Opgenomen zijn op de ouderen-afdeling; een terugblik.

Als je op Facebook zit dan is het je vast wel eens opgevallen dat je herinneringen te zien krijgt van wat je op deze dag deed maar dan één, twee, drie of meer jaren geleden. Ik vind het altijd wel leuk om terug te zien en om die herinneringen, goed en slecht, even op te halen.

Vandaag de volgende herinnering: “weer even een stap terug en opgenomen in de kliniek”. Twee jaar geleden was dat mijn verdrietige post. En wat was ik verdrietig toen; het was de vijfde keer dat ik opgenomen werd, BOR-bedden niet meegerekend. (BOR = bed op recept, dan kun je 1 of 2 nachtjes blijven als time-out). Ik had nog zo gezegd dat ik nooit meer terug zou gaan naar die kliniek, en toch zat ik er nu weer. Wat een domper. Omdat de twee volwassenen-afdelingen vol zaten en het toch wel crisis was, was het de keuze of naar een andere stad of in de huidige kliniek maar dan op de ouderen-afdeling. Omdat ik niet naar een andere stad wilde koos ik voor de ouderen-afdeling. Leek me wel lekker rustig.

Opgenomen zijn op de ouderen-afdeling betekende dat ik als toen 25 jarige tussen mensen van tussen de 55 en 94 jaar zat. De oudste daar was een ontzettend lief vrouwtje van 94. Wat had ik met haar te doen, ze snapte helemaal niet waarom ze daar zat en wilde continu de dokter spreken. Ziektebesef was er nauwelijks, bij meer van de ouderen. Ze strompelden naar de therapieblokken, die anders waren dan op de volwassenen-afdelingen. Therapie bestond op de ouderen-afdeling voornamelijk uit bezigheidstherapie en er werd veel over vroeger gepraat. Ik voelde totaal geen aansluiting en heb me regelmatig afgevraagd wat ik daar in vredesnaam deed.

Toch kwam ik ook tot rust op die afdeling. Op de volwassenen-afdeling zitten ook mensen die psychotisch zijn of die druk aanwezig zijn. Daar zijn veel prikkels. Op de ouderen-afdeling zaten de ouderen tussen de therapieblokken door als zombies in de woonkamer. Een nogal treurig gezicht. Ik mocht niet veel op mijn kamer zitten omdat ik daar dan ‘weg zou kwijnen’, dus ik zat er vaak bij in de woonkamer. Echte gesprekken had ik niet met ze, een paar negeerden me omdat ze het maar raar vonden dat ik er was, anderen waren juist wel geinteresseerd en vonden het maar sneu dat zo’n jonge meid zo depressief was. (ik vond het andersom juist sneu, op zo’n leeftijd nog in een kliniek zitten). De eerste twee dagen zagen ze me steeds aan voor verpleging, het was wennen van beide kanten dat ik als jonkie daar zat.

Ik heb ook hartelijk gelachen daar; want -sorry- maar wat kunnen ouderen zeuren. Heel de dag over ditjes en datjes zeuren, niets was goed en alles moest gebracht worden zonder zelf ook maar een keer op te staan (op twee na mankeerde er weinig aan de benen). Ik was er dagelijks koffie-juffrouw zonder ooit zelf een kop koffie terug te krijgen. Niet erg natuurlijk, ik ben immers jong, maar in een depressie kost het toch allemaal wat meer moeite.

De ouderen waren fan van Dokter Tinus op tv. Zelfs nu, twee jaar later, waan ik me weer op de bank daar op die afdeling als ik een promofilmpje zie van Dokter Tinus. Daar voor moest er naar Goede Tijden Slechte Tijden gekeken worden, met het volume voluit. Gelukkig voor mij was er sinds een paar weken wifi in de kliniek dus doodde ik mijn tijd met internet terwijl ik er toch braaf bij zat daar in die woonkamer.

Op de volwassenen-afdeling is het gebruikelijk dat je je avondmedicatie vanaf 22 uur kunt ophalen bij de verpleging. Op de ouderen-afdeling was dit gelukkig niet het geval en kon ik ook een uur of zelfs twee uur eerder mijn medicatie al krijgen. Ik haalde het meestal al vroeg en ging dan vroeg naar bed.

Na anderhalve week kwam er een plaatsje vrij op de volwassenen-afdeling en kon ik overgeplaatst worden. Toch zei ik nee, en bleef ik op de ouderen-afdeling. Inmiddels had ik het geaccepteerd dat ik daar zat en vond ik de ouderen beter te verdragen om me heen dan de drukke mensen op de twee volwassenen-afdelingen, waar ik ook een paar mensen kende. Ik had helemaal geen zin in die bekenden, dus ik bleef lekker zitten waar ik zat. Het kalme ritme deed me goed. Het loste de depressie niet op, maar even uit mijn eigen omgeving zijn en minder verantwoordelijkheden hebben was even fijn. Ik zag het als een time-out, om weer even de scherpste randjes van mijn depressie te halen zodat ik het daarna thuis zelf weer op kon pakken.

Toen ik uiteindelijk met ontslag ging zei ik stelliger dan ooit ‘dit nooit weer’. Ook al was dit mijn rustigste opname uit het rijtje van vijf, het is toch verre van een fijne ervaring om daar te zitten. Je maakt er het beste van, maar als ik het voor het zeggen had dan zou ik daar nooit meer terug komen.

Vandaag zag ik dus die herinnerings-post op Facebook, en realiseerde me: deze opname twee jaar geleden is mijn laatste geweest. Nooit meer heb ik een stap daar over de drempel gezet. Ik heb nog wel in situaties gezeten waarin ik opgenomen had kunnen worden, maar ondanks dat ben ik al twee jaar thuis. Hoe dankbaar ik daar voor ben is bijna niet in woorden uit te drukken.

Interne straffende ouder modus

Als ik zeg ´straffende ouder´, waar denk je dan aan? Wat zie je voor je? Met een beetje verbeelding zie ik een groot figuur die tekeer gaat tegen een klein kindje. Het figuur is boos, onaardig en onredelijk. Deinst voor niets of niemand terug en neemt een prominente plek in.

Zo’n straffende ouder kun je intern hebben. Je kent het vast wel dat je jezelf wel eens uit scheld na een niet zo handige actie: ‘dommerd, dat had je wel even anders kunnen doen!’. Daar is op zich niks mis mee, je vind jezelf in dat móment even een dommerd, maar het is geen overtuiging over je complete zijn. Het wordt een probleem als de opmerkingen van je interne straffende ouder wél overtuigingen worden over je complete zijn. Als je continu tegen jezelf zegt dat je waardeloos bent en niets voorstelt dan heeft dat niets meer met een situatie te maken (waarin je net nog een dommerd was, dat ging om een situatie), maar over de overtuiging dat jij zo bent in z’n geheel.

Vandaag moesten we in therapie ieder voor zich de straffende (of veeleisende) ouder boodschappen die je jezelf geeft opschrijven. Dat werd een A4’tje vol. Best confronterend. Ik had niet de minste dingen opgeschreven, niemand in de groep niet. Het besef als je zwart op wit ziet hoe hard en naar je naar jezelf bent is pijnlijk, en zorgde ook wel voor wat tranen. ‘Niet zo gek dat je je zo somber voelt’ zei de psych. Nee, dat is niet gek. Het moet dus veranderen.

Een straffende ouder schakel je niet zomaar uit. Het is een modus die op komt zetten omdat onderliggende schema’s getriggerd worden. Eén van die schema’s is ‘falen en mislukken’; de angst om dingen fout te doen, om te falen, etc. Als ik iets doe, kan echt alles zijn, van boodschappen doen tot sociaal doen tot koken, ben ik bang dat het mislukt en dan komt direct die straffende ouder om de hoek kijken en begint te schelden. Uiteindelijk gaat het zo ver dat je nog niet eens actie hoeft te ondernemen of die straffende ouder begint bij voorbaat al zijn zegje te doen.

Mijn therapeuten zeggen regelmatig dat enkel cognitieve gedragstherapie niet genoeg is. Ja, het denkpatroon moet veranderen. Maar de meerwaarde zit hem in oefeningen doen: rollenspellen en imaginatie. Juist door dan te voelen hoe het anders kan, hoe je een situatie kunt veranderen, zorgt voor een echte eye-opener. Ik heb wel eens een stoel die dan even de straffende ouder was een enorme rot trap gegeven en ook regelmatig staan er ‘straffende ouders op de gang’. Het is soms even lastig om je over te geven in de oefeningen, zeker imaginatie en re-scripting is erg pittig. Bij imaginatie ga je terug in een (traumatische) gebeurtenis en met re-scripting ga je hem samen met je psych zo maken dat het gevoel over die gebeurtenis minder heftig wordt.

Merken anderen hier nou iets van? Nee, helemaal niets. It happens all inside. Je kan ook een straffende ouder naar je omgeving hebben, maar daar ben ik zelf niet bekend mee.

In therapie noemen we de straffende ouder de ‘nasty motherfucker’. En dat is ie.

Werk aan de winkel!

Open zijn of masker op (houden)?

Ik word wel eens verdrietig van het gevoel onbegrepen te worden. Dagelijks voel ik me onbegrepen omdat mensen niet zien wat ik voel. Ik kan het mensen niet kwalijk nemen, want ik uit ook weinig, maar het weinige uiten doe ik lang niet altijd bewust: ik ben zo en het is er al vroeg zo ingebakken. Waarom is het toch zo lastig om te laten merken of het goed of slecht gaat? Ik persoonlijk vind het moeilijk om verbaal aan te geven dat ik me niet goed voel. Makkelijker is het als mensen het aan je merken; dat er geen woorden nodig zijn. Maar meestal gebeurt dat niet. Ik lach het (te) vaak weg en doe waar mogelijk of er niets aan de hand is als ik onder de mensen ben. Om vervolgens als ik weer alleen ben in te storten. Ik heb er een hekel aan als mensen dingen bagatelliseren, maar zelf bagatelliseer ik er over mijn eigen situatie op los. Niet helemaal fair.

Dat ik introvert ben helpt niet mee. Dat ik mede daardoor in de categorie ‘stille borderliner’ val helpt ook niet mee. Mensen hebben een beeld bij borderline en ik pas niet in dat plaatje. Ik richt alles naar binnen, terwijl de ‘klassieke borderline’ meer naar buiten gericht is. Doordat ik alles op mezelf richt en doordat alles intern gebeurt en intern blijft heeft de omgeving niets door. Verander dat dan, zul je misschien denken. Dat gaat dus moeilijk. Ik kan en wil niet ineens dingen naar buiten gaan richten terwijl ik ze niet zo voel. Het is mijn strijd en ik wil niet dat anderen daar last van hebben (hallo verlatingsangst).

Het is de laatste tijd weer meer strijd in mijn hoofd dan normaal. De meest kleine dingen kunnen mij triggeren om dagenlang suf over te piekeren. Rationeel gezien weet ik wel dat ik van een mug een olifant maak, maar de angst, het gepieker en de onrust worden er niet minder om, het probleem zit hem in het reguleren van die emoties en gedachten, ik ben de controle een beetje kwijt.

Vandaag heb ik de stap gezet om toch iets naar iemand te uiten; mij kwetsbaar op te stellen en te vertellen waar ik bang voor ben en hoe me dat beperkt. Het werd ontzettend goed opgepakt en er werd meteen gekeken naar hoe het voortaan anders kan. Het loont dus wel om eerlijk en open te zijn, maar toch blijft het een spannend ding.

Alarmsignaal depressie: overprikkeling

´Man man man..´ ´Jezus..´ ´Pfff..´ ..veel meer komt er niet uit mij als ik overprikkeld ben. Te moe om nog fatsoenlijk te communiceren, en als ik dan toch communiceer dan is het snauwend, chagrijnig of boos. Vandaag wil ik in gaan op overprikkeling: wat is het, wat gebeurt er dan, hoe kun je er op letten en wat heeft het te maken met depressie.

Ik kom op dit onderwerp omdat dit voor mij de afgelopen week erg actueel is. Iedere dag raak ik overspoeld door alles waardoor ik op mijn tenen loop om nog te kunnen functioneren. Overprikkeling dus: prikkels die teveel zijn. Er zijn verschillende prikkels; zintuiglijke, cognitieve en emotionele.  Bij de zintuiglijke prikkels gaat het om de dingen die je kunt zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Cognitieve prikkels zijn prikkels die te maken hebben met je eigen gedachten, je informatieverwerking, hoeveelheid wat er je gezegd of gevraagd wordt of bij multitasken. Bij emotionele prikkels worden de emoties niet meer goed gereguleerd waardoor je overspoeld raakt.

Ook al doe je je best, overprikkeling valt niet altijd te voorkomen. Bij diverse groepen komt het vaker voor dan normaal, denk dan aan mensen met NAH, AD(H)D  of autisme. Als je zoveel last hebt van je gevoeligheid en de prikkels dat het je functioneren beperkt, als het erger is dan voorheen en je loopt vast op meerdere levensgebieden dan kan het zijn dat er sprake is van een burn-out of depressie.

Ik herken oveprikkeling inmiddels als een alarmsignaal. Als ik dagen achtereen sneller huil, nog vermoeider ben dan normaal, meer hoofdpijn heb dan normaal en snauwend, zwetend en boos thuis kom dan weet ik dat ik moet oppassen en mezelf in de gaten moet houden. Ik herken het ook aan dat mijn concentratie achteruit gaat. Ook al maak ik een boodschappenlijstje: groot kans dat ik niet met alles thuis kom. Ik neem het niet meer op en raak lichtelijk in paniek bij het besef daarvan. Ik vergeet op zo’n moment ook afspraken of activiteiten die ik normaliter nooit zou vergeten en nota bene gewoon in mijn agenda staan. Het hoofd is dan voller dan vol.

Bij overprikkeling geldt zoals met veel symptomen: er is een grijs gebied tussen wat normaal is en wat ‘ziek’. Het maakt veel uit in hoeverre iemand een symptoom als beperking ervaart. Als een klacht of symptoom je dagelijkse leven beperkt dan zie ik het niet meer als normaal: dan moet er actie ondernomen worden.

Als je te veel en te lang overprikkeld raakt, raakt je systeem overbelast. Als je systeem overbelast is ben je gevoeliger voor stress, en als je gevoeliger bent voor stress raak je ook sneller overprikkeld, en zo kom je in een vicieuze cirkel. Het is dan erg moeilijk om nog tot rust te komen. Een avondje vroeg naar bed of een weekend rustig aan doen helpt dan niet meer genoeg om bij te tanken.

Van overprikkeling kun je erg somber worden, en bij somberheid ben je (althans, ik), gevoeliger voor prikkels. Voor mij gaan deze twee samen. Zoals ik net al zei is overprikkeling voor mij een alarmsignaal. Het kan een voorteken zijn van een beginnende depressie. Als je vaker depressies hebt gehad ga je steeds beter signalen herkennen, iedereen heeft zo zijn of haar eigen signalen. Soms herken je die in een vroeg stadium en kun je nog je best doen om in te grijpen. Ik herken bij mezelf momenteel meerdere signalen en hoop door extra goed op mijn grenzen te letten, een paar stappen terug te doen en extra goed voor mezelf te zorgen dat ik er op tijd bij ben. Somberheid is bij mij nooit weg, maar echte depressie is al een paar maanden geleden en dat verleng ik graag nog met een lange tijd.

Terug naar overprikkeling. Het belangrijkste is als je merkt dat je overprikkeld bent of raakt, is dat de reden van overprikkeling moet worden weggenomen. Het is dus zaak dat je de oorzaak achterhaalt, zodat je weet in welke situaties je rustiger aan moet doen.  Daarnaast is het handig om lichamelijke situaties te (her)kennen, zodat je tijdig kunt handelen zodra je voelt dat het mis dreigt te gaan. Makkelijker gezegd dan gedaan, als ik naar mezelf kijk weet ik inmiddels de oorzaken, maar dat tijdig handelen is nog een dingetje. (heeft weer met acceptatie te maken).

Een paar dingen die kunnen helpen tegen overprikkeling:

  • Ten eerste: uit de situatie gaan en een rustige, veilige plek opzoeken
  • Ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen
  • Warme douche of bad nemen
  • Kopje warme melk of thee drinken
  • Je aandacht richten op een positieve activiteit (zo kwam bij mij dit blog)
  • Afleiding zoeken
  • Rustgevende muziek
  • Wierook
  • Wandeling door het bos / over de hei / het strand: natuur in
  • Time out, even een uurtje in bed gaan liggen
  • Tot slot: letten op eigen grenzen!

Aan anderen is het best lastig uit te leggen wat voor jou overprikkeling is en hoe dat voelt. En vooral: waar je dan behoefte aan hebt. Ik heb zelf meestal behoefte om eventjes uit te razen, mopperend mijn verhaal te doen en daarna even een moment voor mezelf te hebben. Ik ben grote vrienden met de douche en de waterkoker voor kopjes thee. Als je voor jezelf je behoeftes duidelijk hebt kun je dit ook beter communiceren met je omgeving en krijg je beter wat je nodig hebt!

Look who’s back!

Lange tijd was het hier stil. Heel stil. Tientallen excuses zijn er te bedenken waarom dat zo is, maar het komt neer op dat ik het met periodes moeilijk vind om een blog te typen over mijn problematiek. Soms ben je namelijk wel even uitgepraat. Of omdat ik mezelf heb genesteld onder mijn steen, of omdat ik in therapie al zoveel praat of zo hard aan het werk ben dat een blog er even niet bij kan.

Definitief stoppen was nooit mijn plan. Het gaat alleen met ups en downs: het lijkt potdikkie borderline wel 😉 – Langzaamaan begin ik qua bloggen weer een up te voelen. Ergens mis ik het. Ik vind het leuk om dingen te vertellen en uit te leggen, niet alleen voor jou als lezer, maar ook voor mezelf omdat ik me zo in een positie zet die me dwingt om ook positiviteit te zien, aangezien ik altijd een positieve draai probeer te geven aan het onderwerp waar ik over vertel. Hoe negatief het onderwerp misschien ook is. Heb ik dan een bord voor m’n kop? Nee, ik denk het niet. Ik wil alleen voorkomen dat ik in de slachtoffer rol ga zitten en daardoor in een neerwaartse spiraal mezelf naar beneden haal. Daar heeft niemand iets aan, ook jij als lezer niet want jij wordt ook beïnvloed door wat je leest.

Goed. Ik ben dus weer een soort van terug. Ik ben sinds mijn laatste blog weer een stuk gegroeid! Ik heb onlangs mijn eerste jaar schematherapie voltooid en ben nu bezig met het tweede en laatste jaar. Ik voel nog overduidelijk mijn borderline maar ik leer steeds meer om er mee om te gaan en me niet meer zo te laten meeslepen door mijn emoties. Lukt niet altijd hoor, ik zit nu bijvoorbeeld weer in een periode dat ik veel huil, enorm overprikkeld ben, snel chagrijnig, verdrietig, angstig, geïrriteerd, boos, en de depressieve gevoelens kloppen ook weer aan. Voor alsnog kan ik het echter handelen en dat is een groot geschenk. Of geschenk.. ik werk er hard voor en het is fijn om te merken dat dat niet voor niets is.

Hoe zweverig bovenstaande alinea misschien ook overkomt, ik denk dat er wel dingen zijn die ik hier weer kan gaan delen. Borderline betekent voor mij dagelijkse strijd. Nog steeds. Ook mijn andere diagnoses gooien vaak roet in het eten, maar ik heb in het begin al bewust de keuze gemaakt om op mijn blog de nadruk te laten liggen op borderline en depressie, om het op deze manier overzichtelijk te houden. Dus.. komende tijd weer borderline- en depressie gerelateerde blogs! Zijn er nog onderwerpen waar jij als lezer meer over wil weten? Dat mag je altijd aan me laten weten, dan kan ik daar op in gaan.

Tot gauw!