuwigheid. Ik ben heel druk in mijn hoofd, maar verder doe ik weinig, en vermijd ik zoveel mogelijk prikkels. Daar zo liggend in bed, kijkend naar de strak blauwe lucht, kreeg ik ineens de kriebels. Ik pakte mezelf bij elkaar en zette mezelf onder de douche. Dat was stap 1. Daarna kroop ik bijna weer terug in bed, want de kriebels waren alweer voorbij, ik wilde gewoon slapen. Maar toch: schop onder de kont, aankleden, en de deur uit. Even de kop buiten de deur. Frisse lucht.
*
Ik heb vorige week een prachtig stukje natuur ontdekt, hier 5 minuten vandaan. (ken je buurt). Hier ben ik vandaag weer naar terug gegaan. Wel wat eng in mijn uppie, ik dacht zelfs even dat ik achtervolgd werd door een ‘enge man’ dat later gewoon een vrouw bleek te zijn. Door de stress zie en denk ik dingen die helemaal niet zo zijn. Enfin, ik heb een uur gewandeld. Ik genoot er niet van, want de angst was wat overheersend, maar ik kon zien dat het park er mooi bij lag. Ik zag de zon mooi schijnen, ik zag het water, en ik zag zelfs geitjes en schapen. Ik heb meerdere foto’s gemaakt, om de mooie beelden in mijn telefoon te hebben staan, zodat ik ze makkelijk weer terug kan zien. Bij een bepaalde plek dacht ik zelfs ‘wat een mooie plek om dood te gaan’. Hallo depressieve gedachte. Wegwezen. Gauw weer naar huis.
*
Na dat uur wandelen kroop ik thuis weer terug in bed. Moe en verdrietig, en boos op mezelf. Was ik eindelijk eens uit bed, kroop ik er toch weer in. Nu ben ik ook wat ziekjes, maar ik moet niet zo miepen (bestraffende rol). Ik probeer bij mezelf echt de knop om te zetten en wat positiever te zijn, maar dat is echt lastig als het negatieve in je hoofd zoveel malen sterker is. Toch merk ik dat alleen al er mee bezig zijn, mezelf er bewust van zijn, al wat helpt. Met hele kleine stapjes kom ik er wel. Het heeft alleen tijd nodig, veel tijd. En dat is moeilijk. Maar eens zal ik weer zeggen dat ik niet depressief ben. Die tijd gaat weer komen: positief blijven denken. Ik leer het nog wel eens. Morgen weer een nieuwe dag, dan gewoon weer opnieuw naar buiten, of ik nou wil of niet. Doorzetten moet ik. Nee; doorzetten wíl ik. En zo is het. Mag ik dan nu wel weer even naar bed?
*

Advertenties

4 gedachtes over “Ineens denk je: ‘wat een mooie plek om dood te gaan’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s