Borderline in de praktijk.

Ongetwijfeld zie je aan mijn berichten op Twitter of Facebook dat ik vaak mijn dag niet heb. Dat ik me depressief voel, of dat ik bang ben. Of dat ik ineens out of the blue midden in de nacht op de dansvloer sta. Voor mensen in mijn ‘echte’ wereld is het vaak al moeilijk te snappen. Als je een hele dag met mij doorbrengt, merk je waarschijnlijk de wisselingen in mijn stemming en gedrag wel. Maar als jij mij maar een ochtend, middag of avond ziet, of je leest alleen flarden van mijn berichten op social media, dan kan het heel vreemd overkomen dat ik me ’s ochtends nog depressief voel en diezelfde avond toch met een biertje op de dansvloer sta. Of dat ik juist vol enthousiasme aan iets begin en een uur later zit te janken van ellende. Borderline kenmerkt zich met name door (sterke) stemmingswisselingen. Ik laat je graag een paar dagen in mijn huid kruipen, om te ‘ervaren’ hoe -voor mij- leven met borderline is.
*
Laten we de afgelopen vier dagen nemen. De dag voor het weekend, het weekend en de dag na het weekend. Dan beginnen we dus met afgelopen vrijdag. Valentijnsdag. Je staat op tijd op, want je moet om 10u bij de GGz zijn voor een afspraak van drie uur. Twee gesprekken met twee verschillende psychologen en je DNA afstaan voor wetenschappelijk onderzoek. Terwijl je je DNA afstaat door middel van ‘tuffen in een buisje’, laat de psych je even alleen, omdat het niet erg charmant is. Dat tuffen in een buisje zijn trouwens haar woorden, niet de jouwe. Je doet braaf wat je gevraagd wordt, maar bent blij als de lange afspraak met vervelende en moeilijke vragen voorbij is en je weer naar frisse lucht kunt happen als je buiten op de drukke Wibautstraat staat. Je houd van die straat. Je hebt er op school gezeten en je favoriete dans club is aan de overkant. Je gaat boodschappen doen. Je bent de rest van de dag alleen, dus makkelijk qua eten. Je besluit jezelf te verwennen met een Turks brood en iets lekkers voor er op. Dus op naar de Turkse bakker en de Appie. Je doet het maar meteen, zodat je daarna de deur niet meer uit hoeft en je rust kunt pakken. Bij thuiskomst snoep je wat van het Turkse brood, als late lunch. Je ploft neer op de bank, kijkt wat dingen op Uitzending Gemist terug waaronder een programma over PTSS bij politieagenten. Je vind het zorgwekkend wat je ziet. Na het avondeten zit je een beetje te internetten en te Twitteren. Je krijgt een whatsappje van je ex-date dat ie je zo mist. Ohja, het is Valentijnsdag. Je voelt van alles, maar reageert koel. Inmiddels stijgt de spanning in je lijf; je bent nu een paar uur alleen en dat vind je toch ergens een beetje eng. Je besluit diep verstopt onder je dekentje een flauwe Valentijnsfilm te kijken op Net5. Je mixt een cocktail voor jezelf en kijkt de film uit. Daarna ga je naar bed. De vriend waarvan je in huis zit (want in je eigen huis zijn durf je weinig), laat via de whatsapp weten dat het laat wordt: hij gaat uit met vrienden. Ook de nacht ben je dus alleen. Omdat het over een paar dagen drie jaar geleden is dat er iets traumatisch is gebeurd waardoor je PTSS hebt gekregen, ben je er meer mee bezig dan anders. Het vooruitzicht van een nacht alleen maakt je angstig. Er komen tranen en die tranen gaan over in paniek. Zo in paniek dat je uiteindelijk (voor de tweede keer deze week) teveel slaappillen inneemt. Ze werken alleen niet want je bent te bang om te slapen. Het is wel uitzonderlijk, want normaal ben je heel trouw met je medicijnen en neem je zelden iets teveel. Maar de druk, spanning en angst zijn teveel aanwezig om sterk genoeg te zijn. Je zwakt nog verder af: je automutileert. Puur om met iets anders bezig te zijn. Vooral om iets anders te voelen. Je weet van jezelf dat dit kalmeert. En dat deed het ook. Je werd weer wat rustiger en durfde het aan om in bed te gaan liggen. Wel met de slaapkamerdeur open en het ganglicht aan omdat je zo minder snel gaat hallucineren – iets wat je doet bij veel spanning. Uiteindelijk val je in een onrustige slaap, word je elk uur wakker en kom je pas aan echt slapen toe als je vriend weer veilig thuis is ’s ochtends.
*
Op zaterdag lig je de hele ochtend in bed, wat slaap in te halen. Die vriend van je ligt zijn roes uit te slapen, zelf ga je brunchen. De angst van de afgelopen nacht is verdwenen, je bent weer rustig. Je gaat douchen en gaat in je up naar de supermarkt, boodschappen doen voor het avondeten. Stamppot hutspot. Na het boodschappen doen voel je je ineens weer somber worden en heb je geen energie meer. Je kruipt weer in bed tot etenstijd. Je vind het normaliter geen probleem om te koken, alleen stamppotten daar doe je niet aan: die vind je eng om te maken. Waarom weet je niet, want iets makkelijkers is er bijna niet. Maar vriend neemt de taak dus op zich. Jullie hebben het over de avond en besluiten de stad in te gaan. Ondanks je sombere stemming word je blij van het vooruitzicht om een nacht te gaan dansen, waardoor je ineens weer in een happy mood bent. Stemmingswisselingen zijn niet altijd verkeerd 😉 – Er volgt een aparte avond. Het plan was om naar die club waar je gister nog naar zat te kijken vanuit de wachtkamer van de GGz te gaan, maar er stond zo’n ontzettend lange rij, en het regende, dat jullie een plan B verzonnen. Plan B werd een drankje doen in een kroeg er naast, om zo die rij en regen even af te wachten. Ondertussen zat je met een colaatje voor je neus te kijken op Partyflock wat voor feestjes er nog meer waren. Als je eenmaal in je hoofd hebt dat je gaat dansen, moet er potdikkie gedanst worden ook. Er volgde een plan C. Dit bleek echt een flater te zijn, na 1 biertje gauw weer weg. Wat nu dan? Je was in staat om het over een hele andere boeg te gooien en de coffeeshop tegenover de plek waar jullie je fietsen hebben gezet binnen te lopen en een dikke joint te roken. Puur impulsief, want je rookt nooit jointjes. Maar je baalde dat je nog niet op de dansvloer stond en je zoekt dan naar een alternatief. Want naar huis gaan wilde je niet. Weer keken jullie op Partyflock, en besloten nog één feestje de kans te geven. (meeste dingen waren al uitverkocht, dus er bleven wat dibieuze feestjes over). We belandden in een club bij het Leidseplein. Wat bleek: er was daar een heuse verkleedpartij aan de gang. Overal lag kleding dat je aan kon trekken. Uiteraard de meest lelijke dingen. Jij bent wel zo gek om daar aan mee te doen, dus je zorgvuldig gekozen outfit deed er niet meer toe: je trok een foeilelijke bloemetjesjurk aan tot over de knie. Oh wat voelde je je knap, maar het kon je niets schelen. De club was vreemd, met aan de ene kant r&b, hiphop en soul, en aan de andere kant techno. Je vond het prima bij het techno gedeelte, al had je wel zoiets van ‘dit is de eerste maar ook de laatste keer in deze club’. Ondanks alles had je een leuke avond en lag je zondagochtend om kwart over zeven moe maar voldaan in bed.
*
Over de zondag kan ik heel kort zijn: je deed niks. Ondanks dat je niet veel hebt gedronken de vorige avond, heb je toch een kater en ben je doodop. Op deze dag is douchen al bijna te veel. Normaal douche je 2 a 3 keer op een dag, maar nu koste het moeite om jezelf 1 keer te douchen: de prijs van een avondje uit. Je weet van jezelf dat je na een avondje uit de volgende dag niets waard bent. Daar houd je dan ook rekening mee. De zondag ging qua emoties redelijk rustig voorbij. ’s Avonds besluit je ineens dat het nu echt afgelopen moet zijn met die overtollige kilo’s, en neem je jezelf voor om vanaf morgen te gaan ‘Sonja Bakkeren’. Na wat zoeken in dozen heb je haar boeken gevonden, maak je een boodschappenlijstje en duik je daarna weer in bed. Je slaapt onrustig.
*
Op maandag word je huilend wakker door een zielige droom. Geen fijne start van de dag, en in de verdere ochtend volgen er nog een paar huilbuien. Je voelt je ontzettend ellendig en alleen. Je pusht jezelf om toch wat huishouden te doen en geeft jezelf een flinke schop onder de kont. Muziekje aan en schoonmaken maar. Wasje draaien, opruimen, boodschappen doen.. je doet het allemaal. Daarna stort je weer in. Je krijgt een paniekaanval en zonder er bij na te denken automutileer je voor de tweede keer in een paar dagen tijd. Je voelt je zo ontzettend bang en waardeloos. Om te kalmeren ga je onder de douche. Het helpt iets. Daarna weer aan tafel achter de laptop alsof er niets gebeurd is. Muziekje aan, beetje internetten, wachtend tot je aan de eerste Sonja Bakker maaltijd kan beginnen. Na het eten schieten je pannen weer omhoog door onenigheid met een vriend. Je emoties hebben de overhand, en uit frustratie ga je de situatie uit de weg door naar bed te gaan en huil je jezelf in slaap.
*
Dit waren mijn afgelopen dagen. Veel moeilijke momenten, maar ook momenten dat ik me goed voelde en leuke spontane dingen ondernam. Elke dag is anders. Elk dagdeel is anders. Je hoort mensen wel eens zeggen ‘borderline is tenminste nooit saai’. Nee, dat klopt. Leuk is anders, maar saai is het niet. Je kunt je goed voelen maar ook ontzettend depressief. Het is altijd weer een verrassing dat al begint bij het wakker worden. Hoe voel ik me vandaag? Hoeveel prikkels kan ik vandaag verdragen? Hoeveel energie heb ik vandaag? Dat, en deze random beschreven dagen is voor mij borderline.

Paniekaanval? 1 – 0 voor San.

Rustig blijven San. Rustig. Hardop zeg ik tegen mezelf dat ik goed moet ademen. Ik hap naar adem. Rustig blijven is verdomd moeilijk nu. Adem in, vasthouden, en adem uit. Ik herhaal het, maar het lukt niet. Mijn paniek wordt heftiger. Ik voel dat ik wankel op mijn benen sta. Het nare gevoel dat je krijgt vlak voordat je gaat flauwvallen neemt me in beslag. Ik wil niet flauwvallen. Vooral niét flauwvallen. Ik sta onder de douche, maar zet hem voor de zekerheid uit en ga op de vloer zitten. Ik krijg het direct koud, en begin te trillen. Maar ik blijf zitten. Opstaan durf ik niet, bang om weer om te vallen. Potverdorie, het is er weer een. Een paniekaanval.*

Ik schrok me dood. Ik voelde al wel wat spanning, en stapte al niet helemaal ontspannen de douche in, maar dat er een paniekaanval zou volgen had ik niet zien aankomen. En waarom? Omdat het een belangrijke dag is. Omdat ik moet presteren. Omdat er dingen van mij verwacht worden, die ik misschien wel helemaal niet waar kan maken. Maar vooral: omdat ik dingen wil doen die niet goed gaan omdat mijn hoofd me in de weg zit. Ik word er zo  moedeloos van.
*
Neem als voorbeeld mijn vrijwilligerswerk: ik zit in een werkgroep die een interessant symposium organiseert. Hartstikke leuk, en ik voel me vereerd dat ik hieraan mee mag werken. Maar dit brengt verantwoordelijkheden met zich mee, en daardoor ook werkdruk. En laat ik nou net de pan uit flippen als ik werkdruk voel. Waarom doe je het dan, vraag je je misschien af. Omdat ik zo normaal mogelijk wil zijn. Ik wil ook nuttige dingen doen. Ik wil me ook voldaan kunnen voelen na een (werk)dag. Ik wil functioneren.
*
Ik heb even bij kunnen komen, letterlijk op adem kunnen komen, en het even van me af kunnen schrijven. Nu ga ik alsnog naar mijn werk toe, en ga ik er alles aan doen om deze dag goed door te komen. Vandaag wint mijn borderline-hoofd met bijbehorende chaos niet. 1 – 0 voor San.
*

STOP IT!

Mijn hoofd is een chaos. Mijn gedachten máken het een chaos. Mijn stemmingswisselingen maken er nog meer een warboel van. Mijn verdriet, boosheid, nog meer verdriet, nog meer boosheid, de wanhoop, de angst, de achterdocht en weer het verdriet beïnvloeden mijn gedachten. Mijn gedachten beïnvloeden mijn stemming. En zo gaat het door en door. Dag in, dag uit.
*
De laatste maanden is het erger, en ik ben er moe van. Doodmoe. Oververmoeid. Mijn lichaam vind het ook welletjes en doet gezellig mee met allerlei kwaaltjes. Allemaal psychisch. Allemaal door de chaos in mijn bovenkamer. Ik wil dat het stopt. Dat willen mijn therapeuten ook, om over mijn directe omgeving nog maar te zwijgen.
*
Een van die therapeuten houdt wel van een geintje, en wees me op het onderstaand filmpje.
Neem er even de tijd voor, en kijk hem helemaal af.
*
*
Ik heb in de negen jaar dat ik in de GGz loop nog niet zo’n therapeut getroffen. Hoe simpel zou dat zijn.. in vijf minuten even alles op tafel gooien, en steeds dezelfde oplossing aangereikt krijgen.
*
Net zat ik met een kop thee op de bank. Even later stond ik onder de douche. Mezelf klaar te maken om naar mijn therapiedag te gaan.
Ik ben gespannen. Ik ben boos. Boos op mezelf. Boos omdat ik me zo voel. Omdat ik zo ben. Ik ben bang. Ik durf niet zo in de trein. Maar ik dwing mezelf. Ik word verdrietig. Kan het niet een dag normaal gaan? Ik voel de wanhoop. Hoelang gaat dit nog duren? Hoeveel dagen, weken, maanden of jaren moet ik me nog zo voelen? Ik word weer verdrietig. Wanneer vind ik nu eens medicatie die goed aanslaat? Die me minder down laat voelen? Die mijn angsten wegneemt? Ik word weer boos. Ik moet me niet zo aanstellen. Een schop onder de kont heb ik nodig. Ik maak me potdorie druk om een treinreis. Alleen. Met andere mensen. Ik voel me een klein kind, die niets lievers wil dan vastgehouden worden. Getroost worden. De mensen die troost aanbieden ga ik uit de weg. Want ook dat is eng. De tranen komen. Ik ben zo verdrietig. Als een zombie zeep ik mezelf in met douchegel. Doorzetten. Ik droog me af, en kleed me aan. Vervolgens zit ik weer op de bank.
*
Er zijn nog geen tien minuten voorbij. Het voelt als een halve dag.
 

Paniek!

Ik moet weg. Ik moet hier echt weg. Maar waar moet ik naartoe? Ik ben bang. Ontzettend bang. Wat moet ik doen? Laat het stoppen. Het moét stoppen. Ik trek dit niet. Waarom voel ik me zo?! Help me nou.. wat moet ik toch? Ik voel me niet goed..

Mijn hart gaat als een razende tekeer. Ik voel me duizelig, krijg spontaan hoofdpijn en tril als een rietje. Ik zweet en word misselijk. Het voelt alsof ik doordraai. Alsof ik gek word. Alsof ik gek bén.

Spanningen. Paniek. Iedereen zal deze gevoelens kennen. Spanning hebben is normaal. Vaak is er een externe factor; een duidelijke oorzaak van buitenaf die spanning veroorzaakt. Een solliciatiegesprek, een ruzie, financiele problemen.. ik raak daar gespannen van, en jij vast ook. Op zich niets mis mee; het houd je scherp. Je kunt ook ‘zomaar’ gespannen raken en dan is het minder prettig. Groot kans dat negatieve gedachten de boosdoener zijn. Het gevoel ‘zomaar’ in paniek te kunnen raken is omdat je je niet altijd bewust bent van je gedachten. Je komt dan in een vicieuze cirkel terecht: gespannen zijn kan er voor zorgen dat je nog meer gespannen raakt. Er ontstaat paniek, en omdat je niet weet waar dat vandaan komt is het moeilijk om hier weer uit te komen, en dat zorgt weer voor extra spanning. Ik zeg overigens bewust moeilijk; het is niet onmogelijk.

Belangrijk om te weten is dat ademhaling paniek kan veroorzaken. Zonder dat je er weet van hebt kun je verkeerd ademhalen en hiermee teveel koolzuur uitademen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je te snel ademt of snel achter elkaar diep zucht. Bij een paniekaanval ga je al gauw verkeerd ademen. Maar door verkeerd te ademen kun je ook een paniekaanval veroorzaken. Je kunt het gevoel hebben te hyperventileren. Letten op je ademhaling is dus ontzettend belangrijk. Mij helpt het bijvoorbeeld om hardop tegen mezelf te zeggen als ik in paniek raak dat ik goed en rustig moet ademen. Doordat je je eigen stem hoort stel je jezelf wat gerust en daalt de paniek.

Je bewust zijn van wat je denkt klinkt heel simpel, maar is het niet. Zeker bij  iemand met borderline of andere psychische aandoeningen kunnen gedachten als een razende door het hoofd gaan, zonder  echt bewust te zijn om welke gedachten het gaat. Het is een chaos in het hoofd die clienten maar lastig uit kunnen leggen.  Gevoelens en gedrag worden voor een groot deel bepaald door gedachten. Het is dus belangrijk om de kern; de gedachten, onder de loep te nemen en zo de gevoelens en het gedrag te kunnen sturen. Binnen de deeltijdtherapie leer je om bewust bij je gedachten stil te staan  met bijvoorbeeld de G-training, de VERS-training, dramatherapie of schematherapie. Het is dus te leren om je bewust te worden van alle gedachten die door je heen gaan. Ook een dagboek bijhouden en jezelf vragen stellen kan helpen bewust te worden van wat voor gedachten er door je heen gaan, en welke je (paniek)gedrag veroorzaakt.

Doorgaans zul je niet in paniek raken van positieve gedachten. Het zijn de negatieve gedachten die vaak ook nog dominant aanwezig zijn die uitgedaagd moeten worden. Ook dit leer je in de trainingen die ik net noemde. (ik zal ze nog wel eens nader uitleggen in een ander blog). Als je regelmatig last heb van hoge spanningen en/of paniek kan het wijs zijn een lijst met geruststellende gedachten te hebben die je gemakkelijk kunt vinden en lezen als je uit die vervelende vicieuze cirkel wilt komen. Jezelf positief bekrachtigen is lastig als je in paniek bent; een tastbare lijst kan dan helpen. Deze lijst moet je dan uiteraard maken als je niet gespannen bent. Hulp inschakelen van mensen in je directe omgeving kan verhelderend werken omdat je zelf geneigd bent in rondjes te denken en niet verder komt dan een paar punten: je loopt vast omdat de negatieve gedachten overheersen.

Paniekaanvallen zijn uitputtend, vervelend en vaak beangstigend. Het is heel fijn als er op zo’n moment iemand bij je is die je kan helpen. Echter is het belangrijk dat je dit ook zélf kunt. Er is niet altijd iemand bij je, en zeker als je een psychische stoornis hebt en je hier regelmatig last van hebt, moet je het zelf leren sturen. Je negatieve gedachten uitdagen is echt stap nummer één. Zet iets positiefs tegenover je negatieve gedachten. Stel jezelf gerust. Let op je ademhaling. En ook: voorkom waar mogelijk externe spanningen. Schrijf in een dagboek. Wees kritisch naar jezelf en stel vragen. Voor de omgeving: blijf rustig, geef niet teveel adviezen, geef praktische hulp (samen op de ademhaling letten of samen de geruststellende gedachten erbij pakken) en vooral: geef steun en laat de ander niet alleen. Als het echt extreem is zijn er benzodiazepinen (kalmerende en angstverminderende medicijnen) die kunnen helpen. Er zijn tig ‘pammetjes’ (lees: oxazepam, lorazepam, temazepam, etc etc) die de spanning en paniek kunnen laten dalen. Mij helpt het overigens niet zo, heb een lijst ‘pammetjes’ geprobeerd maar heb meer baat bij bijvoorbeeld Alprazolam. Samen met een psychiater kan er gekeken worden naar welk middel bij joú kan helpen.

Het is een hele klus om de gedachten waar ik dit blog mee begon uit te dagen. Om ze minder sterk te maken. Om te nuanceren. Om te mentaliseren. Het is keihard werken. Oefenen, oefenen, oefenen. Durf jij open te staan voor die bewustwording? Ik sinds kort wel. En het begint te helpen. Ik ben zo gek nog niet.