Geen #dinsdagtherapiedag: winning!

#dinsdagtherapiedag; al jaren een begrip in mijn leven. Eerst een paar jaar in Hilversum en nu al anderhalf jaar in Amsterdam is de dinsdag mijn vaste dag waarop ik therapie volg. Ik begon vijf jaar geleden met deeltijd vier dagen in de week en ben nu op het punt aangekomen dat het naar om de week een sessie gaat. Dat voor de komende drie maanden, daarna drie maanden één keer per maand en dan ben ik klaar. Nog maar tien sessies. Wow.

Deze dinsdag, vandaag, is de eerste keer dat ik geen therapie heb. Ik hoefde niet om 08.30u op de fiets te zitten. Raar gevoel, alsof ik spijbelde. Tegelijkertijd voelt het ook ontzettend goed. Ik ben aan het afbouwen, iets waardoor ik gedwongen wordt om te evalueren. Hoewel ik niet sta waar ik gehoopt had te staan, realiseer ik me ook dat dat komt door andere problematiek. Ik ben een twee jarig traject in gegaan met schematherapie, in een groep mensen met borderline. Het is ook specifiek gericht op borderline. Natuurlijk komen andere stoornissen die spelen wel aan de orde, maar niet genoeg, merk ik nu. Kan ook niet, borderline was en is de focus.

Mijn borderline heb ik best redelijk onder controle gekregen, denk ik. Dat is natuurlijk ontzettend fijn, daar heb ik keihard voor gewerkt en het is nog steeds elke dag knokken. Ik herken mezelf nog steeds in de diagnose, maar minder heftig. Hoe cliché het misschien ook klinkt; ik heb er mee leren omgaan. De vlag gaat nog niet uit, want omgaan met de drang naar automutilatie, mijn ontzettende verlatingsangst, laag zelfbeeld, eenzaamheid, psychotische periodes en stemmingswisselingen zijn nog steeds naar. Maar als ik kijk hoe ik nu ben in vergelijking met twee jaar geleden heb ik grote stappen gezet. En dan te bedenken dat ik in het begin sterk mijn twijfels had bij schematherapie.

Fijn dus, borderline beter onder controle. Maar er is meer. Angst en depressie beheersen mijn leven behoorlijk. Ik ben nogal paranoide, durf daardoor de straat nauwelijks op en dat maakt dat ik aan huis gekluisterd ben. Ik oefen wel, maar de angst en paranoide overtuigingen blijven. Dan zou je denken dat ik het thuis dan maar zo gezellig mogelijk maak, maar niets is minder waar. Het huishouden lukt niet zo goed als ik zou willen, ter ontspanning een serie kijken of een boek lezen lukt maar een enkele keer omdat ik te moe ben en mijn hoofd te druk is. Naar de supermarkt gaan om boodschappen te doen levert veel stress op. Ik moet al een paar dagen naar de glas- en papierbak, maar ik vind het eng. Gelukkig ben ik van nature al een beetje een huismus, maar dagelijks thuis zijn maakt wel dat de muren op je af komen en je wereld erg klein is. Mijn vrijwilligerswerk lukt momenteel ook niet, waardoor ik ook daarin mijn structuur en sociale contacten mis. Jammer. Gelukkig bestaat er eindeloos veel muziek, dat sleept me de dagen door. Soms klassiek, soms techno, soms Marco Borsato. Het helpt.

Ik ben ontzettend trots in wat ik heb bereikt de afgelopen therapiejaren, ik ben gegoeid. Maar o wat is het ook pijnlijk dat ik nog steeds niet ‘normaal’ kan leven. Werken, sociale activiteiten, leven zonder overal bang bij/van te zijn, emoties onder controle.. Het lijkt nu nog zo ver weg.

Wat ik nooit verloren ben, is mijn motivatie. Een enkele keer heb ik een dag of dagen dat het allemaal soepeler gaat. Dat ik rustiger ben. Niet gelukkig maar tevreden. Acceptatie. Door dat af en toe te voelen krijg ik vechterslust. Focus op het positieve. Dit is niet zwart/wit natuurlijk, want de dagelijkse huilbuien en de somberheid zit er nog. Diep. Maar je hebt wel een keuze hoe je daarmee om gaat. Ik probeer dus nu te bedenken hoe ik de angsten en de depressies die al 15 jaar spelen, onder controle kan krijgen. Het einde is nog lang niet in zicht, maar ik vecht door. En voor nu is het 1 – 0 voor mij tegen de borderline. Winning.

Advertenties

Persoonlijke update

Precies drie maanden geleden sinds mijn laatste blog online kwam. Een blog over dat ik me niet zo goed voelde, alsof de depressie voor de deur stond. In die drie maanden ben ik me overal wat terug gaan trekken; Facebook, Twitter en in real life. Ik heb dat soms nodig om tot mezelf te komen. Rust is wat mij helpt, niet meteen, maar uiteindelijk is het goed voor me. Ik slaap dan veel, denk veel, doe wat in huis, volg m’n therapie en doe mijn best om m’n werk te doen. Verder vooral rust. Weinig afspraken met vrienden, gelukkig geeft iedereen me de ruimte en is het goed als ik weer in de lucht kom als het beter gaat.

Dat ik drie maanden geleden dacht dat de depressie wel weer eens om de hoek zou kunnen komen kijken had ik niet helemaal verkeerd ingeschat. Ik heb me weer even goed rot gevoeld. Mijn angsten werden weer sterker waardoor ik de deur bijna niet meer uit durfde. Reizen met het OV was ook lastig. Ik werd hierdoor erg beperkt in het kunnen gaan naar therapie en werk, waardoor mijn somberheid werd versterkt. Op een gegeven moment trok ik het nauwelijks meer en ben ik in overleg met mijn psychiater weer opnieuw begonnen met Prozac. Ik ben hier een jaar geleden mee gestopt omdat het naar mijn gevoel niet zo hielp, maar ik geef het nu nog een kans, vooral omdat het de vorige keer wel goed aansloeg op mijn angsten.

De keuze om weer met Prozac te beginnen is een goede geweest; sinds een week of twee voel ik me wat beter. Ik ben beter in mijn hum, ben weer meer aanwezig, onderneem weer voorzichtig aan wat meer. Angstig ben ik nog wel, ga niet op mijn gemak alleen over straat, ook overdag niet. Dat is wat lastig, maar ik probeer er doorheen te gaan en me zo min mogelijk daardoor te laten tegenhouden. Daarnaast doe ik mijn best om in therapie en zelfstandig daarbuiten de oorzaak aan te pakken. Eens moet het (dan) toch minder worden hoop ik.

Is de depressie nu dan over? Helemaal; nee. Dat is het nooit, puur omdat die somberheid altijd aanwezig is. Toch trek ik het labeltje voor nu van me af, omdat ik me wel goed genoeg voel. Aan de altijd aanwezige somberheid wen je, hoe triest dat ook is. Het is voor mij gevoelsmatig pas depressie als er een dubbele laag overheen valt. Het wordt ook wel een dubbele depressie genoemd: een depressie op een chronische depressie. Het is de hevigheid die ik dan slecht trek. Nu trekt het weer naar het oude en daar is mee te leven. Ik doe thuis alweer dansjes op techno, dat is een goed teken. Over drie weken ga ik weer eens uit om te dansen. De laatste keer dat ik dat deed ging het niet goed maar nu heb ik er vertrouwen in dat ik die avond kan genieten.

Hoewel ik voorzichtig aan meer dingen aan het plannen ben en meer de deur uit wil, let ik ook heel erg op mijn grenzen en doe ik het rustig aan. Ik ben nog steeds de ‘oma’ en dat vind ik prima. Je leert jezelf steeds beter kennen, wetende wat je wel en niet (aan) kunt. Accepteren dat je niet alles kunt wat je zou willen is nog steeds moeilijk, maar het gaat steeds beter. Het is nu vooral goed mijn best blijven doen in therapie en goed voor mezelf zorgen. Opbokken met de depressie. Tot gauw!

Gangmaker van het feest

Vanmorgen las ik een blog  die mij raakte. Geen dramatisch blog, maar wel een die ging over waar ik me (ook) veel mee bezig houd; namelijk schuldgevoel. Schuldgevoel om wie je bent, wat je doet, en vooral om wie je niét bent en wat je niét doet. Daarbij (en daardoor) trap ik mezelf dagelijks de grond in, ook wel in schema-therapie de ‘Straffende Ouder’ modus genoemd. Een innerlijke strijd die veel energie kost, waar je somber van wordt en die niet helpend is voor het veranderen of verbeteren van de (je) situatie.

Natuurlijk komt dit niet zomaar uit de lucht vallen, achter dat schuldgevoel zit nog een heel scala aan gevoelens en emoties.  In het blog van Kim ligt de oorzaak bij de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Hoewel ik er zelf nog nooit over geblogd heb omdat ik het hier vooral over borderline en depressie wil laten gaan, is de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ook iets waar ik dagelijks mee te kampen heb. Veel van mijn angsten komen daar vandaan en ook mijn introverte sociale ‘onhandigheid’ en fobie liggen daar aan ten grondslag. Kim’s blog inspireerde me om hier toch wat meer openheid en uitleg aan te geven omdat ook dit is wat mij vormt.

Allereerst; wat is een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis? Tot anderhalf jaar geleden wist ik het zelf ook niet. Ik heb in augustus 2013   te horen gekregen dat ik dit ‘heb’, maar ik had geen idee waarom. Totdat ik er dus over in gesprek ging en informatie ging opzoeken op internet: wat een herkenning! Kort gezegd houdt het in dat je een diepgaand patroon van geremdheid in gezelschap, gevoel van tekort schieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel hebt. Een gevolg hiervan is dat je (beroepsmatige) activiteiten vermijdt die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen. Ik werk ook veel liever zoals ik nu op mijn vrijwilligers-job doe; met een kleine club collega’s. Kantoortuinen maken mij ontzettend zenuwachtig. Net als overleggen, telefoontjes plegen en vooral: de social talk bij de koffieautomaat. Een ander gevolg is dat je jezelf als sociaal onbeholpen en voor anderen onaantrekkelijk of minderwaardig voelt. Voor mij is bijvoorbeeld afspreken met een groep echt killing, dat haalt qua emoties het slechtste in me naar boven. Overigens merkt de ander dit niet, hoogstens dat ik stiller ben dan de rest. Liever spreek ik 1 op 1 af: minder prikkels en minder triggers.  Met de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ben je je 24/7 bewust van jezelf en wat anderen wel niet van je zullen vinden. Hoewel ik ontzettend hard probeer om ‘leuk’ te zijn, blijf ik de stille San. Dat doet soms best pijn. Door regelmatig te oefenen en mezelf uit te dagen in sociale situaties probeer ik er zo goed mogelijk mee om te gaan en accepteer ik dat ik nu eenmaal niet de gangmaker van het feest ben. Wat niet volledig klopt, want op (dans) feestjes (geen verjaardagen!) kan ik heel enthousiast zijn en ben ik degene van de groep die het meest stuitert van zin.

Sommige ‘etiketjes’ kan ik voor mezelf niet negeren omdat ze te overheersend zijn. Borderline en depressie zijn er daar twee van. De ontwijkende persoonlijkheidsstoornis is voor mij anders; dat hoeft van mij geen naam te hebben. Vandaar dat ik het er nooit over heb. Ik ben San en ja ik ben stil en onzeker.  Maar dat is ok.

Leren van een depressie

Nauwelijks meer slapen, de straat amper op durven, alleen de noodzakelijke treinritten naar therapie maken maar verder dan dat niet komen, geen sociaal leven meer en bang voor alles en iedereen; zo zagen voor mij de afgelopen maanden eruit. Behoorlijk depressief en tegen het psychotische aan. Waanideeën, hallucinaties, achtervolgingswaanzin en paranoïde overtuigingen. Donkere, zwarte gedachten.

Gelukkig is de storm bezig om te gaan liggen. Althans, in mijn hoofd. Buiten is een ander verhaal op deze herfstige dag (wat ik heerlijk vind overigens). Ik ben nu vooral ontzettend veel slaap aan het inhalen; rond 20u/21u al in bed liggen is eerder regel dan uitzondering en waar het kan slaap ik ’s middags ook, iets wat ik eerder nooit kon. Heerlijk om weer te kúnnen slapen na heel wat nachten thee drinken en ontspanningsmuziek luisteren.

Tijdens zo’n periode loop je ontzettend tegen alles aan. Contact met anderen onderhouden is erg moeilijk (voor mij – ik ben al introvert en dat wordt dan versterkt), met als gevolg dat het wel een eenzame bedoeling wordt. Je moet het hebben van je zelfredzaamheid, en ik merk dat ik daar per depressie iets beter in wordt. Neemt niet weg dat ik nog wel dagelijks hulp nodig heb, maar ook dat begin ik iets meer te accepteren. Mijn ‘straffende ouder modus’ is continu actief en die probeer ik wat af te remmen (modus waarin je vooral kampt met dominante negatieve gedachten). Zelfredzaamheid is wel ingewikkeld als je angstig bent. Ik was zo bang voor mensen dat ik geen winkel meer in durfde. Best lastig als je toch eten op tafel wil zetten. Uiteindelijk in kleine stapjes ben ik nu zo ver dat ik weer zonder problemen de supermarkt in kan en ik heb zelfs alweer geshopt!

De les die ik uit deze periode haal, is vooral ‘blijven communiceren’. Openheid tegenover zowel de hulpverlening als de mensen om je heen. Ik heb gemerkt dat je dan veel beter krijgt wat je nodig hebt en dat het ook een hoop frustratie, boosheid, onbegrip en ruzie scheelt. Klinkt heel logisch, maar als je in een ‘emotionele episode’ zit, dan kom je daar soms niet toe en ik ben dan geen ster meer in helder nadenken. Alles alleen willen doen zit in mijn aard, maar ik heb nu ondervonden dat hulp vragen (en accepteren!) ook zelfzorg is en mij verder brengt.

Het grappige aan dat ik voel dat de depressie naar de achtergrond verdwijnt, is dat ik merk dat de borderline symptomen weer op de voorgrond treden. Ik vind dat een lastige switch, maar zoals een groepsgenootje terecht zei; ‘dan liever borderline, daarmee heb je ook nog goede momenten’. En zo is het.

“Over twee jaar ben je relaxter”.

De hele zomer heb ik niet omgekeken naar mijn blog. Geen inspiratie en even uitgepraat over mezelf en de psychiatrie. Ook op social media ben ik de afgelopen maanden minder gaan tweeten of posten over details; ik hield het meestal bij ‘het is een goede dag’ of ‘het is gewoon even ronduit bagger’.
*
Eerder vanavond nam ik na het eten even een warme douche. Dat doe ik vaker om even tot rust te komen en te ontspannen, om daarna nog even rustig de avond in te gaan of door te gaan naar bed. Tussen het eten en die douche in was ik bezig met de vaatwasser inruimen, en op dat moment kreeg ik de kriebels om weer te gaan bloggen. Waarom dan? Omdat ik stiekem doodsbang voor dat ding ben maar hem toch stoer aanzet, mezelf ondertussen ‘uitlach’ – ik bedoel, wie is er nou bang voor een vaatwasser.. (of de wasmachine of oven/magnetron – nog zoiets) Tegelijkertijd dacht ik; het is tijd om weer te gaan schrijven. Al schrijvend krijg ik dingen weer op een rijtje, is het beter te begrijpen en ik vind het bij vlagen ook fijn om dingen te delen. Overigens is de angst voor die apparaten nieuw, het roept sinds kort beelden op van brand, wateroverlast of ontploffingen. Ik gebruik ze nog wel hoor, maar het laat wel weer zien dat angsten zomaar op kunnen treden, voor de meest normale, dagelijkse dingen.
*
Ook een reden om weer te gaan bloggen is dat ik vanaf volgende week ga beginnen met een nieuwe therapie in een andere GGz instelling, in een andere stad. De GGz instelling waar ik de afgelopen drie en een halfjaar in behandeling geweest ben is verleden tijd: op mijn laatste #dinsdagtherapiedag nam ik afscheid en liep ik voorgoed het gebouw uit. Het is nog even wennen; dat gebouw, de psychologen, psychiaters, vaktherapeuten, de verpleging en niet te vergeten mijn lieve groepsgenoten waren toch jarenlang onderdeel van mijn week. Echter is het nu tijd voor een nieuwe fase, en hopelijk worden de komende twee jaren die staan voor mijn volgende therapie mijn laatste twee intensieve therapiejaren. Volgens mijn nieuwe behandelaar ben ik over twee jaar een stuk relexter. Alsof hij me nu al doorheeft, na twee gesprekken. Ik vind het een mooi doel, want in mijn ogen is relaxter zijn ook minder angstig, minder vatbaar voor prikkels, beter zijn in emoties reguleren en zelfstandiger kunnen zijn. Kom maar op. De therapie die ik ga volgen is deeltijd-schematherapie, twee dagen in de week, twee jaar lang. In een groep met enkel mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik ben oprecht erg benieuwd waar ik in terecht ga komen, borderline kan immers op veel manieren tot uiting komen en ik ben therapiegroepen gewend waar ik meestal de enige was met die problematiek. Saai zal het in ieder geval vast niet worden. Heftig wordt het wel, en ben ook gewaarschuwd dat ik de komende tijd waarschijnlijk slechter in mijn vel ga zitten voordat het beter gaat. Komende week heb ik therapie-vakantie, dus nog even genieten van wat rust. Voor mij voelt het als weer een stap vooruit in de goede richting; een misschien wel laatste zetje om het daarna alleen te kunnen doen, of desnoods alleen met een psycholoog. Mijn behandelplan is klaar, de doelen zijn geformuleerd en mijn crisisplan is in de maak. Ik vind het rete spannend maar ben er klaar voor. Wordt vervolgd 🙂

Borderline in de praktijk.

Ongetwijfeld zie je aan mijn berichten op Twitter of Facebook dat ik vaak mijn dag niet heb. Dat ik me depressief voel, of dat ik bang ben. Of dat ik ineens out of the blue midden in de nacht op de dansvloer sta. Voor mensen in mijn ‘echte’ wereld is het vaak al moeilijk te snappen. Als je een hele dag met mij doorbrengt, merk je waarschijnlijk de wisselingen in mijn stemming en gedrag wel. Maar als jij mij maar een ochtend, middag of avond ziet, of je leest alleen flarden van mijn berichten op social media, dan kan het heel vreemd overkomen dat ik me ’s ochtends nog depressief voel en diezelfde avond toch met een biertje op de dansvloer sta. Of dat ik juist vol enthousiasme aan iets begin en een uur later zit te janken van ellende. Borderline kenmerkt zich met name door (sterke) stemmingswisselingen. Ik laat je graag een paar dagen in mijn huid kruipen, om te ‘ervaren’ hoe -voor mij- leven met borderline is.
*
Laten we de afgelopen vier dagen nemen. De dag voor het weekend, het weekend en de dag na het weekend. Dan beginnen we dus met afgelopen vrijdag. Valentijnsdag. Je staat op tijd op, want je moet om 10u bij de GGz zijn voor een afspraak van drie uur. Twee gesprekken met twee verschillende psychologen en je DNA afstaan voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je je DNA afstaat door middel van ‘tuffen in een buisje’, laat de psych je even alleen, omdat het niet erg charmant is. Dat tuffen in een buisje zijn trouwens haar woorden, niet de jouwe. Je doet braaf wat je gevraagd wordt, maar bent blij als de lange afspraak met vervelende en moeilijke vragen voorbij is en je weer naar frisse lucht kunt happen als je buiten op de drukke Wibautstraat staat. Je houd van die straat. Je hebt er op school gezeten en je favoriete dans club is aan de overkant. Je gaat boodschappen doen. Je bent de rest van de dag alleen, dus makkelijk qua eten. Je besluit jezelf te verwennen met een Turks brood en iets lekkers voor er op. Dus op naar de Turkse bakker en de Appie. Je doet het maar meteen, zodat je daarna de deur niet meer uit hoeft en je rust kunt pakken. Bij thuiskomst snoep je wat van het Turkse brood, als late lunch. Je ploft neer op de bank, kijkt wat dingen op Uitzending Gemist terug waaronder een programma over PTSS bij politieagenten. Je vind het zorgwekkend wat je ziet. Na het avondeten zit je een beetje te internetten en te Twitteren. Je krijgt een whatsappje van je ex-date dat ie je zo mist. Ohja, het is Valentijnsdag. Je voelt van alles, maar reageert koel. Inmiddels stijgt de spanning in je lijf; je bent nu een paar uur alleen en dat vind je toch ergens een beetje eng. Je besluit diep verstopt onder je dekentje een flauwe Valentijnsfilm te kijken op Net5. Je mixt een cocktail voor jezelf en kijkt de film uit. Daarna ga je naar bed. De vriend waarvan je in huis zit (want in je eigen huis zijn durf je weinig), laat via de whatsapp weten dat het laat wordt: hij gaat uit met vrienden. Ook de nacht ben je dus alleen. Omdat het over een paar dagen drie jaar geleden is dat er iets traumatisch is gebeurd waardoor je PTSS hebt gekregen, ben je er meer mee bezig dan anders. Het vooruitzicht van een nacht alleen maakt je angstig. Er komen tranen en die tranen gaan over in paniek. Zo in paniek dat je uiteindelijk (voor de tweede keer deze week) teveel slaappillen inneemt. Ze werken alleen niet want je bent te bang om te slapen. Het is wel uitzonderlijk, want normaal ben je heel trouw met je medicijnen en neem je zelden iets teveel. Maar de druk, spanning en angst zijn teveel aanwezig om sterk genoeg te zijn. Je zwakt nog verder af: je automutileert. Puur om met iets anders bezig te zijn. Vooral om iets anders te voelen. Je weet van jezelf dat dit kalmeert. En dat deed het ook. Je werd weer wat rustiger en durfde het aan om in bed te gaan liggen. Wel met de slaapkamerdeur open en het ganglicht aan omdat je zo minder snel gaat hallucineren – iets wat je doet bij veel spanning. Uiteindelijk val je in een onrustige slaap, word je elk uur wakker en kom je pas aan echt slapen toe als je vriend weer veilig thuis is ’s ochtends.
*
Op zaterdag lig je de hele ochtend in bed, wat slaap in te halen. Die vriend van je ligt zijn roes uit te slapen, zelf ga je brunchen. De angst van de afgelopen nacht is verdwenen, je bent weer rustig. Je gaat douchen en gaat in je up naar de supermarkt, boodschappen doen voor het avondeten. Stamppot hutspot. Na het boodschappen doen voel je je ineens weer somber worden en heb je geen energie meer. Je kruipt weer in bed tot etenstijd. Je vind het normaliter geen probleem om te koken, alleen stamppotten daar doe je niet aan: die vind je eng om te maken. Waarom weet je niet, want iets makkelijkers is er bijna niet. Maar vriend neemt de taak dus op zich. Jullie hebben het over de avond en besluiten de stad in te gaan. Ondanks je sombere stemming word je blij van het vooruitzicht om een nacht te gaan dansen, waardoor je ineens weer in een happy mood bent. Stemmingswisselingen zijn niet altijd verkeerd 😉 – Er volgt een aparte avond. Het plan was om naar die club waar je gister nog naar zat te kijken vanuit de wachtkamer van de GGz te gaan, maar er stond zo’n ontzettend lange rij, en het regende, dat jullie een plan B verzonnen. Plan B werd een drankje doen in een kroeg er naast, om zo die rij en regen even af te wachten. Ondertussen zat je met een colaatje voor je neus te kijken op Partyflock wat voor feestjes er nog meer waren. Als je eenmaal in je hoofd hebt dat je gaat dansen, moet er potdikkie gedanst worden ook. Er volgde een plan C. Dit bleek echt een flater te zijn, na 1 biertje gauw weer weg. Wat nu dan? Je was in staat om het over een hele andere boeg te gooien en de coffeeshop tegenover de plek waar jullie je fietsen hebben gezet binnen te lopen en een dikke joint te roken. Puur impulsief, want je rookt nooit jointjes. Maar je baalde dat je nog niet op de dansvloer stond en je zoekt dan naar een alternatief. Want naar huis gaan wilde je niet. Weer keken jullie op Partyflock, en besloten nog één feestje de kans te geven. (meeste dingen waren al uitverkocht, dus er bleven wat dibieuze feestjes over). We belandden in een club bij het Leidseplein. Wat bleek: er was daar een heuse verkleedpartij aan de gang. Overal lag kleding dat je aan kon trekken. Uiteraard de meest lelijke dingen. Jij bent wel zo gek om daar aan mee te doen, dus je zorgvuldig gekozen outfit deed er niet meer toe: je trok een foeilelijke bloemetjesjurk aan tot over de knie. Oh wat voelde je je knap, maar het kon je niets schelen. De club was vreemd, met aan de ene kant r&b, hiphop en soul, en aan de andere kant techno. Je vond het prima bij het techno gedeelte, al had je wel zoiets van ‘dit is de eerste maar ook de laatste keer in deze club’. Ondanks alles had je een leuke avond en lag je zondagochtend om kwart over zeven moe maar voldaan in bed.
*
Over de zondag kan ik heel kort zijn: je deed niks. Ondanks dat je niet veel hebt gedronken de vorige avond, heb je toch een kater en ben je doodop. Op deze dag is douchen al bijna te veel. Normaal douche je 2 a 3 keer op een dag, maar nu koste het moeite om jezelf 1 keer te douchen: de prijs van een avondje uit. Je weet van jezelf dat je na een avondje uit de volgende dag niets waard bent. Daar houd je dan ook rekening mee. De zondag ging qua emoties redelijk rustig voorbij. ’s Avonds besluit je ineens dat het nu echt afgelopen moet zijn met die overtollige kilo’s, en neem je jezelf voor om vanaf morgen te gaan ‘Sonja Bakkeren’. Na wat zoeken in dozen heb je haar boeken gevonden, maak je een boodschappenlijstje en duik je daarna weer in bed. Je slaapt onrustig.
*
Op maandag word je huilend wakker door een zielige droom. Geen fijne start van de dag, en in de verdere ochtend volgen er nog een paar huilbuien. Je voelt je ontzettend ellendig en alleen. Je pusht jezelf om toch wat huishouden te doen en geeft jezelf een flinke schop onder de kont. Muziekje aan en schoonmaken maar. Wasje draaien, opruimen, boodschappen doen.. je doet het allemaal. Daarna stort je weer in. Je krijgt een paniekaanval en zonder er bij na te denken automutileer je voor de tweede keer in een paar dagen tijd. Je voelt je zo ontzettend bang en waardeloos. Om te kalmeren ga je onder de douche. Het helpt iets. Daarna weer aan tafel achter de laptop alsof er niets gebeurd is. Muziekje aan, beetje internetten, wachtend tot je aan de eerste Sonja Bakker maaltijd kan beginnen. Na het eten schieten je pannen weer omhoog door onenigheid met een vriend. Je emoties hebben de overhand, en uit frustratie ga je de situatie uit de weg door naar bed te gaan en huil je jezelf in slaap.
*
Dit waren mijn afgelopen dagen. Veel moeilijke momenten, maar ook momenten dat ik me goed voelde en leuke spontane dingen ondernam. Elke dag is anders. Elk dagdeel is anders. Je hoort mensen wel eens zeggen ‘borderline is tenminste nooit saai’. Nee, dat klopt. Leuk is anders, maar saai is het niet. Je kunt je goed voelen maar ook ontzettend depressief. Het is altijd weer een verrassing dat al begint bij het wakker worden. Hoe voel ik me vandaag? Hoeveel prikkels kan ik vandaag verdragen? Hoeveel energie heb ik vandaag? Dat, en deze random beschreven dagen is voor mij borderline.

Stoer zijn komt wel weer.

Woensdagavond 5 februari: 20.20 uur. Ik kruip na een vermoeiende dag vroeg in mijn eigen bed. Ik zou eigenlijk in Amsterdam slapen, maar ik wilde stoer zijn en bleef in mijn eigen huis. (mocht het je ontgaan zijn, even in het kort: door een nogal traumatische ervaring heb ik PTSS gekregen en durf ik slecht alleen in mijn eigen huis te slapen. Sinds een jaar woon / logeer / verblijf ik grotendeels bij een goede vriend in dus dat fijne Amsterdam).
*
Anyways: ik ging er dus vroeg in. Niets geks voor mij dat ik al om kwart over acht mijn tanden stond te poetsen en mijn slaapmedicatie innam. Ik heb nou eenmaal weinig energie, dus vaak lig ik er zo vroeg in. De regen tikte knus tegen mijn schuine ramen, mijn elektrische deken had ik vast aangezet, een goed boek lag klaar op mijn nachtkastje: nog even een uurtje lezen voor het slapen gaan. Tot zover niets aan de hand. Totdat ik dus -laat voor mijn doen- om kwart voor elf mijn boek weglegde en wilde gaan slapen. Slapen? Forget it.
*
Over iets minder dan twee weken is het ‘die dag, die datum’ van die traumatische ervaring waar ik vooral last van heb als ik thuis ben. Ik kan er dan ook weinig aan doen dat ik er met de dag steeds weer iets meer aan denk. En wat gebeurt er met mij als ik onder teveel druk sta: ik krijg psychotische verschijnselen. Een cadeautje van moeder natuur wat is blijven hangen na mijn maandenlange psychose in 2011. Over afgelopen nacht kan ik denk ik wel voorzichtig zeggen dat ik in een paar uur durende psychose zat. Ik was ontzettend bang, ik zag van alles wat er niet was (oftewel: ik hallucineerde – voor mij niets vreemds, slik er medicatie voor, maar soms is die medicatie even niet genoeg) en ik was helemaal in de war. Ik was compleet in paniek en durfde niet eens mijn bed uit om een glas water te pakken. Tegelijkertijd durfde ik ook niet in mijn bed te blijven liggen. De hallucinaties werden erg heftig, het nam me volledig in beslag. Ik werd gek. Althans, ik dacht dat ik gek werd. Doodsbang was ik. Heel fijn. Daar lag ik dan met mijn stoere gedrag.
*
Kan dit nou zomaar? Hier kan ik kort over zijn: ja. Een bijverschijnsel van zowel borderline als depressie kan psychotische gevoeligheid, of kwetsbaarheid zijn. Deze kortdurende psychoses duren enkele uren tot maximaal enkele dagen. Volgens artsen heb ik die kwetsbaarheid altijd al gehad (zit ook in mijn familie), maar is het pas tot uiting gekomen toen ik in 2011 helemaal instortte inclusief psychose. Sinds 2011 slik ik er een anti-psychoticum voor, waar ik erg content mee ben: het haalt de scherpe randen er heel goed van af. Maar af en toe heeft mijn hoofd daar maling aan en gaat het gewoon keihard door die medicatie-muur heen. Pas toen de ochtend viel, werd ik weer een beetje rustig. Geslapen heb ik nauwelijks.
*
Het is maar goed dat ik vandaag niet hoef te werken of naar therapie hoef. Donderdag is mijn rustdag, en die benut ik dan ook goed. Verder dan de bank ben ik nog niet gekomen. En vanavond? Ik kruip weer even onder mijn veilige steen in Amsterdam. Stoer zijn komt wel weer.
*