De weg naar mildheid.

Nog twee sessies. Eigenlijk nog maar één, want de laatste dag is vooral afscheid nemen. Nog één therapiesessie dus en dan sta ik weer volledig op eigen benen. Wow.

Naast die twee sessies staan er nog wat individuele afspraken, onderzoeken en een evaluatie, maar begin september is het echt ten einde. Vijf jaar lang intensief in therapie geweest. Vijf jaar is een lange tijd.. het idee dat ik straks uitgeschreven wordt bij de GGz en ik verder ga met enkel de huisarts en/of POH GGz is een raar idee. Maar het maakt me ook blij.

Deze maand moet ik een evaluatie schrijven over de afgelopen twee jaar schematherapie. Veel geleerd, maar ook dingen die zijn blijven liggen. Dat geeft niet, of nouja, natuurlijk was ik liever nog verder geweest dan waar ik nu sta, maar als ik het realistisch bekijk ben ik een veel sterker persoon geworden. Nog steeds kwetsbaar, nog steeds somber en angstig. Nog steeds onzeker en nog steeds die vreemde drang tot destructief gedrag zoals automutilatie. Dat gaat er niet uit. Maar het is milder dan voorheen. Ik wil niet zeggen dat schematherapie een wondermiddel is, helemaal niet zelfs, maar ik heb mogen ervaren dat als je je volledig inzet en door blijft zetten als je diep in de put zit,  het je echt verder kan helpen. Niet al mijn groepsgenoten zijn het hier mee eens, maar als ik voor mezelf spreek ben ik redelijk tevreden.

Was ik niet liever écht beter geweest nu, na al die jaren therapie? Ja, natuurlijk. Maar dat is niet reëel. Ik ben nog steeds San met de borderline persoonlijkheidsstoornis, depressies en andere labels. Ik heb nog steeds periodes dat ik het vervloek, dat de put oneindig diep lijkt, de paniekaanvallen te heftig zijn en ik niet kan stoppen met huilen. Maar: deze periodes duren korter. Ik kom er sneller uit omdat ik geleerd heb hoe ik er mee om moet gaan. Hoe ik er tegen in kan gaan. Hoe ik voor mezelf kan, mag en moet zorgen. Ik struikel nog, hoor. Soms weet ik het ook niet meer, haat ik alles en voel ik me alleen veilig onder de dekens met de deur op slot. Maar ik weet nu; ook dat gaat weer voorbij.

Wellicht is dit een wat zweverig blog. Begrijp me niet verkeerd, ik wil het niet mooier maken dan het is, want de levenskwaliteit met persoonlijkheidsproblematiek en/of depressie(s) is niet om over naar huis te schrijven. Ik voel nu alleen zo’n bevrijding omdat ik dingen steeds beter begrijp en er beter grip op krijg, dat ik dat graag met jou als lezer wil delen.

Ik ben er nog niet. Not even close. Ik zit nu in een fase dat elke dag een opgave is, ik mezelf steeds weer over drempels moet trekken, ik veel dingen eng vind maar ze wel probeer aan te gaan (exposure), etc. Ik verlies me op meerdere vlakken in het ‘alles of niets’. Grenzen aanvoelen en aangeven en de balans vinden is waar ik op dit moment mee bezig ben. Soms gaat dat goed, soms loop ik mezelf compleet voorbij. Nog lang niet uitgeleerd dus. Ik denk dat ook al stop ik op korte termijn met mijn therapie, het zelfstandig nog wel door ontwikkelt. Ik pak het met twee handen aan.

Gangmaker van het feest

Vanmorgen las ik een blog  die mij raakte. Geen dramatisch blog, maar wel een die ging over waar ik me (ook) veel mee bezig houd; namelijk schuldgevoel. Schuldgevoel om wie je bent, wat je doet, en vooral om wie je niét bent en wat je niét doet. Daarbij (en daardoor) trap ik mezelf dagelijks de grond in, ook wel in schema-therapie de ‘Straffende Ouder’ modus genoemd. Een innerlijke strijd die veel energie kost, waar je somber van wordt en die niet helpend is voor het veranderen of verbeteren van de (je) situatie.

Natuurlijk komt dit niet zomaar uit de lucht vallen, achter dat schuldgevoel zit nog een heel scala aan gevoelens en emoties.  In het blog van Kim ligt de oorzaak bij de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Hoewel ik er zelf nog nooit over geblogd heb omdat ik het hier vooral over borderline en depressie wil laten gaan, is de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ook iets waar ik dagelijks mee te kampen heb. Veel van mijn angsten komen daar vandaan en ook mijn introverte sociale ‘onhandigheid’ en fobie liggen daar aan ten grondslag. Kim’s blog inspireerde me om hier toch wat meer openheid en uitleg aan te geven omdat ook dit is wat mij vormt.

Allereerst; wat is een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis? Tot anderhalf jaar geleden wist ik het zelf ook niet. Ik heb in augustus 2013   te horen gekregen dat ik dit ‘heb’, maar ik had geen idee waarom. Totdat ik er dus over in gesprek ging en informatie ging opzoeken op internet: wat een herkenning! Kort gezegd houdt het in dat je een diepgaand patroon van geremdheid in gezelschap, gevoel van tekort schieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel hebt. Een gevolg hiervan is dat je (beroepsmatige) activiteiten vermijdt die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen. Ik werk ook veel liever zoals ik nu op mijn vrijwilligers-job doe; met een kleine club collega’s. Kantoortuinen maken mij ontzettend zenuwachtig. Net als overleggen, telefoontjes plegen en vooral: de social talk bij de koffieautomaat. Een ander gevolg is dat je jezelf als sociaal onbeholpen en voor anderen onaantrekkelijk of minderwaardig voelt. Voor mij is bijvoorbeeld afspreken met een groep echt killing, dat haalt qua emoties het slechtste in me naar boven. Overigens merkt de ander dit niet, hoogstens dat ik stiller ben dan de rest. Liever spreek ik 1 op 1 af: minder prikkels en minder triggers.  Met de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis ben je je 24/7 bewust van jezelf en wat anderen wel niet van je zullen vinden. Hoewel ik ontzettend hard probeer om ‘leuk’ te zijn, blijf ik de stille San. Dat doet soms best pijn. Door regelmatig te oefenen en mezelf uit te dagen in sociale situaties probeer ik er zo goed mogelijk mee om te gaan en accepteer ik dat ik nu eenmaal niet de gangmaker van het feest ben. Wat niet volledig klopt, want op (dans) feestjes (geen verjaardagen!) kan ik heel enthousiast zijn en ben ik degene van de groep die het meest stuitert van zin.

Sommige ‘etiketjes’ kan ik voor mezelf niet negeren omdat ze te overheersend zijn. Borderline en depressie zijn er daar twee van. De ontwijkende persoonlijkheidsstoornis is voor mij anders; dat hoeft van mij geen naam te hebben. Vandaar dat ik het er nooit over heb. Ik ben San en ja ik ben stil en onzeker.  Maar dat is ok.

Crisisplan; uitleg en voorbeeld

Stel, het gaat niet goed met je. Je bent in paniek of je bent zo somber en verdrietig dat je niet meer onder je dekens vandaan kunt komen. Als je emotioneel hoog zit, is het lastig om te bedenken wat goed is om te doen zodat de situatie wat verbetert. Als steuntje in de rug is er het crisisplan.

Crisisplan klinkt wellicht wat heftig door het woord crisis. Crisis is voor iedereen anders. Ik weet nog toen ik de VERS-training deed; pannetje 5 bij mij suicidaliteit was, terwijl een groepsgenoot niet meer uit bed kunnen komen en niet meer voor zichzelf kunnen zorgen als pannetje 5 zag. Het pannetjesmodel is vergelijkbaar met het crisisplan. In het crisisplan kun je ‘registreren’ in welke fase je zit. In tegenstelling tot het pannetjesmodel uit de VERS-training geldt hier: hoe hoger je zit, hoe beter. Ik geef je een voorbeeld.

Je begint je crisisplan met je naam en de datum van de laatste update. Op deze manier is voor jezelf duidelijk hoe up-to-date je plan nog is (evenals voor hulpverleners als zij eventueel betrokken worden in je plan). Dat ziet er als volgt uit:

Naam: _______   ________

Datum laatste versie: _____________

Registreren, waar zit je?

  • 9-10 – Het gaat zeer goed.
    (let wel op als je gevoelig bent voor pieken die zorgen voor impulsief gedrag of jezelf overschatten)
  • 7-8 – Het gaat ruim voldoende tot goed, houden zo.
  • 6 – Nog voldoende, maar let op!
    Wat kun je doen om je stemming te verbeteren of op 6 te blijven?
  • 5 – Matig.
  • 3-4 – Slecht tot zeer slecht; crisis?
  • 0-2 – Crisis.

Het is misschien wat onwennig om jezelf  een cijfer te geven, maar op deze manier heb je wel een indicatie voor hoe het met je gaat en in welke fase je zit. Vervolgens zet je de volgende dingen in je plan: (let wel: de meeste dingen zijn handig voor jezelf, andere dingen, zoals de eerste vraag over suicidaliteit, is vooral nuttig voor hulpverleners).

Suicidaliteit; is er een poging gedaan? Zo ja, specifeer. Geef hierbij eerlijk antwoord over en hoe, wat en wanneer.

Medicatie. Geef hierbij aan welke medicatie je (eventueel) slikt, hoeveel mg en op welke momenten.

Externe triggers; welke gebeurtenissen halen je uit je evenwicht? Dit kan handig zijn om voor jezelf op een rijtje te hebben en zwart op wit te hebben staan. (en überhaupt om er eens bij stil te staan). Tevens handig voor hulpverleners als startpunt voor een gesprek.

Signalen dat het niet goed gaat.  Verdeel de signalen dat het niet goed gaat onder in gedachten, gevoelens en gedrag. Bijvoorbeeld: mijn gedachte is ‘ik kan dit toch niet’, mijn gevoel daardoor is onzekerheid en verdriet en mijn gedag is dat ik de situatie ga vermijden.

Wat kan ik doen om mijn stemming en toestand te verbeteren? (wat zou de ‘gezonde volwassene’ doen en zeggen?)

Helpende gedachten. Hiermee wordt bedoeld; gedachten die jou helpen om weer rustig(er) te worden of om jezelf gerust te stellen.

Wie kan ik bellen / inschakelen voor hulp? Maak hier een lijstje van mensen die je om hulp kunt vragen als je je niet goed voelt. Zet dan de naam en zijn / haar telefoonnummer er achter.

Wat kan de ander doen of zeggen om mij te helpen? Je hebt vast ideeën over wat je prettig vind dat anderen doen. Een arm om je heen slaan bijvoorbeeld, of een stukje met je wandelen. Bedenk voor jezelf wat jij prettig vindt en zet dat hieronder neer.

Telefoonnummers in volgorde van wie je eerst belt. Eerst je netwerk, dan de hulpverlening. Dit kan handig zijn als je in een waas zit en het niet zelf kunt bedenken. Ook is dit handig voor de hulpverlening om te weten.

Contactpersoon. Heb je een contactpersoon? Als in: iemand die op de hoogte is van jouw situatie en die kan worden ingeschakeld door de hulpverlening als dat voor jou helpend is.

Deze informatie en gegevens in een document wordt het crisisplan genoemd. Als je in therapie zit dan heb je er waarschijnlijk al een gemaakt, maar als je dit leest en je zit niet lekker in je vel maar je hebt geen therapie of je hebt daar (nog) geen crisisplan gemaakt; zet dan vooral zelf de eerste stap door er toch een te maken. Ik ervaar het als een houvast door de dingen zwart op wit te hebben staan. Zeker dingen als de helpende gedachten en wat kan ik doen om mijn stemming te verbeteren zijn dingen die ik me niet goed kan herinneren als ik vol in mijn emotie zit. Ik heb het plan in mijn telefoon staan op Google Drive, maar je kunt hem ook gewoon thuis bewaren op een vaste plek of bijvoorbeeld in je tas. Het kan helpend zijn om je plan te laten zien aan mensen die dichtbij je staan, zodat zij je beter kunnen helpen. Succes!

 

“Over twee jaar ben je relaxter”.

De hele zomer heb ik niet omgekeken naar mijn blog. Geen inspiratie en even uitgepraat over mezelf en de psychiatrie. Ook op social media ben ik de afgelopen maanden minder gaan tweeten of posten over details; ik hield het meestal bij ‘het is een goede dag’ of ‘het is gewoon even ronduit bagger’.
*
Eerder vanavond nam ik na het eten even een warme douche. Dat doe ik vaker om even tot rust te komen en te ontspannen, om daarna nog even rustig de avond in te gaan of door te gaan naar bed. Tussen het eten en die douche in was ik bezig met de vaatwasser inruimen, en op dat moment kreeg ik de kriebels om weer te gaan bloggen. Waarom dan? Omdat ik stiekem doodsbang voor dat ding ben maar hem toch stoer aanzet, mezelf ondertussen ‘uitlach’ – ik bedoel, wie is er nou bang voor een vaatwasser.. (of de wasmachine of oven/magnetron – nog zoiets) Tegelijkertijd dacht ik; het is tijd om weer te gaan schrijven. Al schrijvend krijg ik dingen weer op een rijtje, is het beter te begrijpen en ik vind het bij vlagen ook fijn om dingen te delen. Overigens is de angst voor die apparaten nieuw, het roept sinds kort beelden op van brand, wateroverlast of ontploffingen. Ik gebruik ze nog wel hoor, maar het laat wel weer zien dat angsten zomaar op kunnen treden, voor de meest normale, dagelijkse dingen.
*
Ook een reden om weer te gaan bloggen is dat ik vanaf volgende week ga beginnen met een nieuwe therapie in een andere GGz instelling, in een andere stad. De GGz instelling waar ik de afgelopen drie en een halfjaar in behandeling geweest ben is verleden tijd: op mijn laatste #dinsdagtherapiedag nam ik afscheid en liep ik voorgoed het gebouw uit. Het is nog even wennen; dat gebouw, de psychologen, psychiaters, vaktherapeuten, de verpleging en niet te vergeten mijn lieve groepsgenoten waren toch jarenlang onderdeel van mijn week. Echter is het nu tijd voor een nieuwe fase, en hopelijk worden de komende twee jaren die staan voor mijn volgende therapie mijn laatste twee intensieve therapiejaren. Volgens mijn nieuwe behandelaar ben ik over twee jaar een stuk relexter. Alsof hij me nu al doorheeft, na twee gesprekken. Ik vind het een mooi doel, want in mijn ogen is relaxter zijn ook minder angstig, minder vatbaar voor prikkels, beter zijn in emoties reguleren en zelfstandiger kunnen zijn. Kom maar op. De therapie die ik ga volgen is deeltijd-schematherapie, twee dagen in de week, twee jaar lang. In een groep met enkel mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik ben oprecht erg benieuwd waar ik in terecht ga komen, borderline kan immers op veel manieren tot uiting komen en ik ben therapiegroepen gewend waar ik meestal de enige was met die problematiek. Saai zal het in ieder geval vast niet worden. Heftig wordt het wel, en ben ook gewaarschuwd dat ik de komende tijd waarschijnlijk slechter in mijn vel ga zitten voordat het beter gaat. Komende week heb ik therapie-vakantie, dus nog even genieten van wat rust. Voor mij voelt het als weer een stap vooruit in de goede richting; een misschien wel laatste zetje om het daarna alleen te kunnen doen, of desnoods alleen met een psycholoog. Mijn behandelplan is klaar, de doelen zijn geformuleerd en mijn crisisplan is in de maak. Ik vind het rete spannend maar ben er klaar voor. Wordt vervolgd 🙂

Borderline in de praktijk.

Ongetwijfeld zie je aan mijn berichten op Twitter of Facebook dat ik vaak mijn dag niet heb. Dat ik me depressief voel, of dat ik bang ben. Of dat ik ineens out of the blue midden in de nacht op de dansvloer sta. Voor mensen in mijn ‘echte’ wereld is het vaak al moeilijk te snappen. Als je een hele dag met mij doorbrengt, merk je waarschijnlijk de wisselingen in mijn stemming en gedrag wel. Maar als jij mij maar een ochtend, middag of avond ziet, of je leest alleen flarden van mijn berichten op social media, dan kan het heel vreemd overkomen dat ik me ’s ochtends nog depressief voel en diezelfde avond toch met een biertje op de dansvloer sta. Of dat ik juist vol enthousiasme aan iets begin en een uur later zit te janken van ellende. Borderline kenmerkt zich met name door (sterke) stemmingswisselingen. Ik laat je graag een paar dagen in mijn huid kruipen, om te ‘ervaren’ hoe -voor mij- leven met borderline is.
*
Laten we de afgelopen vier dagen nemen. De dag voor het weekend, het weekend en de dag na het weekend. Dan beginnen we dus met afgelopen vrijdag. Valentijnsdag. Je staat op tijd op, want je moet om 10u bij de GGz zijn voor een afspraak van drie uur. Twee gesprekken met twee verschillende psychologen en je DNA afstaan voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je je DNA afstaat door middel van ‘tuffen in een buisje’, laat de psych je even alleen, omdat het niet erg charmant is. Dat tuffen in een buisje zijn trouwens haar woorden, niet de jouwe. Je doet braaf wat je gevraagd wordt, maar bent blij als de lange afspraak met vervelende en moeilijke vragen voorbij is en je weer naar frisse lucht kunt happen als je buiten op de drukke Wibautstraat staat. Je houd van die straat. Je hebt er op school gezeten en je favoriete dans club is aan de overkant. Je gaat boodschappen doen. Je bent de rest van de dag alleen, dus makkelijk qua eten. Je besluit jezelf te verwennen met een Turks brood en iets lekkers voor er op. Dus op naar de Turkse bakker en de Appie. Je doet het maar meteen, zodat je daarna de deur niet meer uit hoeft en je rust kunt pakken. Bij thuiskomst snoep je wat van het Turkse brood, als late lunch. Je ploft neer op de bank, kijkt wat dingen op Uitzending Gemist terug waaronder een programma over PTSS bij politieagenten. Je vind het zorgwekkend wat je ziet. Na het avondeten zit je een beetje te internetten en te Twitteren. Je krijgt een whatsappje van je ex-date dat ie je zo mist. Ohja, het is Valentijnsdag. Je voelt van alles, maar reageert koel. Inmiddels stijgt de spanning in je lijf; je bent nu een paar uur alleen en dat vind je toch ergens een beetje eng. Je besluit diep verstopt onder je dekentje een flauwe Valentijnsfilm te kijken op Net5. Je mixt een cocktail voor jezelf en kijkt de film uit. Daarna ga je naar bed. De vriend waarvan je in huis zit (want in je eigen huis zijn durf je weinig), laat via de whatsapp weten dat het laat wordt: hij gaat uit met vrienden. Ook de nacht ben je dus alleen. Omdat het over een paar dagen drie jaar geleden is dat er iets traumatisch is gebeurd waardoor je PTSS hebt gekregen, ben je er meer mee bezig dan anders. Het vooruitzicht van een nacht alleen maakt je angstig. Er komen tranen en die tranen gaan over in paniek. Zo in paniek dat je uiteindelijk (voor de tweede keer deze week) teveel slaappillen inneemt. Ze werken alleen niet want je bent te bang om te slapen. Het is wel uitzonderlijk, want normaal ben je heel trouw met je medicijnen en neem je zelden iets teveel. Maar de druk, spanning en angst zijn teveel aanwezig om sterk genoeg te zijn. Je zwakt nog verder af: je automutileert. Puur om met iets anders bezig te zijn. Vooral om iets anders te voelen. Je weet van jezelf dat dit kalmeert. En dat deed het ook. Je werd weer wat rustiger en durfde het aan om in bed te gaan liggen. Wel met de slaapkamerdeur open en het ganglicht aan omdat je zo minder snel gaat hallucineren – iets wat je doet bij veel spanning. Uiteindelijk val je in een onrustige slaap, word je elk uur wakker en kom je pas aan echt slapen toe als je vriend weer veilig thuis is ’s ochtends.
*
Op zaterdag lig je de hele ochtend in bed, wat slaap in te halen. Die vriend van je ligt zijn roes uit te slapen, zelf ga je brunchen. De angst van de afgelopen nacht is verdwenen, je bent weer rustig. Je gaat douchen en gaat in je up naar de supermarkt, boodschappen doen voor het avondeten. Stamppot hutspot. Na het boodschappen doen voel je je ineens weer somber worden en heb je geen energie meer. Je kruipt weer in bed tot etenstijd. Je vind het normaliter geen probleem om te koken, alleen stamppotten daar doe je niet aan: die vind je eng om te maken. Waarom weet je niet, want iets makkelijkers is er bijna niet. Maar vriend neemt de taak dus op zich. Jullie hebben het over de avond en besluiten de stad in te gaan. Ondanks je sombere stemming word je blij van het vooruitzicht om een nacht te gaan dansen, waardoor je ineens weer in een happy mood bent. Stemmingswisselingen zijn niet altijd verkeerd 😉 – Er volgt een aparte avond. Het plan was om naar die club waar je gister nog naar zat te kijken vanuit de wachtkamer van de GGz te gaan, maar er stond zo’n ontzettend lange rij, en het regende, dat jullie een plan B verzonnen. Plan B werd een drankje doen in een kroeg er naast, om zo die rij en regen even af te wachten. Ondertussen zat je met een colaatje voor je neus te kijken op Partyflock wat voor feestjes er nog meer waren. Als je eenmaal in je hoofd hebt dat je gaat dansen, moet er potdikkie gedanst worden ook. Er volgde een plan C. Dit bleek echt een flater te zijn, na 1 biertje gauw weer weg. Wat nu dan? Je was in staat om het over een hele andere boeg te gooien en de coffeeshop tegenover de plek waar jullie je fietsen hebben gezet binnen te lopen en een dikke joint te roken. Puur impulsief, want je rookt nooit jointjes. Maar je baalde dat je nog niet op de dansvloer stond en je zoekt dan naar een alternatief. Want naar huis gaan wilde je niet. Weer keken jullie op Partyflock, en besloten nog één feestje de kans te geven. (meeste dingen waren al uitverkocht, dus er bleven wat dibieuze feestjes over). We belandden in een club bij het Leidseplein. Wat bleek: er was daar een heuse verkleedpartij aan de gang. Overal lag kleding dat je aan kon trekken. Uiteraard de meest lelijke dingen. Jij bent wel zo gek om daar aan mee te doen, dus je zorgvuldig gekozen outfit deed er niet meer toe: je trok een foeilelijke bloemetjesjurk aan tot over de knie. Oh wat voelde je je knap, maar het kon je niets schelen. De club was vreemd, met aan de ene kant r&b, hiphop en soul, en aan de andere kant techno. Je vond het prima bij het techno gedeelte, al had je wel zoiets van ‘dit is de eerste maar ook de laatste keer in deze club’. Ondanks alles had je een leuke avond en lag je zondagochtend om kwart over zeven moe maar voldaan in bed.
*
Over de zondag kan ik heel kort zijn: je deed niks. Ondanks dat je niet veel hebt gedronken de vorige avond, heb je toch een kater en ben je doodop. Op deze dag is douchen al bijna te veel. Normaal douche je 2 a 3 keer op een dag, maar nu koste het moeite om jezelf 1 keer te douchen: de prijs van een avondje uit. Je weet van jezelf dat je na een avondje uit de volgende dag niets waard bent. Daar houd je dan ook rekening mee. De zondag ging qua emoties redelijk rustig voorbij. ’s Avonds besluit je ineens dat het nu echt afgelopen moet zijn met die overtollige kilo’s, en neem je jezelf voor om vanaf morgen te gaan ‘Sonja Bakkeren’. Na wat zoeken in dozen heb je haar boeken gevonden, maak je een boodschappenlijstje en duik je daarna weer in bed. Je slaapt onrustig.
*
Op maandag word je huilend wakker door een zielige droom. Geen fijne start van de dag, en in de verdere ochtend volgen er nog een paar huilbuien. Je voelt je ontzettend ellendig en alleen. Je pusht jezelf om toch wat huishouden te doen en geeft jezelf een flinke schop onder de kont. Muziekje aan en schoonmaken maar. Wasje draaien, opruimen, boodschappen doen.. je doet het allemaal. Daarna stort je weer in. Je krijgt een paniekaanval en zonder er bij na te denken automutileer je voor de tweede keer in een paar dagen tijd. Je voelt je zo ontzettend bang en waardeloos. Om te kalmeren ga je onder de douche. Het helpt iets. Daarna weer aan tafel achter de laptop alsof er niets gebeurd is. Muziekje aan, beetje internetten, wachtend tot je aan de eerste Sonja Bakker maaltijd kan beginnen. Na het eten schieten je pannen weer omhoog door onenigheid met een vriend. Je emoties hebben de overhand, en uit frustratie ga je de situatie uit de weg door naar bed te gaan en huil je jezelf in slaap.
*
Dit waren mijn afgelopen dagen. Veel moeilijke momenten, maar ook momenten dat ik me goed voelde en leuke spontane dingen ondernam. Elke dag is anders. Elk dagdeel is anders. Je hoort mensen wel eens zeggen ‘borderline is tenminste nooit saai’. Nee, dat klopt. Leuk is anders, maar saai is het niet. Je kunt je goed voelen maar ook ontzettend depressief. Het is altijd weer een verrassing dat al begint bij het wakker worden. Hoe voel ik me vandaag? Hoeveel prikkels kan ik vandaag verdragen? Hoeveel energie heb ik vandaag? Dat, en deze random beschreven dagen is voor mij borderline.

Met een psychose ben je nog niet gek.

Jaarlijks krijgt één op de tienduizend Nederlanders tussen de 15 en 45 jaar voor het eerst een psychose. Bij de meeste van hen blijft het niet bij die ene keer. Hoewel psychoses vaak in verband worden gebracht met schizofrenie, kunnen ze ook worden veroorzaakt door bijvoorbeeld drugsgebruik of slaapgebrek. Psychose- of psychotische verschijnselen kunnen ook voorkomen bij een bipolaire stoornis (manisch-depressief), maar kan ook een symptoom zijn bij borderline en depressie. Bij een psychotische depressie is er in de meeste gevallen sprake van wanen. Een psychose bij deze stoornissen duurt meestal enkele uren tot enkele dagen.
*
Een psychose is persoonlijk. Dit houdt in dat iemands levensgeschiedenis is verweven met zijn of haar wanen. Of nouja, dat las ik van de week in Psychologie Magazine. Mijn persoonlijke ervaring is dat ik er nog niet uit ben wat mijn wanen en hallucinaties met mijn levensgeschiedenis te maken hebben. Als ik hallucineer (regelmatig – vooral als ik slecht slaap, te veel prikkels heb gehad of teveel hooi op mijn vork heb genomen), dan zie ik vooral losse dingen, die niets met elkaar te maken hebben. Paar voorbeelden van wat ik dan zie: een groene aap hangend aan mijn raam die me aanstaart, kwallen die over het plafond glijden, spinnenwebben die me ‘vangen’, spinnen, bewegende meubels, gemeen grijnzende clowns en zelfs een korte tijd mensen. Daarnaast denk ik regelmatig dat er camera’s in huis zijn, ik vertrouw webcams op de laptop niet, ik heb lange tijd vuilniszakken voor de ramen gehad, gaatjes of vlekken op muren vind ik eng, en als ik over straat loop of fiets heb ik vaak het gevoel achtervolgd te worden. Ik kan erg achterdochtig zijn, waardoor ik angstig word. Maar wat heeft dat te maken met mijn levensgeschiedenis? In Psychologie Magazine staat er dat er middels therapie gepraat wordt over trauma’s en hiermee de dromen kunnen gaan duiden. Samen met de therapeut ga je dan op zoek naar de betekenis achter de wanen. Ik denk dat ik nog maar eens goed moet babbelen met mijn psych dan. (deze laatste zin met enig sarcasme – knipoog).
*
Hallucinaties kunnen verder gaan dan alleen dingen zien die er niet zijn. Je kunt ook dingen voelen, ruiken of horen. Stemmen horen is de meest voorkomende hallucinatie. Wanen heb je ook in verschillende vormen: je hebt de paranoïde wanen, waar ik net over vertelde; dat je het idee hebt achtervolgd te worden. Of dat je bijvoorbeeld vergiftigd word. Iemand in een psychose kan ook het idee hebben dat hij of zij God is, of een ander machtig persoon. Dit worden identiteitswanen genoemd. Tenslotte heb je nog de betrekkingswanen, waarbij gedacht wordt dat berichten op de radio of televisie speciaal voor hen zijn bedoeld.
*
Als je in een psychose zit, ben je verward. Het denken gaat chaotisch en sneller of juist langzamer dan normaal. Je kan dan snel gaan ratelen, of juist traag van begrip zijn alsof alles langs je heen gaat: het komt niet binnen.
*
Wat ik belangrijk vind om te vertellen, is dat iedereen kans kan hebben op een psychose. Het heeft niets te maken met intelligentie, sociaal milieu, afkomst of wat dan ook. Wel is het zo dat als iemand in je familie een psychose heeft (gehad), dat de kans dan groter kan zijn dat jij het ook ervaart. Daarnaast moet je een aangeboren kwetsbaarheid hebben. Dat en wat narigheid/trauma’s in je leven, en een psychose kan ontstaan. Mensen die in een psychose zitten zijn niet gek. Ze ervaren de wereld alleen een beetje anders dan de werkelijkheid. Maar het kan dus iedereen overkomen, ook jou. Oordeel dus niet te snel, maar neem zo’n iemand serieus.

Middagje in Het Dolhuys, Haarlem.

Onze taal kent veel uitdrukkingen die een oordeel bevatten over mensen met psychische problemen. Ze zijn aantoonbaar onjuist, maar toch leven deze uitdrukkingen voort. Kennelijk is er behoefte aan. Kennelijk verkiezen veel mensen vooroordelen boven feiten. Uit onwetendheid, gemakzucht, of angst voor het onbekende. Vooroordelen kunnen kwetsend zijn. Zij leiden tot uitsluiting. Wie eenmaal in een hokje is geplaatst, komt daar niet zo gemakkelijk weer uit.
*
Deze tekst stond op een muur in Het Dolhuys: het nationaal museum over de psychiatrie in Haarlem. Ik wilde daar al jaren naar toe, maar steeds kwam het er niet van. Alsof het zo moest zijn kreeg ik laatst ergens vrijkaartjes, dus niets stond me meer in de weg. Vanmiddag pakte ik mezelf bij elkaar, de vermoeidheid negerend (slaap al nachten amper, hoofd is te druk) en hup, de trein in naar Haarlem. Gister lukte het werken ook, dus moest vandaag een uitstapje ook lukken, dacht ik. En dat klopte, al ben ik na het museumbezoek meteen weer naar huis gegaan, m’n bed in. Maar I don’t care: ik heb een paar leuke uren gehad, en dát telt.
*
Maar; Het Dolhuys dus. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten van een museum over de psychiatrie. Hoe zouden ze dat uitbeelden? Bij binnenkomst begon het al meteen goed. Wat is normaal, wat is abnormaal, en wie bepaald dat, en waarom? We kregen een plattegrond mee met een uitgestippelde route die ons door alle ruimtes van het museum moest gaan leiden. Er werd ons een kijkje gegund in de levens van mensen die psychisch ziek zijn. Verhalen werden verteld, persoonlijke dingen werden getoond.  Verhalen van onbekende- en bekende Nederlanders. Kunst. Je kon ervaren hoe het is om in een isoleercel te zitten. Of, heel anders, hoe het is om in direct contact te staan met de natuur door in het stro te gaan liggen met dieren om je heen. Schijnt heel therapeutisch te werken. De tekst waar ik dit blog mee begon stond op de muur bij een ‘stigmatiserende tuin’: een tuin vol met kreten als ‘mafketel!’, ‘je hebt zeker een gaatje in je hoofd!’ en ‘je bent knettergek!’. Ook kon je met een stethoscoop luisteren naar verhalen van onder andere psychiaters en clienten door de eeuwen heen. De geschiedenis van Het Dolhuys gaat terug tot het jaar 1400. Reuze interessant!
*
Heb jij een buitenkant die soms anders is dan de binnenkant? Denk jij dat mensen jou zien zoals je bent? Nog zo’n tekst op de muur van het museum. Je kunt deze, en andere vragen, beantwoorden en aan een lijn van antwoorden hangen. Interessant om te lezen hoe andere mensen op de vragen antwoorden. Is huilen gezond? bijvoorbeeld. Of: wat was voor jou een keerpunt in je leven? In die kamer vol met vragen, stond ook een klein intiem huisje, waarin een ervaringsdeskundige vertelde over haar depressie en suicidaliteit.
*
Zit jouw geluk in een pil? Dat vond ik een mooie. Want is dat zo?
*
Zonder verder al te veel te verklappen, wil ik je bij deze echt aanraden eens naar dit museum te gaan als je geinteresseerd bent in de psychiatrie van nu en vroeger. Halverwege het museum kom je langs een cafeetje waar je even je bevindingen met elkaar kunt bespreken onder het genot van een kop koffie of thee. Of bier, wat jij wil. De sfeer in het museum is erg prettig, ik voelde me er geen moment ongemakkelijk. Ben je een keer in (de buurt van) Haarlem? Bezoek dan zeker Het Dolhuys! (www.hetdolhuys.nl)
*

Mijn Maandag: ‘kan of wil jij iemand vermoorden?’

Maandag. Normaliter mijn vrije dag. Mijn rustdag. Zo niet de afgelopen weken: of ik ben extra aan het werk, of ik heb andere dingen te doen, zoals vanochtend: mijn op twee na laatste onderzoek-ochtend bij de gespecialiseerde GGz instelling waar ik in het voorjaar in behandeling ga. Geen onderzoek naar wat er met me is: dat weten we nou wel. Maar er wordt daar ook wetenschappelijk onderzoek gedaan, en daar werk ik graag aan mee. Dus zat ik vanmorgen weer allerlei vragen te beantwoorden.
*
Zo werd me ook de vraag gesteld of ik soms zó boos word dat ik wel iemand kan of wil vermoorden. Nou, mensen.. ik word wel eens boos, en dan vloek ik, dan scheld ik, ik sla met de deuren en wil het liefst van alles kapot gooien. Of ik uit het op mezelf, met een mes in mijn arm, been, buik, of waar dan ook. Maar iemand vermoorden? Hoe gek denken ze precies dat ik ben?
*
Ik ben een zogenaamde ‘introverte borderliner’. Dit houdt in dat jij als omstander weinig zult merken van mijn borderline. Het gebeurt namelijk allemaal van binnen, en in al die jaren heb ik heel goed geleerd een masker op te zetten zodat je niet meteen bij de eerste ontmoeting al doorhebt dat er iets is. Daarnaast ben ik niet druk (zeg maar gerust de rustigste persoon op aarde), ik maak zelden ruzie, ik ga geen vechtpartijen aan.. aan de buitenkant heb ik alles onder controle. Op die uitzonderingen van met deuren slaan na dan. Van binnen is het een ander verhaal. Het kan zo druk zijn in mijn hoofd dat ik er wel eens aan twijfel of ik nou stemmen hoor of dat mijn gedachten gewoon zo hard door mijn hoofd gaan dat ik er gek van wordt. Als ik op mijn top van drukte zit, slaap ik per nacht zo’n één a twee uur, de rest van de dag loop ik te malen. Gelukkig is het nu niet zo erg, en slaap ik (ok, met medicatie) redelijk goed momenteel. Maar overdag: druk! Er gaat geen dag voorbij dat ik niet even tussendoor op bed moet gaan liggen om bij te komen. Niet om te slapen, dat lukt meestal niet, maar gewoon even uitrusten. Als dat op een dag niet kan door afspraken, lig ik die avond al voor 21uur in bed. Ook dit hoort er voor mij bij een psychische beperking: die altijd en eeuwig aanwezige vermoeidheid.
*
Vanmiddag ging ik na die onderzoek-ochtend even wandelen in het Amsterdamse Vondelpark. Gewoon even impulsief -ik noem het liever spontaan- een frisse neus halen. Met een omweg naar huis. Met mijn motto #opbokkenmetjedepressie in mijn hoofd liep ik daar door het park met de zon op mijn bol. Op het station had ik chocolade gekocht, waar ik tijdens mijn wandeling lekker van snoepte. Het was een positief uurtje. En daarna? Naar huis. Naar bed. Een kleine terugslag, met een huilbui als gevolg. Een heel eenzaam gevoel. Beetje angstig, ook. Maar gelukkig bestaat er thee. En een warme douche. En een goede vriend die vanavond weer thuis komt. Met kleine, voorzichtige stapjes kom ik zo’n maandag toch weer door. En bang zijn dat ik iemand vermoord? Tuurlijk niet. Mijn blog heet niet voor niets ‘zo gek nog niet’.
*

Wajong herkeuring-stress.

“Wajong: wie kan, moet werken” (Nieuwsuur, 6 juli 2013)
*
“Herkeuring van Wajongers is rechtvaardig, en zeker niet zielig” (Elsevier.nl, 13 januari 2014)
*
“FNV dreigt: stel herkeuring Wajongers uit” (Volkskrant.nl, 13 januari 2014)
*
“Groenlinks voor uitstel herkeuring Wajongers” (Telegraaf.nl, 13 januari 2014)
*
“Het gaat me goed, omdát ik niet werk!” (Trouw, 21 januari 2014)
*
Ik ben een van de 240.000 Wajongers over wie deze koppen gaan. In 2009 werd ik voor 55% afgekeurd, omdat ik teveel belemmerd werd door mijn snel opeenvolgende depressies. De overige procenten vulde ik met school en met een bijbaantje bij de post: een baan waarin ik op mezelf was, en -tot op bepaalde hoogte- in eigen tempo kon bepalen hoe hard ik werkte. Op deze manier hield ik het nog enigszins vol. Totdat de maat toch vol was: naast de terugkerende depressies en een post traumatische stress stoornis, kreeg ik er nog een psychose boven op waarvoor ik opgenomen werd, en kwam er uit persoonlijkheidsonderzoek ook nog eens uit dat ik een borderline persoonlijkheidsstoornis heb. In 2011 hield ik het echt niet meer vol. Ik moest alles achter me laten en ik ging fulltime in behandeling. Hierdoor werd ik volledig afgekeurd en was ik officieel een ‘volwaardige Wajonger’. Wat heb ik me er kut onder gevoeld, echt waar. Dankbaar was ik dat regelingen als deze er zijn, maar wat een gevoel van falen als je als begin twintiger volledig wordt afgekeurd. Het deed pijn. Maar het gaf ook rust. Ik kon me volledig focussen op mijn behandeling, ik werd zo nu en dan opgenomen en toen mijn behandeling na anderhalf jaar iets minder intensief was, ben ik voorzichtig vrijwilligerswerk gaan proberen. Dit omdat ik toch iets nuttigs wilde doen, en weer enigszins terug de maatschappij in wilde. Ik was nog maar 24: ik wilde gewoon net als iedere andere jongere zijn. Ofwel studie, ofwel werk. Maar op aanraden van mijn behandelaren begon ik klein: met vier uurtjes vrijwilligerswerk per week.
*
Inmiddels zitten we in 2014. Ik ben nog steeds volledig afgekeurd. Ik ben alleen maar ‘zieker’ geworden. Lees: onstabieler.  Als je mijn psychiatrisch rapport met (bijkomende) diagnoses en problematiek leest, schrik je. Inmiddels ben ik nog maar één dag per week in therapie en werk ik daarnaast twee middagen van vier uur vrijwillig als ervaringsdeskundige in de GGz. De overige dagen moet ik bijkomen, uitrusten, bijslapen en vooral: in een prikkelarme omgeving zijn. Vaak is dit mijn bed, tussen de vier ‘veilige’ muren van de slaapkamer. De afgelopen twee weken ben ik per week een dagdeel extra gaan werken, omdat het even zo uitkwam, maar ik kom mezelf direct keihard tegen: slechter slapen, oververmoeid zijn, prikkelbaar, en meteen weer een depressief gevoel. Ik kan dat niet aan, met als gevolg dat ik echt geen energie meer heb en het liefst ’s avonds na het eten meteen ga slapen. Ik heb zelden meer wat aan mijn avond: altijd ben ik moe. Mijn hoofd is zo druk en chaotisch: dat put me uit. Mijn vrienden noemen me al liefkozend ‘Oma’ – en zelf doe ik daar met een dosis zelfspot gewoon lekker aan mee. Oma power!
*
Echter: de laatste weken word ik opgeschrikt door koppen als waar ik deze blog mee begon. De twee woorden ‘herkeuring’ en ‘Wajong’ in één zin jagen me de stuipen op het lijf. “wie kan, moet werken” .. wie bepaalt of iemand kán werken? Ik zie het al helemaal voor me: ik kom op herkeuring en zie er gewoon normaal uit. Ik kleed me normaal, ik praat normaal: er is niets aan mij te zien. Hoe leg je zo’n UWV-arts dan uit dat werken (NOG! – misschien later, maar nu niet) geen optie is? Ik vind het echt doodeng en lig er regelmatig wakker van. Nee: ik ben absoluut niet trots op mijn uitkering. Als ik vrienden om me heen gewoon keihard zie werken voor hun geld, terwijl ik weer op bed lig, schaam ik me zelfs. Maar verstandelijk weet ik dat het nu niet anders kan. Eén dag therapie en twee dagdelen vrijwilligerswerk (waar ik me ook zeer regelmatig ziek moet melden omdat het niet lukt) is echt de max. Maar hoe leg je dat uit aan iemand die je niet kent? Zo’n arts moet in een half uur over jouw leven gaan beslissen. Ik vind het rete-spannend.
*

Anders dan ik dacht.

“San, kom je even?” Ik zit achter de computer wat administratie te doen op kantoor als mijn coordinator vraagt of ik even met haar mee kom. “Ik heb gesprekskamer X gereserveerd, dan kunnen we even praten. Wil je een kop thee?”. Een kop thee is misschien wel even lekker, dus ik zeg ja. We gaan zitten in de gesprekskamer waar we normaliter met clienten zitten. Ik ben blij met m’n kop thee, en speel er wat mee door er wat suiker in te gooien en langdurig te roeren. Dit terwijl ik normaal gesproken helemaal geen suiker in m’n thee doe. Zal de spanning wel zijn. “Ik wil even met je praten over je vele afwezigheid”. Ohjee. Ze zal toch niet zeggen dat… “Ik weet niet of het verstandig is dat je hier nog langer werkt”. Kut. “Je bent teveel afwezig, daardoor onbetrouwbaar en ik kan niet meer op je rekenen”. Ze heeft gelijk. “Na vandaag hoef je niet meer te komen”. Dat was het dan. Ik sta op straat. Mijn vrijwilligerswerk dat me toch heel dierbaar is, ben ik verloren. Het is klaar. 
*
Dit is waar ik bang voor was vandaag. Ik durfde bijna niet naar mijn vrijwilligerswerk toe vanmorgen, omdat ik bang was voor dit scenario. In werkelijkheid ging het heel anders. Ik stapte de trein uit en kwam mijn coordinator op het station tegen. “Wat stoer dat je er vandaag weer bent!” zegt ze tegen me met een lach. Huh? dacht ik. Ben je dan niet boos? Ze komt niet boos over. Integendeel, ze lijkt oprecht blij om me te zien. Ik pak mijn fiets en samen fietsen we naar kantoor. Ik stap maar meteen met de deur in huis door op de fiets al een gesprekje aan te gaan. Ik zeg haar eerlijk dat ik vandaag eigenlijk niet durfde te komen, of nee: eigenlijk niet niét durfde te komen. Snap je hem nog? Ik leg haar uit dat ik bang ben dat ze me niet meer als vrijwilliger wil hebben, omdat ik me de laatste tijd teveel ziekmeld. “Oh maar San, dat gaat niet gebeuren hoor!”. Weer ben ik verbaasd. Hoe kan het dat als ik me met zulke regelmaat ziek meldt omdat ik te angstig/depressief/moe ben om te werken, maar daardoor niet de deur uit gezet wordt? “Ik wil je even zeggen dat je niet bang hoeft te zijn dat je er uit gegooid wordt. Dat gebeurt niet”. “Het was anders geweest als je er een potje van maakte, maar je bent ziek en het is niet erg.” Ok.. “Daarnaast pas je perfect in onze doelgroep”. Daarmee bedoelde ze dat de vrijwilligers die hier werken vrijwel allemaal ervaring hebben in de GGz. Je kunt je misschien voorstellen dat dat niet de meest stabiele groep is, en er wel meer mensen zijn die zich regelmatig ziekmelden.
*
Op het moment dat we op kantoor aankomen ben ik niet meer angstig. Ik blijf wantrouwend, maar probeer er op te vertrouwen dat ik mijn vrijwilligersbaantje niet zomaar kwijt raak. Ook niet als ik er dus af en toe niet ben omdat het niet gaat. Ik ben blij dat ik de stap heb genomen om te gaan, en om het ook aan te kaarten. Door eerlijk te zijn weet ik nu waar ik aan toe ben. Ik had toch een heel andere dag gehad als ik thuis gespannen onder mijn dekentje was blijven liggen..
*