Borderline in de praktijk.

Ongetwijfeld zie je aan mijn berichten op Twitter of Facebook dat ik vaak mijn dag niet heb. Dat ik me depressief voel, of dat ik bang ben. Of dat ik ineens out of the blue midden in de nacht op de dansvloer sta. Voor mensen in mijn ‘echte’ wereld is het vaak al moeilijk te snappen. Als je een hele dag met mij doorbrengt, merk je waarschijnlijk de wisselingen in mijn stemming en gedrag wel. Maar als jij mij maar een ochtend, middag of avond ziet, of je leest alleen flarden van mijn berichten op social media, dan kan het heel vreemd overkomen dat ik me ’s ochtends nog depressief voel en diezelfde avond toch met een biertje op de dansvloer sta. Of dat ik juist vol enthousiasme aan iets begin en een uur later zit te janken van ellende. Borderline kenmerkt zich met name door (sterke) stemmingswisselingen. Ik laat je graag een paar dagen in mijn huid kruipen, om te ‘ervaren’ hoe -voor mij- leven met borderline is.
*
Laten we de afgelopen vier dagen nemen. De dag voor het weekend, het weekend en de dag na het weekend. Dan beginnen we dus met afgelopen vrijdag. Valentijnsdag. Je staat op tijd op, want je moet om 10u bij de GGz zijn voor een afspraak van drie uur. Twee gesprekken met twee verschillende psychologen en je DNA afstaan voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je je DNA afstaat door middel van ‘tuffen in een buisje’, laat de psych je even alleen, omdat het niet erg charmant is. Dat tuffen in een buisje zijn trouwens haar woorden, niet de jouwe. Je doet braaf wat je gevraagd wordt, maar bent blij als de lange afspraak met vervelende en moeilijke vragen voorbij is en je weer naar frisse lucht kunt happen als je buiten op de drukke Wibautstraat staat. Je houd van die straat. Je hebt er op school gezeten en je favoriete dans club is aan de overkant. Je gaat boodschappen doen. Je bent de rest van de dag alleen, dus makkelijk qua eten. Je besluit jezelf te verwennen met een Turks brood en iets lekkers voor er op. Dus op naar de Turkse bakker en de Appie. Je doet het maar meteen, zodat je daarna de deur niet meer uit hoeft en je rust kunt pakken. Bij thuiskomst snoep je wat van het Turkse brood, als late lunch. Je ploft neer op de bank, kijkt wat dingen op Uitzending Gemist terug waaronder een programma over PTSS bij politieagenten. Je vind het zorgwekkend wat je ziet. Na het avondeten zit je een beetje te internetten en te Twitteren. Je krijgt een whatsappje van je ex-date dat ie je zo mist. Ohja, het is Valentijnsdag. Je voelt van alles, maar reageert koel. Inmiddels stijgt de spanning in je lijf; je bent nu een paar uur alleen en dat vind je toch ergens een beetje eng. Je besluit diep verstopt onder je dekentje een flauwe Valentijnsfilm te kijken op Net5. Je mixt een cocktail voor jezelf en kijkt de film uit. Daarna ga je naar bed. De vriend waarvan je in huis zit (want in je eigen huis zijn durf je weinig), laat via de whatsapp weten dat het laat wordt: hij gaat uit met vrienden. Ook de nacht ben je dus alleen. Omdat het over een paar dagen drie jaar geleden is dat er iets traumatisch is gebeurd waardoor je PTSS hebt gekregen, ben je er meer mee bezig dan anders. Het vooruitzicht van een nacht alleen maakt je angstig. Er komen tranen en die tranen gaan over in paniek. Zo in paniek dat je uiteindelijk (voor de tweede keer deze week) teveel slaappillen inneemt. Ze werken alleen niet want je bent te bang om te slapen. Het is wel uitzonderlijk, want normaal ben je heel trouw met je medicijnen en neem je zelden iets teveel. Maar de druk, spanning en angst zijn teveel aanwezig om sterk genoeg te zijn. Je zwakt nog verder af: je automutileert. Puur om met iets anders bezig te zijn. Vooral om iets anders te voelen. Je weet van jezelf dat dit kalmeert. En dat deed het ook. Je werd weer wat rustiger en durfde het aan om in bed te gaan liggen. Wel met de slaapkamerdeur open en het ganglicht aan omdat je zo minder snel gaat hallucineren – iets wat je doet bij veel spanning. Uiteindelijk val je in een onrustige slaap, word je elk uur wakker en kom je pas aan echt slapen toe als je vriend weer veilig thuis is ’s ochtends.
*
Op zaterdag lig je de hele ochtend in bed, wat slaap in te halen. Die vriend van je ligt zijn roes uit te slapen, zelf ga je brunchen. De angst van de afgelopen nacht is verdwenen, je bent weer rustig. Je gaat douchen en gaat in je up naar de supermarkt, boodschappen doen voor het avondeten. Stamppot hutspot. Na het boodschappen doen voel je je ineens weer somber worden en heb je geen energie meer. Je kruipt weer in bed tot etenstijd. Je vind het normaliter geen probleem om te koken, alleen stamppotten daar doe je niet aan: die vind je eng om te maken. Waarom weet je niet, want iets makkelijkers is er bijna niet. Maar vriend neemt de taak dus op zich. Jullie hebben het over de avond en besluiten de stad in te gaan. Ondanks je sombere stemming word je blij van het vooruitzicht om een nacht te gaan dansen, waardoor je ineens weer in een happy mood bent. Stemmingswisselingen zijn niet altijd verkeerd ūüėČ – Er volgt een aparte avond. Het plan was om naar die club waar je gister nog naar zat te kijken vanuit de wachtkamer van de GGz te gaan, maar er stond zo’n ontzettend lange rij, en het regende, dat jullie een plan B verzonnen. Plan B werd een drankje doen in een kroeg er naast, om zo die rij en regen even af te wachten. Ondertussen zat je met een colaatje voor je neus te kijken op Partyflock wat voor feestjes er nog meer waren. Als je eenmaal in je hoofd hebt dat je gaat dansen, moet er potdikkie gedanst worden ook. Er volgde een plan C. Dit bleek echt een flater te zijn, na 1 biertje gauw weer weg. Wat nu dan? Je was in staat om het over een hele andere boeg te gooien en de coffeeshop tegenover de plek waar jullie je fietsen hebben gezet binnen te lopen en een dikke joint te roken. Puur impulsief, want je rookt nooit jointjes. Maar je baalde dat je nog niet op de dansvloer stond en je zoekt dan naar een alternatief. Want naar huis gaan wilde je niet. Weer keken jullie op Partyflock, en besloten nog √©√©n feestje de kans te geven. (meeste dingen waren al uitverkocht, dus er bleven wat dibieuze feestjes over). We belandden in een club bij het Leidseplein. Wat bleek: er was daar een heuse verkleedpartij aan de gang. Overal lag kleding dat je aan kon trekken. Uiteraard de meest lelijke dingen. Jij bent wel zo gek om daar aan mee te doen, dus je zorgvuldig gekozen outfit deed er niet meer toe: je trok een foeilelijke bloemetjesjurk aan tot over de knie. Oh wat voelde je je knap, maar het kon je niets schelen. De club was vreemd, met aan de ene kant r&b, hiphop en soul, en aan de andere kant techno. Je vond het prima bij het techno gedeelte, al had je wel zoiets van ‘dit is de eerste maar ook de laatste keer in deze club’. Ondanks alles had je een leuke avond en lag je zondagochtend om kwart over zeven moe maar voldaan in bed.
*
Over de zondag kan ik heel kort zijn: je deed niks. Ondanks dat je niet veel hebt gedronken de vorige avond, heb je toch een kater en ben je doodop. Op deze dag is douchen al bijna te veel. Normaal douche je 2 a 3 keer op een dag, maar nu koste het moeite om jezelf 1 keer te douchen: de prijs van een avondje uit. Je weet van jezelf dat je na een avondje uit de volgende dag niets waard bent. Daar houd je dan ook rekening mee. De zondag ging qua emoties redelijk rustig voorbij. ’s Avonds besluit je ineens dat het nu echt afgelopen moet zijn met die overtollige kilo’s, en neem je jezelf voor om vanaf morgen te gaan ‘Sonja Bakkeren’. Na wat zoeken in dozen heb je haar boeken gevonden, maak je een boodschappenlijstje en duik je daarna weer in bed. Je slaapt onrustig.
*
Op maandag word je huilend wakker door een zielige droom. Geen fijne start van de dag, en in de verdere ochtend volgen er nog een paar huilbuien. Je voelt je ontzettend ellendig en alleen. Je pusht jezelf om toch wat huishouden te doen en geeft jezelf een flinke schop onder de kont. Muziekje aan en schoonmaken maar. Wasje draaien, opruimen, boodschappen doen.. je doet het allemaal. Daarna stort je weer in. Je krijgt een paniekaanval en zonder er bij na te denken automutileer je voor de tweede keer in een paar dagen tijd. Je voelt je zo ontzettend bang en waardeloos. Om te kalmeren ga je onder de douche. Het helpt iets. Daarna weer aan tafel achter de laptop alsof er niets gebeurd is. Muziekje aan, beetje internetten, wachtend tot je aan de eerste Sonja Bakker maaltijd kan beginnen. Na het eten schieten je pannen weer omhoog door onenigheid met een vriend. Je emoties hebben de overhand, en uit frustratie ga je de situatie uit de weg door naar bed te gaan en huil je jezelf in slaap.
*
Dit waren mijn afgelopen dagen. Veel moeilijke momenten, maar ook momenten dat ik me goed voelde en leuke spontane dingen ondernam. Elke dag is anders. Elk dagdeel is anders. Je hoort mensen wel eens zeggen ‘borderline is tenminste nooit saai’. Nee, dat klopt. Leuk is anders, maar saai is het niet. Je kunt je goed voelen maar ook ontzettend depressief. Het is altijd weer een verrassing dat al begint bij het wakker worden. Hoe voel ik me vandaag? Hoeveel prikkels kan ik vandaag verdragen? Hoeveel energie heb ik vandaag? Dat, en deze random beschreven dagen is voor mij borderline.

Met een psychose ben je nog niet gek.

Jaarlijks krijgt één op de tienduizend Nederlanders tussen de 15 en 45 jaar voor het eerst een psychose. Bij de meeste van hen blijft het niet bij die ene keer. Hoewel psychoses vaak in verband worden gebracht met schizofrenie, kunnen ze ook worden veroorzaakt door bijvoorbeeld drugsgebruik of slaapgebrek. Psychose- of psychotische verschijnselen kunnen ook voorkomen bij een bipolaire stoornis (manisch-depressief), maar kan ook een symptoom zijn bij borderline en depressie. Bij een psychotische depressie is er in de meeste gevallen sprake van wanen. Een psychose bij deze stoornissen duurt meestal enkele uren tot enkele dagen.
*
Een psychose is persoonlijk. Dit houdt in dat iemands levensgeschiedenis is verweven met zijn of haar wanen. Of nouja, dat las ik van de week in Psychologie Magazine. Mijn persoonlijke ervaring is dat ik er nog niet uit ben wat mijn wanen en hallucinaties met mijn levensgeschiedenis te maken hebben. Als ik hallucineer (regelmatig – vooral als ik slecht slaap, te veel prikkels heb gehad of teveel hooi op mijn vork heb genomen), dan zie ik vooral losse dingen, die niets met elkaar te maken hebben. Paar voorbeelden van wat ik dan zie: een groene aap hangend aan mijn raam die me aanstaart, kwallen die over het plafond glijden, spinnenwebben die me ‘vangen’, spinnen, bewegende meubels, gemeen grijnzende clowns en zelfs een korte tijd mensen. Daarnaast denk ik regelmatig dat er camera’s in huis zijn, ik vertrouw webcams op de laptop niet, ik heb lange tijd vuilniszakken voor de ramen gehad, gaatjes of vlekken¬†op muren vind ik eng,¬†en als ik over straat loop of fiets heb ik vaak het gevoel achtervolgd te worden. Ik kan erg achterdochtig zijn, waardoor ik angstig word. Maar wat heeft dat te maken met mijn levensgeschiedenis? In Psychologie Magazine staat er dat er middels therapie gepraat wordt over trauma’s en hiermee de dromen¬†kunnen gaan¬†duiden. Samen met de therapeut ga je dan op zoek naar de betekenis achter de wanen. Ik denk dat ik nog maar eens goed moet babbelen met mijn psych dan. (deze laatste zin met enig sarcasme – knipoog).
*
Hallucinaties kunnen verder gaan dan alleen dingen zien die er niet zijn. Je kunt ook dingen voelen, ruiken of horen. Stemmen horen is de meest voorkomende hallucinatie. Wanen heb je ook in verschillende vormen: je hebt de parano√Įde wanen, waar ik net over vertelde; dat je het idee hebt achtervolgd te worden. Of dat je bijvoorbeeld vergiftigd word. Iemand in een psychose kan ook het idee hebben dat hij of zij God is, of een ander machtig persoon. Dit worden identiteitswanen genoemd. Tenslotte heb je nog de betrekkingswanen, waarbij gedacht wordt dat berichten op de radio of televisie speciaal voor hen zijn bedoeld.
*
Als je in een psychose zit, ben je verward. Het denken gaat chaotisch en sneller of juist langzamer dan normaal. Je kan dan snel gaan ratelen, of juist traag van begrip zijn alsof alles langs je heen gaat: het komt niet binnen.
*
Wat ik belangrijk vind om te vertellen, is dat iedereen kans kan hebben op een psychose. Het heeft niets te maken met intelligentie, sociaal milieu, afkomst of wat dan ook. Wel is het zo dat als iemand in je familie een psychose heeft (gehad), dat de kans dan groter kan zijn dat jij het ook ervaart. Daarnaast moet je een aangeboren kwetsbaarheid hebben. Dat en wat narigheid/trauma’s in je leven, en een psychose kan ontstaan. Mensen die in een psychose zitten zijn niet gek. Ze ervaren de wereld alleen een beetje anders dan de werkelijkheid. Maar het kan dus iedereen overkomen, ook jou. Oordeel dus niet te snel, maar neem zo’n iemand serieus.

Middagje in Het Dolhuys, Haarlem.

Onze taal kent veel uitdrukkingen die een oordeel bevatten over mensen met psychische problemen. Ze zijn aantoonbaar onjuist, maar toch leven deze uitdrukkingen voort. Kennelijk is er behoefte aan. Kennelijk verkiezen veel mensen vooroordelen boven feiten. Uit onwetendheid, gemakzucht, of angst voor het onbekende. Vooroordelen kunnen kwetsend zijn. Zij leiden tot uitsluiting. Wie eenmaal in een hokje is geplaatst, komt daar niet zo gemakkelijk weer uit.
*
Deze tekst stond op een muur in Het Dolhuys: het nationaal museum over de psychiatrie in Haarlem. Ik wilde daar al jaren naar toe, maar steeds kwam het er niet van. Alsof het zo moest zijn kreeg ik laatst ergens vrijkaartjes, dus niets stond me meer in de weg. Vanmiddag pakte ik mezelf bij elkaar, de vermoeidheid negerend (slaap al nachten amper, hoofd is te druk) en hup, de trein in naar Haarlem. Gister lukte het werken ook, dus moest vandaag een uitstapje ook lukken, dacht ik. En dat klopte, al ben ik na het museumbezoek meteen weer naar huis gegaan, m’n bed in. Maar I don’t care: ik heb een paar leuke uren gehad, en d√°t telt.
*
Maar; Het Dolhuys dus. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten van een museum over de psychiatrie. Hoe zouden ze dat uitbeelden? Bij binnenkomst begon het al meteen goed. Wat is normaal, wat is abnormaal, en wie bepaald dat, en waarom? We kregen een plattegrond mee met een uitgestippelde route die ons door alle ruimtes van het museum moest gaan leiden. Er werd ons een kijkje gegund in de levens van mensen die psychisch ziek zijn. Verhalen werden verteld, persoonlijke dingen werden getoond. ¬†Verhalen van onbekende- en bekende Nederlanders. Kunst. Je kon ervaren hoe het is om in een isoleercel te zitten. Of, heel anders, hoe het is om in direct contact te staan met de natuur door in het stro te gaan liggen met dieren om je heen. Schijnt heel therapeutisch te werken. De tekst waar ik dit blog mee begon stond op de muur bij een ‘stigmatiserende tuin’: een tuin vol met kreten als ‘mafketel!’, ‘je hebt zeker een gaatje in je hoofd!’ en ‘je bent knettergek!’. Ook kon je met een stethoscoop luisteren naar verhalen van onder andere psychiaters en clienten door de eeuwen heen. De geschiedenis van Het Dolhuys gaat terug tot het jaar 1400. Reuze interessant!
*
Heb jij een buitenkant die soms anders is dan de binnenkant? Denk jij dat mensen jou zien zoals je bent? Nog zo’n tekst op de muur van het museum. Je kunt deze, en andere vragen, beantwoorden en aan een lijn van antwoorden hangen. Interessant om te lezen hoe andere mensen op de vragen antwoorden. Is huilen gezond? bijvoorbeeld. Of: wat was voor jou een keerpunt in je leven? In die kamer vol met vragen, stond ook een klein intiem huisje, waarin een ervaringsdeskundige vertelde over haar depressie en suicidaliteit.
*
Zit jouw geluk in een pil? Dat vond ik een mooie. Want is dat zo?
*
Zonder verder al te veel te verklappen, wil ik je bij deze echt aanraden eens naar dit museum te gaan als je geinteresseerd bent in de psychiatrie van nu en vroeger. Halverwege het museum kom je langs een cafeetje waar je even je bevindingen met elkaar kunt bespreken onder het genot van een kop koffie of thee. Of bier, wat jij wil. De sfeer in het museum is erg prettig, ik voelde me er geen moment ongemakkelijk. Ben je een keer in (de buurt van) Haarlem? Bezoek dan zeker Het Dolhuys! (www.hetdolhuys.nl)
*

Stoer zijn komt wel weer.

Woensdagavond 5 februari: 20.20 uur. Ik kruip na een vermoeiende dag vroeg in mijn eigen bed. Ik zou eigenlijk in Amsterdam slapen, maar ik wilde stoer zijn en bleef in mijn eigen huis. (mocht het je ontgaan zijn, even in het kort: door een nogal traumatische ervaring heb ik PTSS gekregen en durf ik slecht alleen in mijn eigen huis te slapen. Sinds een jaar woon / logeer / verblijf ik grotendeels bij een goede vriend in dus dat fijne Amsterdam).
*
Anyways: ik ging er dus vroeg in. Niets geks voor mij dat ik al om kwart over acht mijn tanden stond te poetsen en mijn slaapmedicatie innam. Ik heb nou eenmaal weinig energie, dus vaak lig ik er zo vroeg in. De regen tikte knus tegen mijn schuine ramen, mijn elektrische deken had ik vast aangezet, een goed boek lag klaar op mijn nachtkastje: nog even een uurtje lezen voor het slapen gaan. Tot zover niets aan de hand. Totdat ik dus -laat voor mijn doen- om kwart voor elf mijn boek weglegde en wilde gaan slapen. Slapen? Forget it.
*
Over iets minder dan twee weken is het ‘die dag, die datum’ van die traumatische ervaring waar ik vooral last van heb als ik thuis ben. Ik kan er dan ook weinig aan doen dat ik er met de dag steeds weer iets meer aan denk. En wat gebeurt er met mij als ik onder teveel druk sta: ik krijg psychotische verschijnselen. Een cadeautje van moeder natuur wat is blijven hangen na mijn maandenlange psychose in 2011. Over afgelopen nacht kan ik denk ik wel voorzichtig zeggen dat ik in een paar uur durende psychose zat. Ik was ontzettend bang, ik zag van alles wat er niet was (oftewel: ik hallucineerde – voor mij niets vreemds, slik er medicatie voor, maar soms is die medicatie even niet genoeg) en ik was helemaal in de war. Ik was compleet in paniek en durfde niet eens mijn bed uit om een glas water te pakken. Tegelijkertijd durfde ik ook niet in mijn bed te blijven liggen. De hallucinaties werden erg heftig, het nam me volledig in beslag. Ik werd gek. Althans, ik dacht dat ik gek werd. Doodsbang was ik. Heel fijn. Daar lag ik dan met mijn stoere gedrag.
*
Kan dit nou zomaar? Hier kan ik kort over zijn: ja. Een bijverschijnsel van zowel borderline als depressie kan psychotische gevoeligheid, of kwetsbaarheid zijn. Deze kortdurende psychoses duren enkele uren tot maximaal enkele dagen. Volgens artsen heb ik die kwetsbaarheid altijd al gehad (zit ook in mijn familie), maar is het pas tot uiting gekomen toen ik in 2011 helemaal instortte inclusief psychose. Sinds 2011 slik ik er een anti-psychoticum voor, waar ik erg content mee ben: het haalt de scherpe randen er heel goed van af. Maar af en toe heeft mijn hoofd daar maling aan en gaat het gewoon keihard door die medicatie-muur heen. Pas toen de ochtend viel, werd ik weer een beetje rustig. Geslapen heb ik nauwelijks.
*
Het is maar goed dat ik vandaag niet hoef te werken of naar therapie hoef. Donderdag is mijn rustdag, en die benut ik dan ook goed. Verder dan de bank ben ik nog niet gekomen. En vanavond? Ik kruip weer even onder mijn veilige steen in Amsterdam. Stoer zijn komt wel weer.
*

Mijn Maandag: ‘kan of wil jij iemand vermoorden?’

Maandag. Normaliter mijn vrije dag. Mijn rustdag. Zo niet de afgelopen weken: of ik ben extra aan het werk, of ik heb andere dingen te doen, zoals vanochtend: mijn op twee na laatste onderzoek-ochtend bij de gespecialiseerde GGz instelling waar ik in het voorjaar in behandeling ga. Geen onderzoek naar wat er met me is: dat weten we nou wel. Maar er wordt daar ook wetenschappelijk onderzoek gedaan, en daar werk ik graag aan mee. Dus zat ik vanmorgen weer allerlei vragen te beantwoorden.
*
Zo werd me ook de vraag gesteld of ik soms zó boos word dat ik wel iemand kan of wil vermoorden. Nou, mensen.. ik word wel eens boos, en dan vloek ik, dan scheld ik, ik sla met de deuren en wil het liefst van alles kapot gooien. Of ik uit het op mezelf, met een mes in mijn arm, been, buik, of waar dan ook. Maar iemand vermoorden? Hoe gek denken ze precies dat ik ben?
*
Ik ben een zogenaamde ‘introverte borderliner’. Dit houdt in dat jij als omstander weinig zult merken van mijn borderline. Het gebeurt namelijk allemaal van binnen, en in al die jaren heb ik heel goed geleerd een masker op te zetten zodat je niet meteen bij de eerste ontmoeting al doorhebt dat er iets is. Daarnaast ben ik niet druk (zeg maar gerust de rustigste persoon op aarde), ik maak zelden ruzie, ik ga geen vechtpartijen aan.. aan de buitenkant heb ik alles onder controle. Op die uitzonderingen van met deuren slaan na dan. Van binnen is het een ander verhaal. Het kan zo druk zijn in mijn hoofd dat ik er wel eens aan twijfel of ik nou stemmen hoor of dat mijn gedachten gewoon zo hard door mijn hoofd gaan dat ik er gek van wordt. Als ik op mijn top van drukte zit, slaap ik per nacht zo’n √©√©n a twee uur, de rest van de dag loop ik te malen. Gelukkig is het nu niet zo erg, en slaap ik (ok, met medicatie) redelijk goed momenteel. Maar overdag: druk! Er gaat geen dag voorbij dat ik niet even tussendoor op bed moet gaan liggen om bij te komen. Niet om te slapen, dat lukt meestal niet, maar gewoon even uitrusten. Als dat op een dag niet kan door afspraken, lig ik die avond al voor 21uur in bed. Ook dit hoort er voor mij bij een psychische beperking: die altijd en eeuwig aanwezige vermoeidheid.
*
Vanmiddag ging ik na die onderzoek-ochtend even wandelen in het Amsterdamse Vondelpark. Gewoon even impulsief -ik noem het liever spontaan- een frisse neus halen. Met een omweg naar huis. Met mijn motto #opbokkenmetjedepressie¬†in mijn hoofd liep ik daar door het park met de zon op mijn bol. Op het station had ik chocolade gekocht, waar ik tijdens mijn wandeling lekker van snoepte. Het was een positief uurtje. En daarna? Naar huis. Naar bed. Een kleine terugslag, met een huilbui als gevolg. Een heel eenzaam gevoel. Beetje angstig, ook. Maar gelukkig bestaat er thee. En een warme douche. En een goede vriend die vanavond weer thuis komt. Met kleine, voorzichtige stapjes kom ik zo’n maandag toch weer door. En bang zijn dat ik iemand vermoord? Tuurlijk niet. Mijn blog heet niet voor niets ‘zo gek nog niet’.
*