De weg naar mildheid.

Nog twee sessies. Eigenlijk nog maar één, want de laatste dag is vooral afscheid nemen. Nog één therapiesessie dus en dan sta ik weer volledig op eigen benen. Wow.

Naast die twee sessies staan er nog wat individuele afspraken, onderzoeken en een evaluatie, maar begin september is het echt ten einde. Vijf jaar lang intensief in therapie geweest. Vijf jaar is een lange tijd.. het idee dat ik straks uitgeschreven wordt bij de GGz en ik verder ga met enkel de huisarts en/of POH GGz is een raar idee. Maar het maakt me ook blij.

Deze maand moet ik een evaluatie schrijven over de afgelopen twee jaar schematherapie. Veel geleerd, maar ook dingen die zijn blijven liggen. Dat geeft niet, of nouja, natuurlijk was ik liever nog verder geweest dan waar ik nu sta, maar als ik het realistisch bekijk ben ik een veel sterker persoon geworden. Nog steeds kwetsbaar, nog steeds somber en angstig. Nog steeds onzeker en nog steeds die vreemde drang tot destructief gedrag zoals automutilatie. Dat gaat er niet uit. Maar het is milder dan voorheen. Ik wil niet zeggen dat schematherapie een wondermiddel is, helemaal niet zelfs, maar ik heb mogen ervaren dat als je je volledig inzet en door blijft zetten als je diep in de put zit,  het je echt verder kan helpen. Niet al mijn groepsgenoten zijn het hier mee eens, maar als ik voor mezelf spreek ben ik redelijk tevreden.

Was ik niet liever écht beter geweest nu, na al die jaren therapie? Ja, natuurlijk. Maar dat is niet reëel. Ik ben nog steeds San met de borderline persoonlijkheidsstoornis, depressies en andere labels. Ik heb nog steeds periodes dat ik het vervloek, dat de put oneindig diep lijkt, de paniekaanvallen te heftig zijn en ik niet kan stoppen met huilen. Maar: deze periodes duren korter. Ik kom er sneller uit omdat ik geleerd heb hoe ik er mee om moet gaan. Hoe ik er tegen in kan gaan. Hoe ik voor mezelf kan, mag en moet zorgen. Ik struikel nog, hoor. Soms weet ik het ook niet meer, haat ik alles en voel ik me alleen veilig onder de dekens met de deur op slot. Maar ik weet nu; ook dat gaat weer voorbij.

Wellicht is dit een wat zweverig blog. Begrijp me niet verkeerd, ik wil het niet mooier maken dan het is, want de levenskwaliteit met persoonlijkheidsproblematiek en/of depressie(s) is niet om over naar huis te schrijven. Ik voel nu alleen zo’n bevrijding omdat ik dingen steeds beter begrijp en er beter grip op krijg, dat ik dat graag met jou als lezer wil delen.

Ik ben er nog niet. Not even close. Ik zit nu in een fase dat elke dag een opgave is, ik mezelf steeds weer over drempels moet trekken, ik veel dingen eng vind maar ze wel probeer aan te gaan (exposure), etc. Ik verlies me op meerdere vlakken in het ‘alles of niets’. Grenzen aanvoelen en aangeven en de balans vinden is waar ik op dit moment mee bezig ben. Soms gaat dat goed, soms loop ik mezelf compleet voorbij. Nog lang niet uitgeleerd dus. Ik denk dat ook al stop ik op korte termijn met mijn therapie, het zelfstandig nog wel door ontwikkelt. Ik pak het met twee handen aan.

Advertenties

Geen #dinsdagtherapiedag: winning!

#dinsdagtherapiedag; al jaren een begrip in mijn leven. Eerst een paar jaar in Hilversum en nu al anderhalf jaar in Amsterdam is de dinsdag mijn vaste dag waarop ik therapie volg. Ik begon vijf jaar geleden met deeltijd vier dagen in de week en ben nu op het punt aangekomen dat het naar om de week een sessie gaat. Dat voor de komende drie maanden, daarna drie maanden één keer per maand en dan ben ik klaar. Nog maar tien sessies. Wow.

Deze dinsdag, vandaag, is de eerste keer dat ik geen therapie heb. Ik hoefde niet om 08.30u op de fiets te zitten. Raar gevoel, alsof ik spijbelde. Tegelijkertijd voelt het ook ontzettend goed. Ik ben aan het afbouwen, iets waardoor ik gedwongen wordt om te evalueren. Hoewel ik niet sta waar ik gehoopt had te staan, realiseer ik me ook dat dat komt door andere problematiek. Ik ben een twee jarig traject in gegaan met schematherapie, in een groep mensen met borderline. Het is ook specifiek gericht op borderline. Natuurlijk komen andere stoornissen die spelen wel aan de orde, maar niet genoeg, merk ik nu. Kan ook niet, borderline was en is de focus.

Mijn borderline heb ik best redelijk onder controle gekregen, denk ik. Dat is natuurlijk ontzettend fijn, daar heb ik keihard voor gewerkt en het is nog steeds elke dag knokken. Ik herken mezelf nog steeds in de diagnose, maar minder heftig. Hoe cliché het misschien ook klinkt; ik heb er mee leren omgaan. De vlag gaat nog niet uit, want omgaan met de drang naar automutilatie, mijn ontzettende verlatingsangst, laag zelfbeeld, eenzaamheid, psychotische periodes en stemmingswisselingen zijn nog steeds naar. Maar als ik kijk hoe ik nu ben in vergelijking met twee jaar geleden heb ik grote stappen gezet. En dan te bedenken dat ik in het begin sterk mijn twijfels had bij schematherapie.

Fijn dus, borderline beter onder controle. Maar er is meer. Angst en depressie beheersen mijn leven behoorlijk. Ik ben nogal paranoide, durf daardoor de straat nauwelijks op en dat maakt dat ik aan huis gekluisterd ben. Ik oefen wel, maar de angst en paranoide overtuigingen blijven. Dan zou je denken dat ik het thuis dan maar zo gezellig mogelijk maak, maar niets is minder waar. Het huishouden lukt niet zo goed als ik zou willen, ter ontspanning een serie kijken of een boek lezen lukt maar een enkele keer omdat ik te moe ben en mijn hoofd te druk is. Naar de supermarkt gaan om boodschappen te doen levert veel stress op. Ik moet al een paar dagen naar de glas- en papierbak, maar ik vind het eng. Gelukkig ben ik van nature al een beetje een huismus, maar dagelijks thuis zijn maakt wel dat de muren op je af komen en je wereld erg klein is. Mijn vrijwilligerswerk lukt momenteel ook niet, waardoor ik ook daarin mijn structuur en sociale contacten mis. Jammer. Gelukkig bestaat er eindeloos veel muziek, dat sleept me de dagen door. Soms klassiek, soms techno, soms Marco Borsato. Het helpt.

Ik ben ontzettend trots in wat ik heb bereikt de afgelopen therapiejaren, ik ben gegoeid. Maar o wat is het ook pijnlijk dat ik nog steeds niet ‘normaal’ kan leven. Werken, sociale activiteiten, leven zonder overal bang bij/van te zijn, emoties onder controle.. Het lijkt nu nog zo ver weg.

Wat ik nooit verloren ben, is mijn motivatie. Een enkele keer heb ik een dag of dagen dat het allemaal soepeler gaat. Dat ik rustiger ben. Niet gelukkig maar tevreden. Acceptatie. Door dat af en toe te voelen krijg ik vechterslust. Focus op het positieve. Dit is niet zwart/wit natuurlijk, want de dagelijkse huilbuien en de somberheid zit er nog. Diep. Maar je hebt wel een keuze hoe je daarmee om gaat. Ik probeer dus nu te bedenken hoe ik de angsten en de depressies die al 15 jaar spelen, onder controle kan krijgen. Het einde is nog lang niet in zicht, maar ik vecht door. En voor nu is het 1 – 0 voor mij tegen de borderline. Winning.

Interne straffende ouder modus

Als ik zeg ´straffende ouder´, waar denk je dan aan? Wat zie je voor je? Met een beetje verbeelding zie ik een groot figuur die tekeer gaat tegen een klein kindje. Het figuur is boos, onaardig en onredelijk. Deinst voor niets of niemand terug en neemt een prominente plek in.

Zo’n straffende ouder kun je intern hebben. Je kent het vast wel dat je jezelf wel eens uit scheld na een niet zo handige actie: ‘dommerd, dat had je wel even anders kunnen doen!’. Daar is op zich niks mis mee, je vind jezelf in dat móment even een dommerd, maar het is geen overtuiging over je complete zijn. Het wordt een probleem als de opmerkingen van je interne straffende ouder wél overtuigingen worden over je complete zijn. Als je continu tegen jezelf zegt dat je waardeloos bent en niets voorstelt dan heeft dat niets meer met een situatie te maken (waarin je net nog een dommerd was, dat ging om een situatie), maar over de overtuiging dat jij zo bent in z’n geheel.

Vandaag moesten we in therapie ieder voor zich de straffende (of veeleisende) ouder boodschappen die je jezelf geeft opschrijven. Dat werd een A4’tje vol. Best confronterend. Ik had niet de minste dingen opgeschreven, niemand in de groep niet. Het besef als je zwart op wit ziet hoe hard en naar je naar jezelf bent is pijnlijk, en zorgde ook wel voor wat tranen. ‘Niet zo gek dat je je zo somber voelt’ zei de psych. Nee, dat is niet gek. Het moet dus veranderen.

Een straffende ouder schakel je niet zomaar uit. Het is een modus die op komt zetten omdat onderliggende schema’s getriggerd worden. Eén van die schema’s is ‘falen en mislukken’; de angst om dingen fout te doen, om te falen, etc. Als ik iets doe, kan echt alles zijn, van boodschappen doen tot sociaal doen tot koken, ben ik bang dat het mislukt en dan komt direct die straffende ouder om de hoek kijken en begint te schelden. Uiteindelijk gaat het zo ver dat je nog niet eens actie hoeft te ondernemen of die straffende ouder begint bij voorbaat al zijn zegje te doen.

Mijn therapeuten zeggen regelmatig dat enkel cognitieve gedragstherapie niet genoeg is. Ja, het denkpatroon moet veranderen. Maar de meerwaarde zit hem in oefeningen doen: rollenspellen en imaginatie. Juist door dan te voelen hoe het anders kan, hoe je een situatie kunt veranderen, zorgt voor een echte eye-opener. Ik heb wel eens een stoel die dan even de straffende ouder was een enorme rot trap gegeven en ook regelmatig staan er ‘straffende ouders op de gang’. Het is soms even lastig om je over te geven in de oefeningen, zeker imaginatie en re-scripting is erg pittig. Bij imaginatie ga je terug in een (traumatische) gebeurtenis en met re-scripting ga je hem samen met je psych zo maken dat het gevoel over die gebeurtenis minder heftig wordt.

Merken anderen hier nou iets van? Nee, helemaal niets. It happens all inside. Je kan ook een straffende ouder naar je omgeving hebben, maar daar ben ik zelf niet bekend mee.

In therapie noemen we de straffende ouder de ‘nasty motherfucker’. En dat is ie.

Werk aan de winkel!

De (disfunctionele) coping-modi

In mijn blog van gisteren maakte ik een begin met het uitleggen van het modusmodel dat gebruikt wordt bij schematherapie. (hier terug te lezen). Het modusmodel bestaat uit 14 verschillende modi. Gister benoemde ik al even de ‘gezonde volwassene’, die bovenaan het model staat. Vandaag wil ik dieper ingaan op de linkerkant van het model; de (disfunctionele) coping-modi.
*
In dit gedeelte van het model gaat het om de volgende modi:
– Zelfverheerlijker
– Afstandelijke beschermer
– Boze beschermer
– Pest en aanval
– Zelfsusser
– Paranoide / overcontroleerder / perfectionistisch
– Willoze inschikkelijke
*
Eerst nog even in het kort; een modus is een samenhangend geheel van denken, voelen en gedrag. Het is een alles overheersende gemoedstoestand die zich kenmerkt door intense emoties en bepaalde gedragingen die vooral ontwikkeld zijn in je (vroege) jeugd. De modus waarin je zit bepaalt jouw gedrag en je manier van denken. Als je in de ‘gezonde volwassene’ modus zit is er niets aan de hand, maar andere modi kunnen het lastiger maken om goed te functioneren. Mensen met persoonlijkheidsproblematiek zoals borderline schieten soms snel van de ene in de andere modus waardoor stabiliteit ontbreekt.
*
Bij de (disfunctionele) coping-modi gaat het met name over vermijding en overcompensatie. Het komt voort uit onvervulde emotionele behoeften. Deze modi kunnen op het moment zelf als prettig of nodig worden ervaren, maar zijn op lange termijn schadelijk.
*
Als je in de modus ‘zelfverheerlijker’ zit dan voel je je speciaal en heb je op een haast overdreven manier waardering voor jezelf. (narcistisch). De zelfverheerlijker wil graag zijn of haar zin hebben en houdt daarmee geen rekening met de gevoelens van anderen. Het gedrag naar anderen kan neerbuigend zijn. In deze modus sta je graag in het middelpunt van belangstelling. Deze modus maakt je egoistisch en geeft je het gevoel perfect te zijn.
*
Je kan ook in de beschermende modi zitten. Het gaat hier dan om de afstandelijke- en boze beschermer. De ‘afstandelijke beschermer’ sluit zich af voor gevoelens en behoeften en blokkeert deze. In deze modus trek je je terug en ga je contact met anderen uit de weg uit angst om de controle te verliezen of om overspoeld te raken als je de emoties wel toelaat. Het hoeft niet te betekenen dat je in deze modus niets voelt, maar je houdt het allemaal voor jezelf en laat anderen niet of nauwelijks toe, ook niet als ze hulp aanbieden. (Sociale) activiteiten worden vermeden. Deze modus kan een ontzettend eenzaam, leeg, afgewezen en onthecht gevoel veroorzaken. De ‘boze beschermer’ reageert boos op de omgeving wanneer deze (te) dichtbij probeert te komen en heeft een hoge muur om zich heen.
*
Ook een coping-modus is ‘pest en aanval’. In deze modus misleid je anderen en ben je er op uit om iemand bewust pijn te doen of te kwetsen. Als iemand jou iets heeft aangedaan dan zul je deze terug pakken en het liefst dubbel zo hard. Als je in deze modus zit kom je onredelijk, onaardig of zelfs gemeen over, maar hieronder zit de angst om zelf gekwetst te worden en om emoties te uiten. Het is een overcompensatie om om te gaan met onder andere tekortkomingen of wantrouwen.
*
Naast de zelfverheerlijker, afstandelijke- en boze beschermer en de pest en aanval heb je ook nog de ‘zelfsusser’. Het woord zegt het eigenlijk al; je sust jezelf om vervelende gevoelens te vermijden. Omdat je niet wil voelen zoek je naar afleiding en sla je hierin door. Hierdoor kun je bijvoorbeeld overmatig gaan drinken, eten, gokken, slapen, sporten, internetten, etc. Doordat je hier in doorslaat is het uiteindelijk een schadelijke modus. Werkelijke behoeften worden niet vervuld.
*
Wanneer je in de ‘paranoide / overcontroleerder / perfectionistisch’ zit, dan ben je ontzettend gefocust op controle. De overcontroleerder wil voortdurend de controle hebben over zichzelf en anderen. Er is behoefte aan vaste structuur en alles wordt van te voren gepland en gecheckt, tot dwangmatig aan toe. In de paranoide-modus doe je er alles aan om jezelf te beschermen tegen vermeende of daadwerkelijke dreiging. Je bent angstig, achterdochtig en kunt waanideeën hebben. Met perfectionisme is niet veel mis, totdat je er in door slaat. In deze modus wordt perfectionisme schadelijk doordat je onrealistisch hoge eisen aan jezelf stelt.
*
Ten slotte is er de ‘willoze inschikkelijke’. In deze modus schik je jezelf in en ga je mee in de wens van de ander. Je gedraagt je passief omdat je bang bent dat als je doet wat je zèlf wil er een conflict ontstaat of dat je afgewezen wordt. Als gevolg van deze angst ga je aan je eigen grenzen voorbij en kom je niet op voor je eigen behoeften. Je kunt moeilijk nee zeggen en zal hierdoor niet snel iets weigeren als de ander jou iets vraagt.
*
Dit waren in het kort de 7 (disfunctionele) coping-modi. Het kan ontzettend veilig voelen om in een bepaalde modus te blijven hangen. Ikzelf vind bijvoorbeeld de ‘afstandelijke beschermer’ een veilige. Hij levert me weinig op, maar het is me zo eigen geworden om alles alleen te willen doen en ik vind het zo eng en lastig om andere mensen dichtbij te laten dat het moeilijk is om eenmaal in deze modus, mezelf er weer uit te trekken. En dat is het gevaar met al deze modi; doordat het zo veilig en vertrouwd kan voelen is het moeilijk om te realiseren dat deze modi op lange termijn niets opleveren en niet goed voor je zijn. Het is lang niet altijd een keuze om in een bepaalde modus te gaan zitten. Het is een patroon, een manier waarop je met gebeurtenissen en emoties om gaat. Doordat je getriggert wordt door een schema (de gevoelige snaren) schiet je in een modus. Stap 1 is om de modi eerst goed door te hebben en te herkennen, vervolgens kun je er aan werken tijdens de schematherapie. Hoe kleiner deze modi worden en hoe sneller je er weer uit komt, hoe beter het functioneren zal worden binnen allerlei levensgebieden.

Intro modusmodel

Zaterdagmiddag. Het is ontzettend lekker weer maar het ontbreekt me aan energie om naar buiten te gaan. Gelukkig kun je ook van achter het raam genieten van de zon, en zodoende zit ik nu dus heerlijk in de zon aan tafel met een kop koffie en mijn laptop. Ik wil jullie graag nog iets meer uitleggen over schematherapie. In al die jaren bij de GGz heb ik nu eindelijk een therapievorm gevonden waarvan ik denk dat het wel eens zou kunnen helpen. En dan bedoel ik écht helpen, als in dat ik mezelf en mijn emoties/gedrag beter ga begrijpen en beter kan gaan reguleren. En uiteindelijk dan dus beter kan functioneren omdat ik het allemaal meer onder controle heb en niet dagelijks overspoeld wordt. Wie weet waar er dan allemaal weer ruimte voor komt.. relatie, werk, een beter sociaal leven.. ik noem maar wat dingen. Maar zover ben ik nog lang niet, ik heb nog 22 maanden schematherapie te gaan. (22 maanden klinkt wel heel lang nu ik dit typ, maar als ik na ga hoe snel de afgelopen 2 maanden zijn gegaan dan vliegt het volgens mij voorbij).
*
Vorige week heb ik in een notendop proberen uit te leggen wat schematherapie is. Vandaag maak ik een begin met het uitleggen van het modusmodel. Ik doe het bewust in meerdere delen omdat het anders een blog wordt met een overkill aan informatie waar je heel de avond zoet mee bent. Het moet wel leuk en behapbaar blijven.
*
Er is niet één vast model; als je op internet zoekt dan kom je sommige benamingen weer net in andere woorden tegen. Ook in een recente test die ik moest doen worden weer andere termen gebruikt, maar het komt allemaal op hetzelfde neer. Ik gebruik de benamingen die ik leer in mijn therapie. Het modusmodel bestaat uit 14 modi:
01. Gezonde Volwassene
02. Zelfverheerlijker
03. Afstandelijke Beschermer
04. Boze Beschermer
05. Pest en Aanval
06. Paranoide / Overcontroleerder / Perfectionistisch
07. Zelfsusser
08. Willoze Inschikkelijke
09. Straffende Ouder
10. Veeleisende Ouder
11. Boos Kind
12. Kwetsbaar Kind
13. Impulsief Kind
14. Blij Kind
*
Als je dit model uit zou tekenen dan staat de Gezonde Volwassene bovenaan. Aan de linkerkant heb je de coping zoals de Zelfverheerlijker, de Boze en Afstandelijke Beschermer, de Pest en Aanval, de Paranoide / Overcontroleerder, de Zelfsusser en de Willoze Inschikkelijke. Rechts bovenaan staan de Straffende en Veeleisende ouder modi en rechts onderaan staan de zogenaamde kind-modi: boos, impulsief, kwetsbaar en uiteindelijk helemaal onderaan blij. Ik heb hem voor je uitgetekend.

Modusmodel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pontificaal bovenaan schittert de ‘Gezonde Volwassene’. De gezonde volwassene is in staat om functioneel te denken en te handelen. In deze modus kun je goed voor jezelf zorgen. Je bent bemoedigend naar jezelf of naar anderen toe, je voelt trots, liefde en waardering en kunt dit ook uiten. Je bent zorgzaam en je kunt rationeel bedenken wat goed voor je is als je bijvoorbeeld in een kwetsbaar kind modus zit. In deze modus gedraag je je zoals het woord het al zegt; als een gezonde volwassene; met gezond verstand. In deze modus kun je ook emoties voelen als verdriet, boosheid of teleurstelling, maar je laat je er niet door overspoelen zodat het destructief wordt. Als gezonde volwassene kun je je behoeften waarnemen en daar naar handelen. Je bent voor rede vatbaar en denkt na voordat je iets zegt of doet. Het doel van schematherapie is onder andere om deze modus te vergroten, want bij borderline is deze modus niet vaak aanwezig of maar van korte duur.
*
In mijn volgende blog zal ik de linkerkant gaan uitleggen; de zogenaamde coping. Dit is het gedrag dat je vertoont. Later laat ik de straffende- en veeleisende ouder aan bod komen, wat vooral neer komt op dominante negatieve gedachten. Als laatste de kind-modi, die vooral gaan over gevoel. Ik hoop dat het door het op deze manier in stukjes te hakken goed te volgen is, laat het me anders vooral weten.

Intro schematherapie

In mijn vorige blog noemde ik het al; ik ben inmiddels begonnen met schematherapie. Er zijn nu acht weken voorbij en zo langzamerhand begin ik door te krijgen wat het is en hoe het werkt. Er zit behoorlijk wat theorie achter waardoor een therapiesessie soms net college is. Dit is puur omdat het eerst allemaal duidelijk moet worden hoe het in elkaar zit. Wat is immers nou precies een schema, wat is een modus en hoe schiet je van het een in het ander? En waarom is deze therapie zo op het lijf geschreven voor mensen met borderline? Voor mij gaan de kwartjes steeds meer vallen en ik denk dat het voor iedereen met borderline of voor omstanders nuttig kan zijn om meer over deze therapievorm te weten. Waarom? Omdat ik er van overtuigd ben dat emoties en het gedrag beter begrepen kan worden als je iets leert over schema’s en modi.
*
Toen ik werd ingeloot voor schematherapie was ik helemaal niet blij. Ik had liever de andere optie, dialectische gedragstherapie gehad. Over schematherapie had ik namelijk het idee dat het alleen maar over mijn jeugd zou gaan en dan met name wat daarin allemaal is misgegaan zodat ik nu geworden ben wat ik ben. Dit maakt duidelijk dat ik geen goed beeld had van wat schematherapie inhoudt. Ja; het klopt dat het ook gaat over je kinderjaren. Als kind heb je namelijk gedrag aangeleerd en bepaalde schema’s ontwikkeld in contact met andere mensen. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat je een slechte jeugd hebt gehad!
*
Een schema is eigenlijk niets anders dan een langdurig vast patroon van voelen, denken en handelen. Het is een gevoelige snaar die getriggerd kan worden. Je hoeft geen borderline te hebben om deze gevoelige snaren te hebben; iedereen heeft ze. Het heeft te maken met de manier waarop je kijkt naar jezelf, de ander en de wereld om je heen. Wanneer een of meerdere schema’s, de snaren, geraakt worden kan je in een bepaalde gemoedstoestand terecht komen. Dit wordt een modus genoemd. Een modus kenmerkt zich door intense emoties en bepaalde gedragingen. Hier komen we dan weer uit op je kinderjaren, want zoals ik net zei zijn veel schema’s en modi in de (vroege) jeugd ontwikkeld. (modi is meervoud van modus).
*
Als je borderline hebt heb je al langere tijd veel moeite om met de zogenaamde gevoelige snaren en gemoedstoestanden (schema’s en modi) om te gaan. Hierdoor zijn problemen ontstaan in verschillende levensgebieden als relaties, werk, studie, sociale contacten, etc. Deze problemen en de klachten die dit geeft komen steeds weer opnieuw terug en je loopt vast. Wat ik gemerkt heb in de acht weken schematherapie die ik gehad heb tot nu toe is dat er een paar modi ontzettend uitspringen bij mij. Dit zorgt er ook voor dat mensen met borderline zo van elkaar kunnen verschillen en waarom de een introvert is en de ander zich veel meer op de buitenwereld richt: iedereen heeft weer een andere combinatie van schema’s en modi die voor hem of haar voor problemen zorgt.
*
Ik ga het in vervolg-blogs nog uitgebreid uitleggen, maar om alvast een beetje een beeld te hebben van wat een schema of een modus dan is geef ik een voorbeeld. Neem bijvoorbeeld het schema ‘verlatingsangst’. Bij dit schema heb je de angst en/of de overtuiging dat je in de steek gelaten wordt. Dit schema uit zich in het gevoel dat anderen niet in staat zullen blijven om (emotionele) ondersteuning en bescherming te bieden en om verbinding te kunnen houden. Je hebt het gevoel dat je aan je lot overgelaten zult worden en alleen achter zult blijven. Het schema verlatingsangst wordt in stand gehouden door op je hoede te zijn binnen relaties of vriendschappen; er heerst wantrouwen. Er is veel angst, paniek en verdriet. Je kunt claimerig- of heel jaloers gedrag vertonen en het gevoel hebben het niet alleen te kunnen. Om deze gevoelens te vermijden kan verbintenis en hechting met andere mensen ontweken worden of worden mensen uit de weg gegaan. Het gevoel van leegte blijft echter bestaan. Om dit te compenseren worden vaak wisselende relaties aangegaan of wordt er ‘zogenaamd onafhankelijk’ gedaan. Daaronder zit een enorm eenzaam gevoel.
Door dat dit schema getriggerd wordt kun je in een modus schieten. Een modus is de toestand waarin je verkeerd na een gebeurtenis of herinnering. Vanuit het schema verlatingsangst kun je schieten in de modus ‘kwetsbaar kind’. Als je in kwetsbaar kind zit dan ervaar je gevoelens van eenzaamheid, onbegrip, somberheid, hulpeloosheid, je waardeloos voelen, radeloos zijn, angstig, bezorgd, verloren, niet geliefd, zwak, machteloos, uitgesloten en uiteindelijk depressief. Je gedrag komt voort vanuit de modus waarin je zit. Vanuit kwestbaar kind zal je je gauw gaan terugtrekken en heb je behoefte aan steun, troost en simpel gezegd een arm om je heen. Als er niet aan deze behoefte voldaan wordt kun je weer doorschieten naar modus ‘ afstandelijke beschermer’ of ‘boze beschermer’. Zo zijn er tal van combinaties en overlappingen en deze kunnen heel snel wisselen. Dit is dan weer een verklaring voor de vele stemmingswisselingen die kenmerkend zijn voor borderline.
*
Ik kan me voorstellen dat het nog suist en wazig is. Misschien snap je er nog helemaal niets van. Het is echter gewoonweg niet in één blog uit te leggen, daarom zal ik hier meer blogs aan wijden en het in kleine stukjes hakken zodat het duidelijker gaat worden en je er dus wat van leert, want dat is mijn doel 🙂