Leren van een depressie

Nauwelijks meer slapen, de straat amper op durven, alleen de noodzakelijke treinritten naar therapie maken maar verder dan dat niet komen, geen sociaal leven meer en bang voor alles en iedereen; zo zagen voor mij de afgelopen maanden eruit. Behoorlijk depressief en tegen het psychotische aan. Waanideeën, hallucinaties, achtervolgingswaanzin en paranoïde overtuigingen. Donkere, zwarte gedachten.

Gelukkig is de storm bezig om te gaan liggen. Althans, in mijn hoofd. Buiten is een ander verhaal op deze herfstige dag (wat ik heerlijk vind overigens). Ik ben nu vooral ontzettend veel slaap aan het inhalen; rond 20u/21u al in bed liggen is eerder regel dan uitzondering en waar het kan slaap ik ’s middags ook, iets wat ik eerder nooit kon. Heerlijk om weer te kúnnen slapen na heel wat nachten thee drinken en ontspanningsmuziek luisteren.

Tijdens zo’n periode loop je ontzettend tegen alles aan. Contact met anderen onderhouden is erg moeilijk (voor mij – ik ben al introvert en dat wordt dan versterkt), met als gevolg dat het wel een eenzame bedoeling wordt. Je moet het hebben van je zelfredzaamheid, en ik merk dat ik daar per depressie iets beter in wordt. Neemt niet weg dat ik nog wel dagelijks hulp nodig heb, maar ook dat begin ik iets meer te accepteren. Mijn ‘straffende ouder modus’ is continu actief en die probeer ik wat af te remmen (modus waarin je vooral kampt met dominante negatieve gedachten). Zelfredzaamheid is wel ingewikkeld als je angstig bent. Ik was zo bang voor mensen dat ik geen winkel meer in durfde. Best lastig als je toch eten op tafel wil zetten. Uiteindelijk in kleine stapjes ben ik nu zo ver dat ik weer zonder problemen de supermarkt in kan en ik heb zelfs alweer geshopt!

De les die ik uit deze periode haal, is vooral ‘blijven communiceren’. Openheid tegenover zowel de hulpverlening als de mensen om je heen. Ik heb gemerkt dat je dan veel beter krijgt wat je nodig hebt en dat het ook een hoop frustratie, boosheid, onbegrip en ruzie scheelt. Klinkt heel logisch, maar als je in een ‘emotionele episode’ zit, dan kom je daar soms niet toe en ik ben dan geen ster meer in helder nadenken. Alles alleen willen doen zit in mijn aard, maar ik heb nu ondervonden dat hulp vragen (en accepteren!) ook zelfzorg is en mij verder brengt.

Het grappige aan dat ik voel dat de depressie naar de achtergrond verdwijnt, is dat ik merk dat de borderline symptomen weer op de voorgrond treden. Ik vind dat een lastige switch, maar zoals een groepsgenootje terecht zei; ‘dan liever borderline, daarmee heb je ook nog goede momenten’. En zo is het.

Advertenties

Met een psychose ben je nog niet gek.

Jaarlijks krijgt één op de tienduizend Nederlanders tussen de 15 en 45 jaar voor het eerst een psychose. Bij de meeste van hen blijft het niet bij die ene keer. Hoewel psychoses vaak in verband worden gebracht met schizofrenie, kunnen ze ook worden veroorzaakt door bijvoorbeeld drugsgebruik of slaapgebrek. Psychose- of psychotische verschijnselen kunnen ook voorkomen bij een bipolaire stoornis (manisch-depressief), maar kan ook een symptoom zijn bij borderline en depressie. Bij een psychotische depressie is er in de meeste gevallen sprake van wanen. Een psychose bij deze stoornissen duurt meestal enkele uren tot enkele dagen.
*
Een psychose is persoonlijk. Dit houdt in dat iemands levensgeschiedenis is verweven met zijn of haar wanen. Of nouja, dat las ik van de week in Psychologie Magazine. Mijn persoonlijke ervaring is dat ik er nog niet uit ben wat mijn wanen en hallucinaties met mijn levensgeschiedenis te maken hebben. Als ik hallucineer (regelmatig – vooral als ik slecht slaap, te veel prikkels heb gehad of teveel hooi op mijn vork heb genomen), dan zie ik vooral losse dingen, die niets met elkaar te maken hebben. Paar voorbeelden van wat ik dan zie: een groene aap hangend aan mijn raam die me aanstaart, kwallen die over het plafond glijden, spinnenwebben die me ‘vangen’, spinnen, bewegende meubels, gemeen grijnzende clowns en zelfs een korte tijd mensen. Daarnaast denk ik regelmatig dat er camera’s in huis zijn, ik vertrouw webcams op de laptop niet, ik heb lange tijd vuilniszakken voor de ramen gehad, gaatjes of vlekken op muren vind ik eng, en als ik over straat loop of fiets heb ik vaak het gevoel achtervolgd te worden. Ik kan erg achterdochtig zijn, waardoor ik angstig word. Maar wat heeft dat te maken met mijn levensgeschiedenis? In Psychologie Magazine staat er dat er middels therapie gepraat wordt over trauma’s en hiermee de dromen kunnen gaan duiden. Samen met de therapeut ga je dan op zoek naar de betekenis achter de wanen. Ik denk dat ik nog maar eens goed moet babbelen met mijn psych dan. (deze laatste zin met enig sarcasme – knipoog).
*
Hallucinaties kunnen verder gaan dan alleen dingen zien die er niet zijn. Je kunt ook dingen voelen, ruiken of horen. Stemmen horen is de meest voorkomende hallucinatie. Wanen heb je ook in verschillende vormen: je hebt de paranoïde wanen, waar ik net over vertelde; dat je het idee hebt achtervolgd te worden. Of dat je bijvoorbeeld vergiftigd word. Iemand in een psychose kan ook het idee hebben dat hij of zij God is, of een ander machtig persoon. Dit worden identiteitswanen genoemd. Tenslotte heb je nog de betrekkingswanen, waarbij gedacht wordt dat berichten op de radio of televisie speciaal voor hen zijn bedoeld.
*
Als je in een psychose zit, ben je verward. Het denken gaat chaotisch en sneller of juist langzamer dan normaal. Je kan dan snel gaan ratelen, of juist traag van begrip zijn alsof alles langs je heen gaat: het komt niet binnen.
*
Wat ik belangrijk vind om te vertellen, is dat iedereen kans kan hebben op een psychose. Het heeft niets te maken met intelligentie, sociaal milieu, afkomst of wat dan ook. Wel is het zo dat als iemand in je familie een psychose heeft (gehad), dat de kans dan groter kan zijn dat jij het ook ervaart. Daarnaast moet je een aangeboren kwetsbaarheid hebben. Dat en wat narigheid/trauma’s in je leven, en een psychose kan ontstaan. Mensen die in een psychose zitten zijn niet gek. Ze ervaren de wereld alleen een beetje anders dan de werkelijkheid. Maar het kan dus iedereen overkomen, ook jou. Oordeel dus niet te snel, maar neem zo’n iemand serieus.

Stoer zijn komt wel weer.

Woensdagavond 5 februari: 20.20 uur. Ik kruip na een vermoeiende dag vroeg in mijn eigen bed. Ik zou eigenlijk in Amsterdam slapen, maar ik wilde stoer zijn en bleef in mijn eigen huis. (mocht het je ontgaan zijn, even in het kort: door een nogal traumatische ervaring heb ik PTSS gekregen en durf ik slecht alleen in mijn eigen huis te slapen. Sinds een jaar woon / logeer / verblijf ik grotendeels bij een goede vriend in dus dat fijne Amsterdam).
*
Anyways: ik ging er dus vroeg in. Niets geks voor mij dat ik al om kwart over acht mijn tanden stond te poetsen en mijn slaapmedicatie innam. Ik heb nou eenmaal weinig energie, dus vaak lig ik er zo vroeg in. De regen tikte knus tegen mijn schuine ramen, mijn elektrische deken had ik vast aangezet, een goed boek lag klaar op mijn nachtkastje: nog even een uurtje lezen voor het slapen gaan. Tot zover niets aan de hand. Totdat ik dus -laat voor mijn doen- om kwart voor elf mijn boek weglegde en wilde gaan slapen. Slapen? Forget it.
*
Over iets minder dan twee weken is het ‘die dag, die datum’ van die traumatische ervaring waar ik vooral last van heb als ik thuis ben. Ik kan er dan ook weinig aan doen dat ik er met de dag steeds weer iets meer aan denk. En wat gebeurt er met mij als ik onder teveel druk sta: ik krijg psychotische verschijnselen. Een cadeautje van moeder natuur wat is blijven hangen na mijn maandenlange psychose in 2011. Over afgelopen nacht kan ik denk ik wel voorzichtig zeggen dat ik in een paar uur durende psychose zat. Ik was ontzettend bang, ik zag van alles wat er niet was (oftewel: ik hallucineerde – voor mij niets vreemds, slik er medicatie voor, maar soms is die medicatie even niet genoeg) en ik was helemaal in de war. Ik was compleet in paniek en durfde niet eens mijn bed uit om een glas water te pakken. Tegelijkertijd durfde ik ook niet in mijn bed te blijven liggen. De hallucinaties werden erg heftig, het nam me volledig in beslag. Ik werd gek. Althans, ik dacht dat ik gek werd. Doodsbang was ik. Heel fijn. Daar lag ik dan met mijn stoere gedrag.
*
Kan dit nou zomaar? Hier kan ik kort over zijn: ja. Een bijverschijnsel van zowel borderline als depressie kan psychotische gevoeligheid, of kwetsbaarheid zijn. Deze kortdurende psychoses duren enkele uren tot maximaal enkele dagen. Volgens artsen heb ik die kwetsbaarheid altijd al gehad (zit ook in mijn familie), maar is het pas tot uiting gekomen toen ik in 2011 helemaal instortte inclusief psychose. Sinds 2011 slik ik er een anti-psychoticum voor, waar ik erg content mee ben: het haalt de scherpe randen er heel goed van af. Maar af en toe heeft mijn hoofd daar maling aan en gaat het gewoon keihard door die medicatie-muur heen. Pas toen de ochtend viel, werd ik weer een beetje rustig. Geslapen heb ik nauwelijks.
*
Het is maar goed dat ik vandaag niet hoef te werken of naar therapie hoef. Donderdag is mijn rustdag, en die benut ik dan ook goed. Verder dan de bank ben ik nog niet gekomen. En vanavond? Ik kruip weer even onder mijn veilige steen in Amsterdam. Stoer zijn komt wel weer.
*

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.

Zie jij wel eens dingen die er niet zijn? Hoor jij wel eens iemand praten terwijl er niemand is? Heb je wel eens het gevoel gehad dat er iets in of op je kruipt terwijl dat helemaal niet zo is? Vast wel een keer. Misschien na iets teveel alcohol. Door het gebruik van drugs. Of misschien omdat je bepaalde medicatie slikt. Gezonder zou zijn als je dit niet kent. Iemand met borderline kan psychotische en dissociatieve verschijnselen vertonen, zonder dat hier alcohol of drugs voor nodig is. Vaak duurt dit maar enkele uren tot dagen: een kortdurende psychose. Er kan dan sprake zijn van wanen, verwardheid en hallucinaties. Hallucinaties kun je weer onderverdelen in bijvoorbeeld stemmen of geluiden horen, dingen zien, ruiken, proeven of voelen. Ik kan je uit ervaring vertellen; het is een vreemd iets. Eén keer heb ik in een stevige psychose gezeten. Dan is het doodeng. Je ziet van alles, je hoort van alles, je voelt je bekeken in je eigen huis, overal voel en zie je ogen, schimmen, etc. Een heel circus in je huis, kwallen over het plafond, spinnen uit de muur, een groot web dat steeds dichter naar je toe komt en je ‘vangt’.. het is heel bizar. En doodeng, want op zo’n moment zit je er volledig in. Je ziet, voelt en hoort die dingen. Voor jou zijn ze echt. Ze bestáán.

Een hallucinatie komt door foutieve informatieverwerking tussen de zintuigen en de hersenen. Als ik naar mezelf kijk, is een belangrijke factor stress. Als ik erg veel stress heb, heel druk in mijn hoofd ben of mezelf voorbij ren en geen rust neem, kan ik psychotische verschijnselen krijgen. Gelukkig zijn ze na die ene heftige psychose niet zo erg meer geweest. Sterker nog; vaak kan ik er nu wel om lachen. Ik hallucineer regelmatig. Ik zie en voel dingen die er helemaal niet zijn. Op zo’n moment kan ik ook tegen mezelf zeggen dat er niets is, dat ik hallucineer. Maar toch blijf ik heel alert. Want érgens geloof je toch dat wat je ziet of voelt er wél is. Omdat het voor mij  nu bekend terrein is en ik vaak dezelfde dingen zie, lach ik mezelf gewoon uit als ik er toch weer ‘ingetrapt ben’. Ik zie het als iets onschuldigs, iets wat gewoon nu bij me hoort. Of ik bang ben om weer in zo’n heftige psychose te vallen die wél eng is? Soms. Maar vooralsnog is het te handelen en bezit ik over een behoorlijke dosis zefspot waardoor ik het luchtig kan houden. En wordt het wel heftig en eng dan is er extra begeleiding binnen de therapie, ondersteunende medicatie of eventueel een (korte) opname.

Naast hallucinaties kun je dus ook last hebben van dissociatieve verschijnselen. Je staat dan als het ware naast de realiteit. Je kunt dan het gevoel hebben dat je er niet helemaal bent. Een leeg gevoel. Je kunt een black out hebben en geen weet hebben van wat je hebt gedaan of hoe je ergens bent gekomen. Net als met hallucineren vind ik dit maar een vreemd iets. Soms snap ik niks van hersenen; wat kunnen die er een zooitje van maken zeg. Neem nou bijvoorbeeld last hebben van wanen: dat je bijvoorbeeld continu het gevoel hebt dat je word achtervolgt. Of dat je denkt dat anderen naar je kijken en je in de gaten houden. Dat je zeker weet dat je bovennatuurlijke krachten hebt. Dat je denkt dat berichten op tv, de radio of internet speciaal voor jou zijn. Dat ze een reden hebben. Dat ze je kunnen helpen bij de missie die je hebt. Dit is toch raar? Ik blijf me in ieder geval verbazen over wat er allemaal in een koppie kan gebeuren.

En toch, mensen die ‘dit hebben’ zijn echt niet gek. Het heeft niets met intelligentie te maken. Sterker nog; ieder van ons heeft kans om ooit in zijn of haar leven een psychose door te maken. Uiteraard loopt de een wel meer risico dan de ander, dit heeft weer te maken met biologische factoren die vooral erfelijk bepaald zijn. Stressfactoren, (traumatische) gebeurtenissen.. het speelt allemaal mee. Daarnaast wil ik ook even benadrukken dat mensen die dit soort verschijnselen hebben, geen ‘gevaarlijke gekken’ zijn. Meestal trekt iemand die hier last van heeft zich terug, en zal anderen er niet mee lastig vallen. Belangrijk vind ik wel: houd het taboe niet in stand. Durf er over te praten: dat zorgt er serieus voor dat klachten verminderen. Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoeken iets vreemds. Wie doet er mee met het spelletje ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’? Fijne zondag!