Besluiteloosheid.

Als ik niet goed in mijn vel zit, kan ik over de meest stomme dingen urenlang twijfelen.
Op de bank zitten, of in bed blijven. Een boterham eten of een cracker. En wat moet er dan op? Durf ik wel alleen naar de AH oid, of toch hulp vragen daarbij? Kan ik het dan wel maken om die hulp te vragen? Is het niet stom? Moet ik wel gaan werken en doorzetten, of me toch ziekmelden en proberen wat te slapen? Naar vriend X gaan, vriendin Y of toch naar huis? Wat moet er vanavond weer gegeten worden? Kan ik beter lopen of gaan fietsen?
Heel de dag kan ik tobben over dit soort dingen. Eeuwige twijfel. Het goed willen doen, maar ook willen luisteren naar mijn lichaam. Balans vinden. Wat is dan balans? Ergens wil (lees: moet) je dingen ondernemen, en ergens wil je niets anders dan je verstoppen onder de dekens. Alles wordt eng. Een gevecht. Weinig gaat meer vanzelf. Besluiteloosheid.
 *
Gisterochtend dacht ik urenlang na over of ik wel zou gaan werken die middag. Toen ik opstond kon ik niet normaal staan van de spierpijn. Pure spanning. Na een kop koffie op de bank kroop ik toch weer in bed. Maar slapen kon ik niet. Het werd een wellus/nietus spelletje in mijn hoofd, totdat het zo’n chaos in mijn hoofd werd dat ik mezelf wel iets aan kon doen. Toen vond ik het genoeg. Ik ben gaan douchen en ben de deur uit gegaan. Mezelf een schop onder de kont gegeven. Bij de bushalte wist ik het nog zeker; ik ga werken. Op het station aangekomen wilde ik weer omkeren. De spanning raasde door mijn lijf en ik werd misselijk. Toch de trein in. Onderweg moeite mijn emoties te beheersen. Ik kreeg spijt. Waar was ik mee bezig? Is doorzetten wel altijd goed? Weer de twijfel. Toch de weg vervolgen naar het werk. Ik kwam te laat, want had pech onderweg. Ik werd woedend. Vloekend liep ik naar mijn werk toe. Daar het masker op. Achter het bureau kruipen. Mijn ding doen. Lachen. Praten met collega’s.
Van binnen huilde ik.
 *
De laatste dagen is het complete chaos in mij. De borderline neemt mij over, maar ik sla terug. Vandaag gun ik mezelf een dagje onder de dekens. Maar toch twijfel ik of ik dat wel ‘mag’. Misschien toch vanmiddag even de deur uit. Ik weet het niet. Weer de besluiteloosheid.
Advertenties

STOP IT!

Mijn hoofd is een chaos. Mijn gedachten máken het een chaos. Mijn stemmingswisselingen maken er nog meer een warboel van. Mijn verdriet, boosheid, nog meer verdriet, nog meer boosheid, de wanhoop, de angst, de achterdocht en weer het verdriet beïnvloeden mijn gedachten. Mijn gedachten beïnvloeden mijn stemming. En zo gaat het door en door. Dag in, dag uit.
*
De laatste maanden is het erger, en ik ben er moe van. Doodmoe. Oververmoeid. Mijn lichaam vind het ook welletjes en doet gezellig mee met allerlei kwaaltjes. Allemaal psychisch. Allemaal door de chaos in mijn bovenkamer. Ik wil dat het stopt. Dat willen mijn therapeuten ook, om over mijn directe omgeving nog maar te zwijgen.
*
Een van die therapeuten houdt wel van een geintje, en wees me op het onderstaand filmpje.
Neem er even de tijd voor, en kijk hem helemaal af.
*
*
Ik heb in de negen jaar dat ik in de GGz loop nog niet zo’n therapeut getroffen. Hoe simpel zou dat zijn.. in vijf minuten even alles op tafel gooien, en steeds dezelfde oplossing aangereikt krijgen.
*
Net zat ik met een kop thee op de bank. Even later stond ik onder de douche. Mezelf klaar te maken om naar mijn therapiedag te gaan.
Ik ben gespannen. Ik ben boos. Boos op mezelf. Boos omdat ik me zo voel. Omdat ik zo ben. Ik ben bang. Ik durf niet zo in de trein. Maar ik dwing mezelf. Ik word verdrietig. Kan het niet een dag normaal gaan? Ik voel de wanhoop. Hoelang gaat dit nog duren? Hoeveel dagen, weken, maanden of jaren moet ik me nog zo voelen? Ik word weer verdrietig. Wanneer vind ik nu eens medicatie die goed aanslaat? Die me minder down laat voelen? Die mijn angsten wegneemt? Ik word weer boos. Ik moet me niet zo aanstellen. Een schop onder de kont heb ik nodig. Ik maak me potdorie druk om een treinreis. Alleen. Met andere mensen. Ik voel me een klein kind, die niets lievers wil dan vastgehouden worden. Getroost worden. De mensen die troost aanbieden ga ik uit de weg. Want ook dat is eng. De tranen komen. Ik ben zo verdrietig. Als een zombie zeep ik mezelf in met douchegel. Doorzetten. Ik droog me af, en kleed me aan. Vervolgens zit ik weer op de bank.
*
Er zijn nog geen tien minuten voorbij. Het voelt als een halve dag.
 

Onzichtbare chaos..

In mijn vorige blog had ik het er nog over; het feit dat je je alleen kunt voelen ook al ben je op een feestje waar je vrienden ook zijn. Dat het een chaos in je hoofd kan zijn, alleen dat niemand dat aan je ziet. Afgelopen weekend had ik het weer sterk. Ik had een ‘druk’ weekend, met op vrijdagavond (lees: nacht) stappen en op zaterdagavond een stevig rockconcert. Geen tijd om je druk te maken zou je denken. Ik ben nog jong: er zijn tig jongeren die zo’n weekend makkelijk aankunnen, maar ik niet echt. Dat wéét ik ergens ook wel, want het is een steen waar ik me keer op keer weer tegen stoot. Maar hoe hard ik ook stoot; ik doe het de volgende keer weer net zo hard. Ontzettend eigenwijs, maar vooral: ik kan lastig accepteren dat bepaalde dingen moeilijk voor me zijn.

Ik ben een zogenaamde ‘introverte borderliner’: ik ben behoorlijk rustig, stil en zit vaak in mijn eigen wereld. Ik heb veel baat bij rust en structuur. Stabiliteit. Soms moet ik daarentegen wel af en toe even uit de band springen, bijvoorbeeld dus op een feestje of tijdens een concert. Hartstikke gezond zou je denken. Ja, ergens wel. Het verminderd spanningen, het geeft afleiding en als het meevalt met de chaos in je hoofd kun je zelfs genieten. Maar als die chaos in je hoofd er al is, gaat die niet zomaar weg. Al sta je bij de band waar je een ontzettend grote fan van bent, als de chaos er is dan is die er, en dan kun je het genieten wel vergeten. Zo stond ik me vrijdagnacht druk te maken over van alles en nog wat. Dingen waarvan ik verstandelijk weet dat ze niet realistisch zijn. Maar het zit in je hoofd en het gaat maar moeilijk weg. Je kunt dan wel tegen jezelf zeggen ‘maak je niet zo druk, ga lekker dansen’ en gewoon glimlachend in de zaal gaan staan, maar ondertussen malen de dominante negatieve gedachten maar door je hoofd. Doodvermoeiend. Op zo’n moment voel je je heel eenzaam. Maar niemand die het ziet. Ergens ook wel weer fijn; op een feestje zit je niet te wachten op vragen als ‘hoe voel je je?’ en ‘gaat het wel?’. Nee hoor: lachen, dansen en doorgaan. Dat houdt me ook weer op de been. Zitten kniezen in een hoekje of maar thuis blijven in een rustige omgeving om maar niet uit balans te raken: no way. Ik daag mezelf graag uit. Soms pakt dat slecht uit, maar soms maak ik daardoor juist ook weer te gekke dingen mee, die ik anders maar mooi had gemist. Zoals het te gekke concert van gisteren dat last minute op mijn pad kwam. En dáár ga ik voor, hoe vaak ik me daarnaast ook nog moet stoten aan die verdomde steen.

Het gevoel van leegte..

Hoe kan het toch dat je je eenzaam kunt voelen als je door de drukke stationshal van Utrecht Centraal loopt? Dat je je alleen voelt ook al ben je op een feestje waar je vrienden ook zijn? Dat je je ‘leeg’ voelt, in de war, vreemd en onbegrepen.. wat is dat toch? Heb jij dat wel eens? Het gevoel dat je nergens bij hoort, geen aansluiting hebt, ook al hoor je wel degelijk bij groepen mensen? Ik had dit van kinds af aan al. Als je klein bent heb je geen idee wat dat nou is. Je voelt je anders dan anderen, maar kan het niet onder woorden brengen. Ik was een sociaal kind, en dat ben ik nu nog steeds, maar dat vreemde lege, eenzame gevoel blijft. Iets waar  veel mensen met borderline zich in zullen herkennen: het is een van de hardnekkigste symptomen.

Iemand met borderline heeft een kwetsbaar zelfbeeld. Onstabiel. Het kan per uur wisselen hoe er wordt gedacht over zichzelf. Er hoeft maar iéts te gebeuren en het hele zelfbeeld kan omslaan naar enkel negatieve gedachten. Dit geeft veel angst en een wanhopig gevoel. Natuurlijk zijn er trucjes om hier mee om te kunnen leren gaan. Een goede training om mee te beginnen is de G-training. Hierbij ga je aan de slag met je zogenaamde negatieve dominante gedachten. Dit zijn gedachten die steeds weer terugkeren, vaak bij vrijwel alles wat je doet. Stel: je hebt als negatieve dominante gedachte ‘ik ben waardeloos’. Knap vermoeiend als dat dag in, dag uit door je hoofd heen gaat. Probeer dan maar eens zelfvertrouwen op te bouwen en een stabiel  positief zelfbeeld te krijgen. En als het dan al een beetje lukt, door positieve ervaringen op bijvoorbeeld je werk of tijdens je studie: probeer het dan maar eens vast te houden. Oefenen, oefenen, oefenen. Uitdagen is hierbij het sleutelwoord: je negatieve gedachten uitdagen. Bewijzen zoeken van het tegenovergestelde. Zet er positieve gedachten tegenover.. nogmaals: oefenen, oefenen, oefenen. Het is zeker niet onmogelijk om een positief zelfbeeld te krijgen, ook niet als je borderline hebt!

Als je een positief, stabiel zelfbeeld hebt, is het ook makkelijker om met het gevoel van leegte om te gaan. Het ‘overvalt’ je dan niet zo. Gevoel van leegte is een van de meestvoorkomende symptomen van borderline. Het kan maken dat niets meer betekenis heeft. Wat hierbij kan helpen is een doos of een dagboek / fotoboek oid maken met goede herinneringen. Belangrijk is dat ze tasbaar, zichbaar zijn. Met enkel dingen in je hoofd red je het niet. Omdat het gevoel van leegte zo lastig uit te leggen is, en eigenlijk een eigen wereldje is zonder woorden, kan het goed zijn om er toch over te proberen te praten. Natuurlijk niet met de slager of de postbode, maar met je dierbaren. Mij helpt het bijvoorbeeld om een dagboek bij te houden en dit af en toe eens voor te lezen. Door te schrijven kan ik mijn gevoelens beter uiten en zo duidelijker maken wat er nou in me om gaat; áchter die vrolijke lach. Wat ook kan helpen is tekenen, schilderen, kleien of andere beeldende therapievormen. Voor iedereen is er wel een manier. Net als bij het uitdagen van de negatieve gedachten geldt: oefenen, oefenen, oefenen.

Er zijn allemaal natuurlijk ook allemaal manieren om het gevoel van leegte te vermijden. De een trekt zich terug om de confrontatie uit de weg te gaan, de ander gaat juist van alles ondernemen om het gevoel van leegte te onderdrukken of kwijt te raken. Vermijden is geen slimme manier om hiermee om te gaan, omdat een ander borderline symptoom, impulsiviteit, gemakkelijk de hoek om kan komen kijken. Alcohol- of drugsgebruik kan een gevaar zijn. Agressie kan opspelen, en noem het maar op. Voor de persoon met borderline niet fijn, maar voor de omgeving ook zeker niet. Door je best te doen om ergens positiviteit uit te halen kan het gevoel van leegte echt verminderen, daar ben ik van overtuigd.