Gangmaker van het feest

Vanmorgen las ik een blog  die mij raakte. Geen dramatisch blog, maar wel een die ging over waar ik me (ook) veel mee bezig houd; namelijk schuldgevoel. Schuldgevoel om wie je bent, wat je doet, en vooral om wie je niét bent en wat je niét doet. Daarbij (en daardoor) trap ik mezelf dagelijks de grond in, ook wel in schema-therapie de ‘Straffende Ouder’ modus genoemd. Een innerlijke strijd die veel energie kost, waar je somber van wordt en die niet helpend is voor het veranderen of verbeteren van de (je) situatie.

Natuurlijk komt dit niet zomaar uit de lucht vallen, achter dat schuldgevoel zit nog een heel scala aan gevoelens en emoties.  In het blog van Kim ligt de oorzaak bij de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Hoewel ik er zelf nog nooit over geblogd heb omdat ik het hier vooral over borderline en depressie wil laten gaan, is de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ook iets waar ik dagelijks mee te kampen heb. Veel van mijn angsten komen daar vandaan en ook mijn introverte sociale ‘onhandigheid’ en fobie liggen daar aan ten grondslag. Kim’s blog inspireerde me om hier toch wat meer openheid en uitleg aan te geven omdat ook dit is wat mij vormt.

Allereerst; wat is een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis? Tot anderhalf jaar geleden wist ik het zelf ook niet. Ik heb in augustus 2013   te horen gekregen dat ik dit ‘heb’, maar ik had geen idee waarom. Totdat ik er dus over in gesprek ging en informatie ging opzoeken op internet: wat een herkenning! Kort gezegd houdt het in dat je een diepgaand patroon van geremdheid in gezelschap, gevoel van tekort schieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel hebt. Een gevolg hiervan is dat je (beroepsmatige) activiteiten vermijdt die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen. Ik werk ook veel liever zoals ik nu op mijn vrijwilligers-job doe; met een kleine club collega’s. Kantoortuinen maken mij ontzettend zenuwachtig. Net als overleggen, telefoontjes plegen en vooral: de social talk bij de koffieautomaat. Een ander gevolg is dat je jezelf als sociaal onbeholpen en voor anderen onaantrekkelijk of minderwaardig voelt. Voor mij is bijvoorbeeld afspreken met een groep echt killing, dat haalt qua emoties het slechtste in me naar boven. Overigens merkt de ander dit niet, hoogstens dat ik stiller ben dan de rest. Liever spreek ik 1 op 1 af: minder prikkels en minder triggers.  Met de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ben je je 24/7 bewust van jezelf en wat anderen wel niet van je zullen vinden. Hoewel ik ontzettend hard probeer om ‘leuk’ te zijn, blijf ik de stille San. Dat doet soms best pijn. Door regelmatig te oefenen en mezelf uit te dagen in sociale situaties probeer ik er zo goed mogelijk mee om te gaan en accepteer ik dat ik nu eenmaal niet de gangmaker van het feest ben. Wat niet volledig klopt, want op (dans) feestjes (geen verjaardagen!) kan ik heel enthousiast zijn en ben ik degene van de groep die het meest stuitert van zin.

Sommige ‘etiketjes’ kan ik voor mezelf niet negeren omdat ze te overheersend zijn. Borderline en depressie zijn er daar twee van. De ontwijkende persoonlijkheidsstoornis is voor mij anders; dat hoeft van mij geen naam te hebben. Vandaar dat ik het er nooit over heb. Ik ben San en ja ik ben stil en onzeker.  Maar dat is ok.

Advertenties

Crisisplan; uitleg en voorbeeld

Stel, het gaat niet goed met je. Je bent in paniek of je bent zo somber en verdrietig dat je niet meer onder je dekens vandaan kunt komen. Als je emotioneel hoog zit, is het lastig om te bedenken wat goed is om te doen zodat de situatie wat verbetert. Als steuntje in de rug is er het crisisplan.

Crisisplan klinkt wellicht wat heftig door het woord crisis. Crisis is voor iedereen anders. Ik weet nog toen ik de VERS-training deed; pannetje 5 bij mij suicidaliteit was, terwijl een groepsgenoot niet meer uit bed kunnen komen en niet meer voor zichzelf kunnen zorgen als pannetje 5 zag. Het pannetjesmodel is vergelijkbaar met het crisisplan. In het crisisplan kun je ‘registreren’ in welke fase je zit. In tegenstelling tot het pannetjesmodel uit de VERS-training geldt hier: hoe hoger je zit, hoe beter. Ik geef je een voorbeeld.

Je begint je crisisplan met je naam en de datum van de laatste update. Op deze manier is voor jezelf duidelijk hoe up-to-date je plan nog is (evenals voor hulpverleners als zij eventueel betrokken worden in je plan). Dat ziet er als volgt uit:

Naam: _______   ________

Datum laatste versie: _____________

Registreren, waar zit je?

  • 9-10 – Het gaat zeer goed.
    (let wel op als je gevoelig bent voor pieken die zorgen voor impulsief gedrag of jezelf overschatten)
  • 7-8 – Het gaat ruim voldoende tot goed, houden zo.
  • 6 – Nog voldoende, maar let op!
    Wat kun je doen om je stemming te verbeteren of op 6 te blijven?
  • 5 – Matig.
  • 3-4 – Slecht tot zeer slecht; crisis?
  • 0-2 – Crisis.

Het is misschien wat onwennig om jezelf  een cijfer te geven, maar op deze manier heb je wel een indicatie voor hoe het met je gaat en in welke fase je zit. Vervolgens zet je de volgende dingen in je plan: (let wel: de meeste dingen zijn handig voor jezelf, andere dingen, zoals de eerste vraag over suicidaliteit, is vooral nuttig voor hulpverleners).

Suicidaliteit; is er een poging gedaan? Zo ja, specifeer. Geef hierbij eerlijk antwoord over en hoe, wat en wanneer.

Medicatie. Geef hierbij aan welke medicatie je (eventueel) slikt, hoeveel mg en op welke momenten.

Externe triggers; welke gebeurtenissen halen je uit je evenwicht? Dit kan handig zijn om voor jezelf op een rijtje te hebben en zwart op wit te hebben staan. (en überhaupt om er eens bij stil te staan). Tevens handig voor hulpverleners als startpunt voor een gesprek.

Signalen dat het niet goed gaat.  Verdeel de signalen dat het niet goed gaat onder in gedachten, gevoelens en gedrag. Bijvoorbeeld: mijn gedachte is ‘ik kan dit toch niet’, mijn gevoel daardoor is onzekerheid en verdriet en mijn gedag is dat ik de situatie ga vermijden.

Wat kan ik doen om mijn stemming en toestand te verbeteren? (wat zou de ‘gezonde volwassene’ doen en zeggen?)

Helpende gedachten. Hiermee wordt bedoeld; gedachten die jou helpen om weer rustig(er) te worden of om jezelf gerust te stellen.

Wie kan ik bellen / inschakelen voor hulp? Maak hier een lijstje van mensen die je om hulp kunt vragen als je je niet goed voelt. Zet dan de naam en zijn / haar telefoonnummer er achter.

Wat kan de ander doen of zeggen om mij te helpen? Je hebt vast ideeën over wat je prettig vind dat anderen doen. Een arm om je heen slaan bijvoorbeeld, of een stukje met je wandelen. Bedenk voor jezelf wat jij prettig vindt en zet dat hieronder neer.

Telefoonnummers in volgorde van wie je eerst belt. Eerst je netwerk, dan de hulpverlening. Dit kan handig zijn als je in een waas zit en het niet zelf kunt bedenken. Ook is dit handig voor de hulpverlening om te weten.

Contactpersoon. Heb je een contactpersoon? Als in: iemand die op de hoogte is van jouw situatie en die kan worden ingeschakeld door de hulpverlening als dat voor jou helpend is.

Deze informatie en gegevens in een document wordt het crisisplan genoemd. Als je in therapie zit dan heb je er waarschijnlijk al een gemaakt, maar als je dit leest en je zit niet lekker in je vel maar je hebt geen therapie of je hebt daar (nog) geen crisisplan gemaakt; zet dan vooral zelf de eerste stap door er toch een te maken. Ik ervaar het als een houvast door de dingen zwart op wit te hebben staan. Zeker dingen als de helpende gedachten en wat kan ik doen om mijn stemming te verbeteren zijn dingen die ik me niet goed kan herinneren als ik vol in mijn emotie zit. Ik heb het plan in mijn telefoon staan op Google Drive, maar je kunt hem ook gewoon thuis bewaren op een vaste plek of bijvoorbeeld in je tas. Het kan helpend zijn om je plan te laten zien aan mensen die dichtbij je staan, zodat zij je beter kunnen helpen. Succes!

 

Balanceren op een koord

Soms word ik met zo’n onheilspellend gevoel wakker. Niet precies wetende hoe ik me voel; het kan alle kanten nog op gaan. Enerzijds gaat het wel en anderzijds het loodzware gevoel dat voelbaar is in heel je lijf wanneer je opstaat. Het huilen staat me nader dan het lachen, maar toch sta ik op en trakteer mezelf op een kop thee of koffie in de keuken. Mijn ‘gezonde volwassene’ zegt dat het best goed komt vandaag. Ik voel me ‘wiebelig’. Balancerend op een koord.  Maar ik heb tig keer met dit bijltje gehakt en ik blijf regelmatig op het koord staan in plaats van er af te vallen. 

Steeds meer begin ik te leren hoe ik met het wiebelige gevoel om moet gaan. Ik leer beter te luisteren naar de signalen die mij vertellen hoe het met me gaat. Waar ik voorheen gewoon over deze signalen heen denderde, schenk ik er nu meer aandacht aan. Ik sta meer stil bij wat ik voel. Dit klinkt wellicht wat zweverig, maar ik merk dat ik dit nu eenmaal zo moet toepassen bij mezelf, omdat ik anders grenzen over ga die weer kunnen leiden tot somberheid, oververmoeidheid, automutilatie en andere ellende. Stilstaan leidt tot zelfbewustheid. Deze zelfbewustheid zorgt ervoor dat ik mezelf ook serieuzer neem. Dit is overigens nog wel een aandachtspunt omdat mijn ‘straffende ouder modus’ hier veelvuldig overheen raast waardoor ik mezelf ga afzeiken en de grond in ga trappen. Niet helpend. Maar hé, ik ben nog aan het leren.

Vandaag is het zo’n wiebelige dag. Om zo’n dag door te komen moet ik een ‘plan van aanpak’ maken. Wat staat er op de planning vandaag, waar heb ik vrije tijd en hoe vul ik die in zonder een terugval te krijgen? Het enige vaste dat vandaag op de planning stond was mijn therapie. Niet gaan is niet helpend, dus ik ging. Ik weet van te voren niet wat een sessie gaat brengen en met welk gevoel ik weer naar huis ga, dus ga ik anticiperen en bedenken hoe ik mezelf op kan vangen als ik weer thuis ben. Dit deed ik voorheen niet (toegegeven, nog steeds niet altijd, maar ook hierbij geldt: ik ben ook nog aan het leren), maar als ik het wel doe merk ik dat het me houvast geeft. Het is dan ook minder erg (en eng) om de dag aan te gaan. Vandaag stonden de onderwerpen van de sessie iets verder van me af waardoor ik niet van slag raakte; dit maakt het balanceren op het koord al iets gemakkelijker. Vanaf nu is het weer up to me. Ik houd zoveel mogelijk de touwtjes in handen en doe wat goed voor mij is. Hier ligt het grote verschil tussen het nog rechtop staan en vallen: nu heb ik nog de regie en anders valt deze gevoelsmatig weg en ben ik overgeleverd aan mijn emoties. Zover is het vandaag (nog) niet en dat heb ik mooi in the pocket. Soms is het niet leven dag bij dag, maar dagdeel bij dagdeel. Vandaag alleen de avond nog, waar ik wel vertrouwen in heb zolang ik alert blijf. Kleine stapjes, maar wel stapjes waarbij ik rechtop blijf staan.

Fijne avond!