De weg naar mildheid.

Nog twee sessies. Eigenlijk nog maar één, want de laatste dag is vooral afscheid nemen. Nog één therapiesessie dus en dan sta ik weer volledig op eigen benen. Wow.

Naast die twee sessies staan er nog wat individuele afspraken, onderzoeken en een evaluatie, maar begin september is het echt ten einde. Vijf jaar lang intensief in therapie geweest. Vijf jaar is een lange tijd.. het idee dat ik straks uitgeschreven wordt bij de GGz en ik verder ga met enkel de huisarts en/of POH GGz is een raar idee. Maar het maakt me ook blij.

Deze maand moet ik een evaluatie schrijven over de afgelopen twee jaar schematherapie. Veel geleerd, maar ook dingen die zijn blijven liggen. Dat geeft niet, of nouja, natuurlijk was ik liever nog verder geweest dan waar ik nu sta, maar als ik het realistisch bekijk ben ik een veel sterker persoon geworden. Nog steeds kwetsbaar, nog steeds somber en angstig. Nog steeds onzeker en nog steeds die vreemde drang tot destructief gedrag zoals automutilatie. Dat gaat er niet uit. Maar het is milder dan voorheen. Ik wil niet zeggen dat schematherapie een wondermiddel is, helemaal niet zelfs, maar ik heb mogen ervaren dat als je je volledig inzet en door blijft zetten als je diep in de put zit,  het je echt verder kan helpen. Niet al mijn groepsgenoten zijn het hier mee eens, maar als ik voor mezelf spreek ben ik redelijk tevreden.

Was ik niet liever écht beter geweest nu, na al die jaren therapie? Ja, natuurlijk. Maar dat is niet reëel. Ik ben nog steeds San met de borderline persoonlijkheidsstoornis, depressies en andere labels. Ik heb nog steeds periodes dat ik het vervloek, dat de put oneindig diep lijkt, de paniekaanvallen te heftig zijn en ik niet kan stoppen met huilen. Maar: deze periodes duren korter. Ik kom er sneller uit omdat ik geleerd heb hoe ik er mee om moet gaan. Hoe ik er tegen in kan gaan. Hoe ik voor mezelf kan, mag en moet zorgen. Ik struikel nog, hoor. Soms weet ik het ook niet meer, haat ik alles en voel ik me alleen veilig onder de dekens met de deur op slot. Maar ik weet nu; ook dat gaat weer voorbij.

Wellicht is dit een wat zweverig blog. Begrijp me niet verkeerd, ik wil het niet mooier maken dan het is, want de levenskwaliteit met persoonlijkheidsproblematiek en/of depressie(s) is niet om over naar huis te schrijven. Ik voel nu alleen zo’n bevrijding omdat ik dingen steeds beter begrijp en er beter grip op krijg, dat ik dat graag met jou als lezer wil delen.

Ik ben er nog niet. Not even close. Ik zit nu in een fase dat elke dag een opgave is, ik mezelf steeds weer over drempels moet trekken, ik veel dingen eng vind maar ze wel probeer aan te gaan (exposure), etc. Ik verlies me op meerdere vlakken in het ‘alles of niets’. Grenzen aanvoelen en aangeven en de balans vinden is waar ik op dit moment mee bezig ben. Soms gaat dat goed, soms loop ik mezelf compleet voorbij. Nog lang niet uitgeleerd dus. Ik denk dat ook al stop ik op korte termijn met mijn therapie, het zelfstandig nog wel door ontwikkelt. Ik pak het met twee handen aan.

Geen #dinsdagtherapiedag: winning!

#dinsdagtherapiedag; al jaren een begrip in mijn leven. Eerst een paar jaar in Hilversum en nu al anderhalf jaar in Amsterdam is de dinsdag mijn vaste dag waarop ik therapie volg. Ik begon vijf jaar geleden met deeltijd vier dagen in de week en ben nu op het punt aangekomen dat het naar om de week een sessie gaat. Dat voor de komende drie maanden, daarna drie maanden één keer per maand en dan ben ik klaar. Nog maar tien sessies. Wow.

Deze dinsdag, vandaag, is de eerste keer dat ik geen therapie heb. Ik hoefde niet om 08.30u op de fiets te zitten. Raar gevoel, alsof ik spijbelde. Tegelijkertijd voelt het ook ontzettend goed. Ik ben aan het afbouwen, iets waardoor ik gedwongen wordt om te evalueren. Hoewel ik niet sta waar ik gehoopt had te staan, realiseer ik me ook dat dat komt door andere problematiek. Ik ben een twee jarig traject in gegaan met schematherapie, in een groep mensen met borderline. Het is ook specifiek gericht op borderline. Natuurlijk komen andere stoornissen die spelen wel aan de orde, maar niet genoeg, merk ik nu. Kan ook niet, borderline was en is de focus.

Mijn borderline heb ik best redelijk onder controle gekregen, denk ik. Dat is natuurlijk ontzettend fijn, daar heb ik keihard voor gewerkt en het is nog steeds elke dag knokken. Ik herken mezelf nog steeds in de diagnose, maar minder heftig. Hoe cliché het misschien ook klinkt; ik heb er mee leren omgaan. De vlag gaat nog niet uit, want omgaan met de drang naar automutilatie, mijn ontzettende verlatingsangst, laag zelfbeeld, eenzaamheid, psychotische periodes en stemmingswisselingen zijn nog steeds naar. Maar als ik kijk hoe ik nu ben in vergelijking met twee jaar geleden heb ik grote stappen gezet. En dan te bedenken dat ik in het begin sterk mijn twijfels had bij schematherapie.

Fijn dus, borderline beter onder controle. Maar er is meer. Angst en depressie beheersen mijn leven behoorlijk. Ik ben nogal paranoide, durf daardoor de straat nauwelijks op en dat maakt dat ik aan huis gekluisterd ben. Ik oefen wel, maar de angst en paranoide overtuigingen blijven. Dan zou je denken dat ik het thuis dan maar zo gezellig mogelijk maak, maar niets is minder waar. Het huishouden lukt niet zo goed als ik zou willen, ter ontspanning een serie kijken of een boek lezen lukt maar een enkele keer omdat ik te moe ben en mijn hoofd te druk is. Naar de supermarkt gaan om boodschappen te doen levert veel stress op. Ik moet al een paar dagen naar de glas- en papierbak, maar ik vind het eng. Gelukkig ben ik van nature al een beetje een huismus, maar dagelijks thuis zijn maakt wel dat de muren op je af komen en je wereld erg klein is. Mijn vrijwilligerswerk lukt momenteel ook niet, waardoor ik ook daarin mijn structuur en sociale contacten mis. Jammer. Gelukkig bestaat er eindeloos veel muziek, dat sleept me de dagen door. Soms klassiek, soms techno, soms Marco Borsato. Het helpt.

Ik ben ontzettend trots in wat ik heb bereikt de afgelopen therapiejaren, ik ben gegoeid. Maar o wat is het ook pijnlijk dat ik nog steeds niet ‘normaal’ kan leven. Werken, sociale activiteiten, leven zonder overal bang bij/van te zijn, emoties onder controle.. Het lijkt nu nog zo ver weg.

Wat ik nooit verloren ben, is mijn motivatie. Een enkele keer heb ik een dag of dagen dat het allemaal soepeler gaat. Dat ik rustiger ben. Niet gelukkig maar tevreden. Acceptatie. Door dat af en toe te voelen krijg ik vechterslust. Focus op het positieve. Dit is niet zwart/wit natuurlijk, want de dagelijkse huilbuien en de somberheid zit er nog. Diep. Maar je hebt wel een keuze hoe je daarmee om gaat. Ik probeer dus nu te bedenken hoe ik de angsten en de depressies die al 15 jaar spelen, onder controle kan krijgen. Het einde is nog lang niet in zicht, maar ik vecht door. En voor nu is het 1 – 0 voor mij tegen de borderline. Winning.

Interne straffende ouder modus

Als ik zeg ´straffende ouder´, waar denk je dan aan? Wat zie je voor je? Met een beetje verbeelding zie ik een groot figuur die tekeer gaat tegen een klein kindje. Het figuur is boos, onaardig en onredelijk. Deinst voor niets of niemand terug en neemt een prominente plek in.

Zo’n straffende ouder kun je intern hebben. Je kent het vast wel dat je jezelf wel eens uit scheld na een niet zo handige actie: ‘dommerd, dat had je wel even anders kunnen doen!’. Daar is op zich niks mis mee, je vind jezelf in dat móment even een dommerd, maar het is geen overtuiging over je complete zijn. Het wordt een probleem als de opmerkingen van je interne straffende ouder wél overtuigingen worden over je complete zijn. Als je continu tegen jezelf zegt dat je waardeloos bent en niets voorstelt dan heeft dat niets meer met een situatie te maken (waarin je net nog een dommerd was, dat ging om een situatie), maar over de overtuiging dat jij zo bent in z’n geheel.

Vandaag moesten we in therapie ieder voor zich de straffende (of veeleisende) ouder boodschappen die je jezelf geeft opschrijven. Dat werd een A4’tje vol. Best confronterend. Ik had niet de minste dingen opgeschreven, niemand in de groep niet. Het besef als je zwart op wit ziet hoe hard en naar je naar jezelf bent is pijnlijk, en zorgde ook wel voor wat tranen. ‘Niet zo gek dat je je zo somber voelt’ zei de psych. Nee, dat is niet gek. Het moet dus veranderen.

Een straffende ouder schakel je niet zomaar uit. Het is een modus die op komt zetten omdat onderliggende schema’s getriggerd worden. Eén van die schema’s is ‘falen en mislukken’; de angst om dingen fout te doen, om te falen, etc. Als ik iets doe, kan echt alles zijn, van boodschappen doen tot sociaal doen tot koken, ben ik bang dat het mislukt en dan komt direct die straffende ouder om de hoek kijken en begint te schelden. Uiteindelijk gaat het zo ver dat je nog niet eens actie hoeft te ondernemen of die straffende ouder begint bij voorbaat al zijn zegje te doen.

Mijn therapeuten zeggen regelmatig dat enkel cognitieve gedragstherapie niet genoeg is. Ja, het denkpatroon moet veranderen. Maar de meerwaarde zit hem in oefeningen doen: rollenspellen en imaginatie. Juist door dan te voelen hoe het anders kan, hoe je een situatie kunt veranderen, zorgt voor een echte eye-opener. Ik heb wel eens een stoel die dan even de straffende ouder was een enorme rot trap gegeven en ook regelmatig staan er ‘straffende ouders op de gang’. Het is soms even lastig om je over te geven in de oefeningen, zeker imaginatie en re-scripting is erg pittig. Bij imaginatie ga je terug in een (traumatische) gebeurtenis en met re-scripting ga je hem samen met je psych zo maken dat het gevoel over die gebeurtenis minder heftig wordt.

Merken anderen hier nou iets van? Nee, helemaal niets. It happens all inside. Je kan ook een straffende ouder naar je omgeving hebben, maar daar ben ik zelf niet bekend mee.

In therapie noemen we de straffende ouder de ‘nasty motherfucker’. En dat is ie.

Werk aan de winkel!

Open zijn of masker op (houden)?

Ik word wel eens verdrietig van het gevoel onbegrepen te worden. Dagelijks voel ik me onbegrepen omdat mensen niet zien wat ik voel. Ik kan het mensen niet kwalijk nemen, want ik uit ook weinig, maar het weinige uiten doe ik lang niet altijd bewust: ik ben zo en het is er al vroeg zo ingebakken. Waarom is het toch zo lastig om te laten merken of het goed of slecht gaat? Ik persoonlijk vind het moeilijk om verbaal aan te geven dat ik me niet goed voel. Makkelijker is het als mensen het aan je merken; dat er geen woorden nodig zijn. Maar meestal gebeurt dat niet. Ik lach het (te) vaak weg en doe waar mogelijk of er niets aan de hand is als ik onder de mensen ben. Om vervolgens als ik weer alleen ben in te storten. Ik heb er een hekel aan als mensen dingen bagatelliseren, maar zelf bagatelliseer ik er over mijn eigen situatie op los. Niet helemaal fair.

Dat ik introvert ben helpt niet mee. Dat ik mede daardoor in de categorie ‘stille borderliner’ val helpt ook niet mee. Mensen hebben een beeld bij borderline en ik pas niet in dat plaatje. Ik richt alles naar binnen, terwijl de ‘klassieke borderline’ meer naar buiten gericht is. Doordat ik alles op mezelf richt en doordat alles intern gebeurt en intern blijft heeft de omgeving niets door. Verander dat dan, zul je misschien denken. Dat gaat dus moeilijk. Ik kan en wil niet ineens dingen naar buiten gaan richten terwijl ik ze niet zo voel. Het is mijn strijd en ik wil niet dat anderen daar last van hebben (hallo verlatingsangst).

Het is de laatste tijd weer meer strijd in mijn hoofd dan normaal. De meest kleine dingen kunnen mij triggeren om dagenlang suf over te piekeren. Rationeel gezien weet ik wel dat ik van een mug een olifant maak, maar de angst, het gepieker en de onrust worden er niet minder om, het probleem zit hem in het reguleren van die emoties en gedachten, ik ben de controle een beetje kwijt.

Vandaag heb ik de stap gezet om toch iets naar iemand te uiten; mij kwetsbaar op te stellen en te vertellen waar ik bang voor ben en hoe me dat beperkt. Het werd ontzettend goed opgepakt en er werd meteen gekeken naar hoe het voortaan anders kan. Het loont dus wel om eerlijk en open te zijn, maar toch blijft het een spannend ding.

Balanceren op een koord

Soms word ik met zo’n onheilspellend gevoel wakker. Niet precies wetende hoe ik me voel; het kan alle kanten nog op gaan. Enerzijds gaat het wel en anderzijds het loodzware gevoel dat voelbaar is in heel je lijf wanneer je opstaat. Het huilen staat me nader dan het lachen, maar toch sta ik op en trakteer mezelf op een kop thee of koffie in de keuken. Mijn ‘gezonde volwassene’ zegt dat het best goed komt vandaag. Ik voel me ‘wiebelig’. Balancerend op een koord.  Maar ik heb tig keer met dit bijltje gehakt en ik blijf regelmatig op het koord staan in plaats van er af te vallen. 

Steeds meer begin ik te leren hoe ik met het wiebelige gevoel om moet gaan. Ik leer beter te luisteren naar de signalen die mij vertellen hoe het met me gaat. Waar ik voorheen gewoon over deze signalen heen denderde, schenk ik er nu meer aandacht aan. Ik sta meer stil bij wat ik voel. Dit klinkt wellicht wat zweverig, maar ik merk dat ik dit nu eenmaal zo moet toepassen bij mezelf, omdat ik anders grenzen over ga die weer kunnen leiden tot somberheid, oververmoeidheid, automutilatie en andere ellende. Stilstaan leidt tot zelfbewustheid. Deze zelfbewustheid zorgt ervoor dat ik mezelf ook serieuzer neem. Dit is overigens nog wel een aandachtspunt omdat mijn ‘straffende ouder modus’ hier veelvuldig overheen raast waardoor ik mezelf ga afzeiken en de grond in ga trappen. Niet helpend. Maar hé, ik ben nog aan het leren.

Vandaag is het zo’n wiebelige dag. Om zo’n dag door te komen moet ik een ‘plan van aanpak’ maken. Wat staat er op de planning vandaag, waar heb ik vrije tijd en hoe vul ik die in zonder een terugval te krijgen? Het enige vaste dat vandaag op de planning stond was mijn therapie. Niet gaan is niet helpend, dus ik ging. Ik weet van te voren niet wat een sessie gaat brengen en met welk gevoel ik weer naar huis ga, dus ga ik anticiperen en bedenken hoe ik mezelf op kan vangen als ik weer thuis ben. Dit deed ik voorheen niet (toegegeven, nog steeds niet altijd, maar ook hierbij geldt: ik ben ook nog aan het leren), maar als ik het wel doe merk ik dat het me houvast geeft. Het is dan ook minder erg (en eng) om de dag aan te gaan. Vandaag stonden de onderwerpen van de sessie iets verder van me af waardoor ik niet van slag raakte; dit maakt het balanceren op het koord al iets gemakkelijker. Vanaf nu is het weer up to me. Ik houd zoveel mogelijk de touwtjes in handen en doe wat goed voor mij is. Hier ligt het grote verschil tussen het nog rechtop staan en vallen: nu heb ik nog de regie en anders valt deze gevoelsmatig weg en ben ik overgeleverd aan mijn emoties. Zover is het vandaag (nog) niet en dat heb ik mooi in the pocket. Soms is het niet leven dag bij dag, maar dagdeel bij dagdeel. Vandaag alleen de avond nog, waar ik wel vertrouwen in heb zolang ik alert blijf. Kleine stapjes, maar wel stapjes waarbij ik rechtop blijf staan.

Fijne avond!

Leren van een depressie

Nauwelijks meer slapen, de straat amper op durven, alleen de noodzakelijke treinritten naar therapie maken maar verder dan dat niet komen, geen sociaal leven meer en bang voor alles en iedereen; zo zagen voor mij de afgelopen maanden eruit. Behoorlijk depressief en tegen het psychotische aan. Waanideeën, hallucinaties, achtervolgingswaanzin en paranoïde overtuigingen. Donkere, zwarte gedachten.

Gelukkig is de storm bezig om te gaan liggen. Althans, in mijn hoofd. Buiten is een ander verhaal op deze herfstige dag (wat ik heerlijk vind overigens). Ik ben nu vooral ontzettend veel slaap aan het inhalen; rond 20u/21u al in bed liggen is eerder regel dan uitzondering en waar het kan slaap ik ’s middags ook, iets wat ik eerder nooit kon. Heerlijk om weer te kúnnen slapen na heel wat nachten thee drinken en ontspanningsmuziek luisteren.

Tijdens zo’n periode loop je ontzettend tegen alles aan. Contact met anderen onderhouden is erg moeilijk (voor mij – ik ben al introvert en dat wordt dan versterkt), met als gevolg dat het wel een eenzame bedoeling wordt. Je moet het hebben van je zelfredzaamheid, en ik merk dat ik daar per depressie iets beter in wordt. Neemt niet weg dat ik nog wel dagelijks hulp nodig heb, maar ook dat begin ik iets meer te accepteren. Mijn ‘straffende ouder modus’ is continu actief en die probeer ik wat af te remmen (modus waarin je vooral kampt met dominante negatieve gedachten). Zelfredzaamheid is wel ingewikkeld als je angstig bent. Ik was zo bang voor mensen dat ik geen winkel meer in durfde. Best lastig als je toch eten op tafel wil zetten. Uiteindelijk in kleine stapjes ben ik nu zo ver dat ik weer zonder problemen de supermarkt in kan en ik heb zelfs alweer geshopt!

De les die ik uit deze periode haal, is vooral ‘blijven communiceren’. Openheid tegenover zowel de hulpverlening als de mensen om je heen. Ik heb gemerkt dat je dan veel beter krijgt wat je nodig hebt en dat het ook een hoop frustratie, boosheid, onbegrip en ruzie scheelt. Klinkt heel logisch, maar als je in een ‘emotionele episode’ zit, dan kom je daar soms niet toe en ik ben dan geen ster meer in helder nadenken. Alles alleen willen doen zit in mijn aard, maar ik heb nu ondervonden dat hulp vragen (en accepteren!) ook zelfzorg is en mij verder brengt.

Het grappige aan dat ik voel dat de depressie naar de achtergrond verdwijnt, is dat ik merk dat de borderline symptomen weer op de voorgrond treden. Ik vind dat een lastige switch, maar zoals een groepsgenootje terecht zei; ‘dan liever borderline, daarmee heb je ook nog goede momenten’. En zo is het.

Dag lieve Sam

Vrijdagochtend 28 november. Ik sta op het station onderweg naar kantoor. Op het perron pak ik uit gewoonte mijn telefoon om de tijd te doden tot de trein komt. Ik zie dat ik twee gemiste oproepen heb van een privé nummer. “Dat zal Hi wel weer zijn”, dacht ik. Mijn abonnement loopt op z’n einde en ze proberen me al een tijdje iets nieuws aan te smeren. Toch belde ik even mijn voicemail om te zien of er iets achtergelaten was. “U heeft 1 nieuw voicemailbericht”. Mijn therapeut. Of ik zo snel mogelijk terug wilde bellen, het was belangrijk. Ik nam mezelf voor om over een uurtje terug te bellen als het rustig om me heen was, op het station was te veel ruis door treinen die aankwamen en vertrokken.

Ellenlange treinreis
Het voicemailbericht was niet het enige, bleek. In de mail zat een oproep van mijn andere therapeut met dezelfde boodschap; of ik zo snel mogelijk terug wilde bellen, want het was belangrijk. Nu kreeg ik de kriebels. Ik mailde terug dat ik in de trein zat en of ik nu moest bellen of dat het beter was om bij aankomst een rustig plekje op te zoeken. Ik kreeg direct mail terug; “zoek zometeen een rustig plekje, en bel me dan”. Inmiddels ging mijn hart vreselijk tekeer, dit kon weinig goeds betekenen. De treinreis duurde ruim een half uur maar voelde als oneindig. Mijn stress werd verhoogd doordat een groepsgenoot ook contact zocht, maar hij kon via de app niet zeggen wat er was. Als ik die middag behoefte had aan koffie dan was hij er.

Slecht nieuws
Aangekomen op het werk dook ik meteen een spreekkamer in om te bellen. En daar kwam dan het nieuws. In de trein was ik uiteraard al na gaan denken wat het kon zijn en ik kon maar 1 ding bedenken.. het moest haast wel dat er iemand overleden was, en als het er dan een van ons moest zijn, dan dacht ik aan jou, Sam. Mijn hart brak toen ik hoorde dat jij er inderdaad niet meer bent en dat dat je eigen beslissing is geweest. Arme, arme Sam.

Chaos
Ik was op het werk toen ik dit nieuws kreeg. De hal zat vol mensen die geholpen moesten worden, maar ik wist even niet hoe ik dat moest doen. Gelukkig werd ik enorm goed opgevangen door mijn coördinator en hebben collega’s zich uit de naad gewerkt om het op te vangen zodat ik rustig wat telefoontjes kon plegen, even kon janken en thee kon drinken. Terwijl ik heen en weer liep tussen kantoor en spreekkamer zag ik wat voor chaos het was, het was de drukste dag ooit misschien wel en ik voelde me schuldig dat ik daar even niets aan kon veranderen.

Niet uit mijn gedachten
Lieve Sam, je bent sinds vrijdag niet meer uit mijn gedachten. Ik denk continue aan je. Ik zou nog zoveel over je willen schrijven, aan je willen schrijven, maar dat doe ik uit privacyredenen niet op mijn blog.

Ik ga je missen meissie. Rust zacht.

“Over twee jaar ben je relaxter”.

De hele zomer heb ik niet omgekeken naar mijn blog. Geen inspiratie en even uitgepraat over mezelf en de psychiatrie. Ook op social media ben ik de afgelopen maanden minder gaan tweeten of posten over details; ik hield het meestal bij ‘het is een goede dag’ of ‘het is gewoon even ronduit bagger’.
*
Eerder vanavond nam ik na het eten even een warme douche. Dat doe ik vaker om even tot rust te komen en te ontspannen, om daarna nog even rustig de avond in te gaan of door te gaan naar bed. Tussen het eten en die douche in was ik bezig met de vaatwasser inruimen, en op dat moment kreeg ik de kriebels om weer te gaan bloggen. Waarom dan? Omdat ik stiekem doodsbang voor dat ding ben maar hem toch stoer aanzet, mezelf ondertussen ‘uitlach’ – ik bedoel, wie is er nou bang voor een vaatwasser.. (of de wasmachine of oven/magnetron – nog zoiets) Tegelijkertijd dacht ik; het is tijd om weer te gaan schrijven. Al schrijvend krijg ik dingen weer op een rijtje, is het beter te begrijpen en ik vind het bij vlagen ook fijn om dingen te delen. Overigens is de angst voor die apparaten nieuw, het roept sinds kort beelden op van brand, wateroverlast of ontploffingen. Ik gebruik ze nog wel hoor, maar het laat wel weer zien dat angsten zomaar op kunnen treden, voor de meest normale, dagelijkse dingen.
*
Ook een reden om weer te gaan bloggen is dat ik vanaf volgende week ga beginnen met een nieuwe therapie in een andere GGz instelling, in een andere stad. De GGz instelling waar ik de afgelopen drie en een halfjaar in behandeling geweest ben is verleden tijd: op mijn laatste #dinsdagtherapiedag nam ik afscheid en liep ik voorgoed het gebouw uit. Het is nog even wennen; dat gebouw, de psychologen, psychiaters, vaktherapeuten, de verpleging en niet te vergeten mijn lieve groepsgenoten waren toch jarenlang onderdeel van mijn week. Echter is het nu tijd voor een nieuwe fase, en hopelijk worden de komende twee jaren die staan voor mijn volgende therapie mijn laatste twee intensieve therapiejaren. Volgens mijn nieuwe behandelaar ben ik over twee jaar een stuk relexter. Alsof hij me nu al doorheeft, na twee gesprekken. Ik vind het een mooi doel, want in mijn ogen is relaxter zijn ook minder angstig, minder vatbaar voor prikkels, beter zijn in emoties reguleren en zelfstandiger kunnen zijn. Kom maar op. De therapie die ik ga volgen is deeltijd-schematherapie, twee dagen in de week, twee jaar lang. In een groep met enkel mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik ben oprecht erg benieuwd waar ik in terecht ga komen, borderline kan immers op veel manieren tot uiting komen en ik ben therapiegroepen gewend waar ik meestal de enige was met die problematiek. Saai zal het in ieder geval vast niet worden. Heftig wordt het wel, en ben ook gewaarschuwd dat ik de komende tijd waarschijnlijk slechter in mijn vel ga zitten voordat het beter gaat. Komende week heb ik therapie-vakantie, dus nog even genieten van wat rust. Voor mij voelt het als weer een stap vooruit in de goede richting; een misschien wel laatste zetje om het daarna alleen te kunnen doen, of desnoods alleen met een psycholoog. Mijn behandelplan is klaar, de doelen zijn geformuleerd en mijn crisisplan is in de maak. Ik vind het rete spannend maar ben er klaar voor. Wordt vervolgd 🙂

Alles of niets.

Net als veel andere dingen is bloggen niet iets wat ik het hele jaar door volhoud. Vol enthousiasme beginnen, een paar weken of maanden lang alles wat je voelt, denkt of meemaakt verwerken in blogs en ineens is het weer stil. Zo gaan veel dingen in mijn leven. Werk, studie, vrienden, dates, interesses: ik kan er heel enthousiast aan beginnen om er vervolgens plotseling weer een eind aan te maken. Voor iemand met borderline is dit niet vreemd. Maar vreemd of niet; het is een trekje dat mij stoort. Ik vind het zelfs wat kinderachtig. Als je aan iets begint moet je het afmaken ook, denk ik dan. Maar mijn gedrag is soms anders. Het is niet dat ik het niet probeer: vaak ga ik juist tot het uiterste, maar daarna is het toch echt op. En dan ben ik bikkelhard. Of een angsthaas. Het resultaat is dat ik me terugtrek en niets meer met hetgeen te maken wil hebben. Zo ook anderhalve week geleden.
*
Anderhalve week geleden beëindigde ik een jarenlange vriendschap waarvan ik dacht dat deze heel goed was. Toen ik stukje bij beetje doorkreeg dat het voor mij helemaal niet goed was, heb ik me teruggetrokken en al het contact verbroken. Voor mij is dat zinnetje “als je aan iets begint moet je het afmaken ook” dan niet meer van toepassing: het moet wel van twee kanten komen in dit geval. Waar ik meestal impulsief handel, heb ik nu eerst met professionals besproken wat ik met de situatie aan moest. Dat er iets moest gebeuren was duidelijk, want de situatie maakte normaal functioneren voor mij haast onmogelijk. Toch kwam het voor mijn omgeving als onverwacht en werd ik als impulsief aangezien. Wellicht heb ik de keuze snel gemaakt en is dat wat impulsief, maar dat ik het eerst bespreek met mensen die er verstand van hebben zegt voor mij al heel wat, namelijk dat ik er wel degelijk over nagedacht heb. Ondanks mijn hardheid voelt het gat waarin je beland een beetje als rouwen. Het is toch een verlies en daar is tijd voor nodig om dat een plekje te geven.
*
Aan dingen beginnen en het vol blijven houden: ik vind het niet gemakkelijk. Ik ga om te beginnen weer een poging wagen met dit blog. Wel weer een beetje met een nieuw begin: namelijk met een nieuwe lay-out. De behoefte aan een ‘nieuwe start’ haal je er niet zo gemakkelijk uit. Tot gauw!

Borderline in de praktijk.

Ongetwijfeld zie je aan mijn berichten op Twitter of Facebook dat ik vaak mijn dag niet heb. Dat ik me depressief voel, of dat ik bang ben. Of dat ik ineens out of the blue midden in de nacht op de dansvloer sta. Voor mensen in mijn ‘echte’ wereld is het vaak al moeilijk te snappen. Als je een hele dag met mij doorbrengt, merk je waarschijnlijk de wisselingen in mijn stemming en gedrag wel. Maar als jij mij maar een ochtend, middag of avond ziet, of je leest alleen flarden van mijn berichten op social media, dan kan het heel vreemd overkomen dat ik me ’s ochtends nog depressief voel en diezelfde avond toch met een biertje op de dansvloer sta. Of dat ik juist vol enthousiasme aan iets begin en een uur later zit te janken van ellende. Borderline kenmerkt zich met name door (sterke) stemmingswisselingen. Ik laat je graag een paar dagen in mijn huid kruipen, om te ‘ervaren’ hoe -voor mij- leven met borderline is.
*
Laten we de afgelopen vier dagen nemen. De dag voor het weekend, het weekend en de dag na het weekend. Dan beginnen we dus met afgelopen vrijdag. Valentijnsdag. Je staat op tijd op, want je moet om 10u bij de GGz zijn voor een afspraak van drie uur. Twee gesprekken met twee verschillende psychologen en je DNA afstaan voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je je DNA afstaat door middel van ‘tuffen in een buisje’, laat de psych je even alleen, omdat het niet erg charmant is. Dat tuffen in een buisje zijn trouwens haar woorden, niet de jouwe. Je doet braaf wat je gevraagd wordt, maar bent blij als de lange afspraak met vervelende en moeilijke vragen voorbij is en je weer naar frisse lucht kunt happen als je buiten op de drukke Wibautstraat staat. Je houd van die straat. Je hebt er op school gezeten en je favoriete dans club is aan de overkant. Je gaat boodschappen doen. Je bent de rest van de dag alleen, dus makkelijk qua eten. Je besluit jezelf te verwennen met een Turks brood en iets lekkers voor er op. Dus op naar de Turkse bakker en de Appie. Je doet het maar meteen, zodat je daarna de deur niet meer uit hoeft en je rust kunt pakken. Bij thuiskomst snoep je wat van het Turkse brood, als late lunch. Je ploft neer op de bank, kijkt wat dingen op Uitzending Gemist terug waaronder een programma over PTSS bij politieagenten. Je vind het zorgwekkend wat je ziet. Na het avondeten zit je een beetje te internetten en te Twitteren. Je krijgt een whatsappje van je ex-date dat ie je zo mist. Ohja, het is Valentijnsdag. Je voelt van alles, maar reageert koel. Inmiddels stijgt de spanning in je lijf; je bent nu een paar uur alleen en dat vind je toch ergens een beetje eng. Je besluit diep verstopt onder je dekentje een flauwe Valentijnsfilm te kijken op Net5. Je mixt een cocktail voor jezelf en kijkt de film uit. Daarna ga je naar bed. De vriend waarvan je in huis zit (want in je eigen huis zijn durf je weinig), laat via de whatsapp weten dat het laat wordt: hij gaat uit met vrienden. Ook de nacht ben je dus alleen. Omdat het over een paar dagen drie jaar geleden is dat er iets traumatisch is gebeurd waardoor je PTSS hebt gekregen, ben je er meer mee bezig dan anders. Het vooruitzicht van een nacht alleen maakt je angstig. Er komen tranen en die tranen gaan over in paniek. Zo in paniek dat je uiteindelijk (voor de tweede keer deze week) teveel slaappillen inneemt. Ze werken alleen niet want je bent te bang om te slapen. Het is wel uitzonderlijk, want normaal ben je heel trouw met je medicijnen en neem je zelden iets teveel. Maar de druk, spanning en angst zijn teveel aanwezig om sterk genoeg te zijn. Je zwakt nog verder af: je automutileert. Puur om met iets anders bezig te zijn. Vooral om iets anders te voelen. Je weet van jezelf dat dit kalmeert. En dat deed het ook. Je werd weer wat rustiger en durfde het aan om in bed te gaan liggen. Wel met de slaapkamerdeur open en het ganglicht aan omdat je zo minder snel gaat hallucineren – iets wat je doet bij veel spanning. Uiteindelijk val je in een onrustige slaap, word je elk uur wakker en kom je pas aan echt slapen toe als je vriend weer veilig thuis is ’s ochtends.
*
Op zaterdag lig je de hele ochtend in bed, wat slaap in te halen. Die vriend van je ligt zijn roes uit te slapen, zelf ga je brunchen. De angst van de afgelopen nacht is verdwenen, je bent weer rustig. Je gaat douchen en gaat in je up naar de supermarkt, boodschappen doen voor het avondeten. Stamppot hutspot. Na het boodschappen doen voel je je ineens weer somber worden en heb je geen energie meer. Je kruipt weer in bed tot etenstijd. Je vind het normaliter geen probleem om te koken, alleen stamppotten daar doe je niet aan: die vind je eng om te maken. Waarom weet je niet, want iets makkelijkers is er bijna niet. Maar vriend neemt de taak dus op zich. Jullie hebben het over de avond en besluiten de stad in te gaan. Ondanks je sombere stemming word je blij van het vooruitzicht om een nacht te gaan dansen, waardoor je ineens weer in een happy mood bent. Stemmingswisselingen zijn niet altijd verkeerd 😉 – Er volgt een aparte avond. Het plan was om naar die club waar je gister nog naar zat te kijken vanuit de wachtkamer van de GGz te gaan, maar er stond zo’n ontzettend lange rij, en het regende, dat jullie een plan B verzonnen. Plan B werd een drankje doen in een kroeg er naast, om zo die rij en regen even af te wachten. Ondertussen zat je met een colaatje voor je neus te kijken op Partyflock wat voor feestjes er nog meer waren. Als je eenmaal in je hoofd hebt dat je gaat dansen, moet er potdikkie gedanst worden ook. Er volgde een plan C. Dit bleek echt een flater te zijn, na 1 biertje gauw weer weg. Wat nu dan? Je was in staat om het over een hele andere boeg te gooien en de coffeeshop tegenover de plek waar jullie je fietsen hebben gezet binnen te lopen en een dikke joint te roken. Puur impulsief, want je rookt nooit jointjes. Maar je baalde dat je nog niet op de dansvloer stond en je zoekt dan naar een alternatief. Want naar huis gaan wilde je niet. Weer keken jullie op Partyflock, en besloten nog één feestje de kans te geven. (meeste dingen waren al uitverkocht, dus er bleven wat dibieuze feestjes over). We belandden in een club bij het Leidseplein. Wat bleek: er was daar een heuse verkleedpartij aan de gang. Overal lag kleding dat je aan kon trekken. Uiteraard de meest lelijke dingen. Jij bent wel zo gek om daar aan mee te doen, dus je zorgvuldig gekozen outfit deed er niet meer toe: je trok een foeilelijke bloemetjesjurk aan tot over de knie. Oh wat voelde je je knap, maar het kon je niets schelen. De club was vreemd, met aan de ene kant r&b, hiphop en soul, en aan de andere kant techno. Je vond het prima bij het techno gedeelte, al had je wel zoiets van ‘dit is de eerste maar ook de laatste keer in deze club’. Ondanks alles had je een leuke avond en lag je zondagochtend om kwart over zeven moe maar voldaan in bed.
*
Over de zondag kan ik heel kort zijn: je deed niks. Ondanks dat je niet veel hebt gedronken de vorige avond, heb je toch een kater en ben je doodop. Op deze dag is douchen al bijna te veel. Normaal douche je 2 a 3 keer op een dag, maar nu koste het moeite om jezelf 1 keer te douchen: de prijs van een avondje uit. Je weet van jezelf dat je na een avondje uit de volgende dag niets waard bent. Daar houd je dan ook rekening mee. De zondag ging qua emoties redelijk rustig voorbij. ’s Avonds besluit je ineens dat het nu echt afgelopen moet zijn met die overtollige kilo’s, en neem je jezelf voor om vanaf morgen te gaan ‘Sonja Bakkeren’. Na wat zoeken in dozen heb je haar boeken gevonden, maak je een boodschappenlijstje en duik je daarna weer in bed. Je slaapt onrustig.
*
Op maandag word je huilend wakker door een zielige droom. Geen fijne start van de dag, en in de verdere ochtend volgen er nog een paar huilbuien. Je voelt je ontzettend ellendig en alleen. Je pusht jezelf om toch wat huishouden te doen en geeft jezelf een flinke schop onder de kont. Muziekje aan en schoonmaken maar. Wasje draaien, opruimen, boodschappen doen.. je doet het allemaal. Daarna stort je weer in. Je krijgt een paniekaanval en zonder er bij na te denken automutileer je voor de tweede keer in een paar dagen tijd. Je voelt je zo ontzettend bang en waardeloos. Om te kalmeren ga je onder de douche. Het helpt iets. Daarna weer aan tafel achter de laptop alsof er niets gebeurd is. Muziekje aan, beetje internetten, wachtend tot je aan de eerste Sonja Bakker maaltijd kan beginnen. Na het eten schieten je pannen weer omhoog door onenigheid met een vriend. Je emoties hebben de overhand, en uit frustratie ga je de situatie uit de weg door naar bed te gaan en huil je jezelf in slaap.
*
Dit waren mijn afgelopen dagen. Veel moeilijke momenten, maar ook momenten dat ik me goed voelde en leuke spontane dingen ondernam. Elke dag is anders. Elk dagdeel is anders. Je hoort mensen wel eens zeggen ‘borderline is tenminste nooit saai’. Nee, dat klopt. Leuk is anders, maar saai is het niet. Je kunt je goed voelen maar ook ontzettend depressief. Het is altijd weer een verrassing dat al begint bij het wakker worden. Hoe voel ik me vandaag? Hoeveel prikkels kan ik vandaag verdragen? Hoeveel energie heb ik vandaag? Dat, en deze random beschreven dagen is voor mij borderline.