Écht luisteren.

De vorige keer vertelde ik dat ik de term ‘diagnose’ een beetje probeer los te laten. Dit om niet te verdrinken in het bijvoorbeeld veelomvattende borderline. Het helpt mij meer om te kijken naar waar ik op dat moment tegenaan loop, dan de kern voorbij te gaan doordat ik er niet bij kom, want ‘ik heb last van mijn borderline’. De vinger op de zere plek leggen wordt, voor mij althans, dan wat lastig(er).

Ok, dus aanpakken waar je op dat moment tegenaan loopt. Maar wat als dat niet goed gaat? Ik doe hard mijn best maar ik merk dat ik sinds ik geen enkele vorm van hulp of begeleiding meer heb -nu drie maanden- moet knokken om niet weer in oud gedrag te vervallen. Voor dat oude gedrag heb ik potverdorie niet jarenlang in therapie gezeten. Maar wat gebeurt er; ik ga een dubbelleven leiden. Onder de mensen functioneer ik redelijk. Ik ben zelfs wat uitbundig momenteel; ga soms wat later naar bed, ga naar de bioscoop, naar de kroeg en uit eten. Ik werk soms wat extra. Het liefst wel allemaal activiteiten buiten de deur, iemand thuis uitnodigen komt te dichtbij en probeer ik te vermijden.

Ik probeer zoveel mogelijk te doen om niet te voelen. Vermijding dus. Vluchtgedrag. En eenmaal thuis; dan stort ik in, en soms hard ook. Paniekaanvallen, destructief gedrag als emo-eten en automutilatie, huilbuien en somberheid zijn weer dagelijkse kost. Naar buiten uit ik dit niet zo, dan wil ik zoals ik net zei niet voelen. Doen alsof er niks aan de hand is. Ik ken dit gedrag vanuit mijn studententijd, toen leidde ik ook een zogenaamd dubbelleven. Uiteindelijk stortte ik volledig in.

Dit laatste moet ik nu voorkomen. Ik moet ingrijpen. En dus probeer ik voorzichtig, al dan niet online via privéberichten of via whatsapp, wat opener te zijn tegen mensen. Te delen waar ik tegenaan loop. Geen begeleiding meer hebben heeft er bij mij direct in geresulteerd dat ik dan ook alles weer opkrop. Dat probeer ik nu te doorbreken. Voorzichtig tasten naar wie daarvoor geschikt zijn. Met de ene persoon kun je het nou eenmaal beter houden op af en toe een drankje en koetjes&kalfjes en met een ander kun je wel wat dieper.

Ik ben geen prater. Ja, eenmaal bij mijn meest recente psychologen deelde ik waar ik écht mee zat. Tegen vrienden kan ik dat niet zeggen. Hooguit een tipje van de sluier, maar nooit volledig. Bij dat tipje van de sluier wordt er meestal al ‘verkeerd’ gereageerd. Ik voel me vaak niet gezien, gehoord en serieus genomen wat niet uitnodigt tot verder vertellen. Gister postte ik daar iets over op Twitter en ook uit de reacties die daarop volgde bleek weer dat het niet binnenkomt. Mensen denken iets te begrijpen en smijten daar meteen een reactie tegenaan, zonder te bedenken -zonder oordeel of invulling- wat er nou eigenlijk bedoeld wordt. Iedereen heeft een mening en veel hebben ook wel oplossingen voor je. Maar het luisteren ontbreekt. Luisteren zonder tegenreactie. Zonder oordeel. Zonder oplossingen. Zonder wat dan ook; enkel luisteren. Dat mis ik en dat zoek ik. Maar als ik dat tipje van de sluier geef en ik merk dat er niet écht geluisterd wordt, haak ik af. En dat is eenzaam. En dus volgt het vluchtgedrag en het thuis instorten. Complete mismatch met de emotieregulatie.

Nu de taak om niet te verdrinken in ‘het gaat niet goed met mijn borderline’, maar het in stukjes hakken. Controle terugkrijgen. Dit blog is ook weer zo’n ‘tipje van de sluier’. Tips voor hoe je dit aan kan pakken mag altijd. Zou het niet fijn zijn als mensen wat vaker open in gesprek zouden (durven) gaan? Hoe ervaar jij dit?

Loslaten van een diagnose

Hoog tijd voor een update, gezien mijn laatste bericht uit juli is; vier maanden geleden. Soms schiet het bloggen er (behoorlijk) bij in, dat weten jullie inmiddels wel denk ik. Het is niet dat ik er geen zin in heb, maar me er toe zetten is soms lastig en daarnaast ontbreekt het wel eens aan inspiratie of aan het vertrouwen dat ik er goed aan doe en niet de ‘zeur’ uithang. Uiteindelijk wil ik het opbouwend houden hier, maar wel eerlijk zijn in hoe het gaat.

In mijn laatste blog vertelde ik dat mijn therapie er bijna op zat. Inmiddels is het volledig afgerond; afgelopen donderdag heb ik mijn eindevaluatie gehad met mijn behandelteam. Tijdens deze evaluatie bekeken we mijn onderzoeksresultaten van de onderzoeken die ik ieder half jaar heb ondergaan. Dit om je proces te meten. Tussendoor heb ik nooit uitslagen gehad om de behandeling niet te laten beïnvloeden daardoor. Ik ging de evaluatie in met het idee dat ik de diagnose best wel eens zou kunnen verliezen. Niet omdat ik er geen last meer van heb, op woedeaanvallen na herken ik me (nog steeds) in ieder symptoom en deze zijn met regelmaat heftig. Maar omdat ik er gevoelsmatig meer grip op heb dacht ik dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat ik niet meer voldeed aan alle criteria waardoor ik de diagnose zou verliezen. De verrassing was dan ook daar toen ik hoorde dat ik nog steeds bovengemiddeld hoog scoor op de zogenaamde BPDSI. Nu zijn het maar cijfertjes en is het veel belangrijker om te kijken naar hoe het gáát en niet naar wat er op papier staat. Maar ik ben mijn borderline-diagnose dus helaas niet kwijt.

Nu moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ik dat ook direct weer los heb kunnen laten. Zo nu en dan geef ik workshops over de GGz en daar komen diverse diagnoses aan bod. Ik ben gaan inzien en gaan ervaren dat het voor mij persoonlijk totaal niet meer belangrijk is welk ‘label’ er aan gehangen wordt, maar dat het gaat om waar je tegenaan loopt. Stel, ik heb paranoïde waanbeelden op straat, dan kan dat bij borderline horen maar ook bij een ernstige depressie. Is het belangrijk? Nee, vind ik niet (meer). Het gaat erom dat ik die waanbeelden aanpak en zo doelgericht aan iets werk, in plaats van te verdrinken in een veelomvattende diagnose en daardoor door de bomen het bos niet meer zie.

Het is voor mij een bevrijding om er nu zo tegenaan te kunnen kijken. Als je nog niet weet wat er met je aan de hand is kan een diagnose erkenning zijn. Een diagnose kan ook een richting geven naar een passende behandeling. Maar nu ik dat achter de rug heb geeft het me ruimte en lucht om anders naar mezelf te kijken. Niet meer de borderline of mijn andere diagnoses vervloeken en mezelf negatief labelen ‘want ik ben toch waardeloos’, maar in het moment de focus leggen op waar ik die dag tegenaan loop.

Goh, dan gaat het zeker wel goed met me. Ehm.. mwah. Dat ik er nu zo tegenaan kijk betekent niet dat de klachten minder zijn. Het is vechten, iedere dag weer. Er zijn momenten zat dat ik me intens somber en angstig voel en de laatste weken verval ik tot mijn grote irritatie weer te veel in destructief gedrag, maar het voorkomen lukt me slecht. Het blijft zoeken, knokken, vallen en weer opstaan. Dat ik nu geen enkele vorm van behandeling meer heb -op medicatie na- vind ik heel spannend. Het is nu aan mij om niet terug te vallen in oude patronen die op de loer liggen. Moeilijk. Het anders aankijken naar diagnoses is voor mij een stukje groei, een stukje loslaten. Het is een jarenlang proces, maar zolang ik nog stapjes vooruit ervaar, hoe klein ook, geeft het mij moed om door te gaan.

Hoe kijk jij aan tegen het wat meer loslaten van diagnoses?

Niet voelen vs voelen.

1 – 0 voor mij tegen de borderline; zo sloot ik mijn laatste blog -alweer drie maanden geleden- af. Wat was ik trots. Maar zoals dat gaat bij borderline, wisselt mijn mening en gevoel hier sterk over. Trots ben ik nog steeds wel, hoor. Rationeel gezien dan, want voelen kan ik het even niet.

We zijn drie maanden verder. Mijn therapie is nu dusdanig afgebouwd dat ik er nog maar 1x per maand naartoe hoef. Enerzijds fijn, meer ruimte voor eigen ontwikkeling, anderzijds kan zo’n maand behoorlijk lang duren. Iedere sessie bepaal je een focus voor de komende tijd, daarnaast krijg je huiswerk. Ook zijn er naast de maandelijkse groepsessies nog individuele sessies. Vandaag had ik zo’n individuele sessie op het programma staan, met mijn beide psychologen en dubbel zoveel tijd. 3 dingen zouden we aanpakken. Stukje traumaverwerking, stukje ‘vastgeroeste schema’s’ en mijn drang tot destructief gedrag (lees: automutilatie). Wie denkt dat er dan dus gepraat wordt, ik mijn verhaal doe en de psych knikt en vragen stelt, heeft het fout. Het is niet praten maar doen. Dus kreeg ik mijn favoriete therapievorm (kuch) voor m’n kiezen: imaginatie met re-scripting. Ik zal even kort uitleggen wat dat is.

Imaginatie met re-scripting wordt gebruikt bij PTSS (traumaverwerking), maar kan ook worden ingezet om, ik noem ze maar vastgeroest, schema’s te doorbreken en te veranderen die een basis vormen van klachten en problemen. Je wordt als het ware teruggezet in een situatie waarvan je nu (nog) problemen ondervindt in het heden. (vergelijkbaar met EMDR). De behandelaar die de imaginatie met je doet vraagt je om je ogen dicht te doen en mee te gaan in de situatie. Hij of zij gaat samen met jou de situatie herbeleven. Waar je dit bij EMDR ook doet, steeds weer opnieuw totdat de spanning zakt, ga je bij imaginatie met re-scripting de situatie herschrijven. Had je anders kunnen reageren? Wat heb je goed gedaan? Wat zou je een volgende keer kunnen doen? Dit alles om jezelf te kunnen begrijpen, gerust te stellen, inzicht te krijgen en het belangrijkste: dat het angst laat afnemen en (zelf)vertrouwen geeft.

Vandaag dus een dubbele sessie met mijn beide psychologen. Dat voelde best ongemakkelijk, maar tegelijkertijd zijn ze er voor jou en kun je nog beter dingen aanpakken dan één op één. Wat heb ik gehuild.. de ene na de andere tissue kreeg ik aangereikt. Het zijn pijnlijke dingen die je behandelt tijdens imaginatie, en soms zijn de conclusies die daaruit getrokken kunnen worden erg verdrietig. Vandaag was enorm heftig, mede door de onderwerpen, maar vooral ook omdat ik steeds meer besef hoe het zit, en waarom ik maar niet van mijn angsten en depressies af kom. Des te meer besef ik mede door vandaag ook dat dingen die gebeurd zijn niet mijn schuld zijn, dat ik er wél mag zijn, dat ik heus wel dingen kan, dat de ‘sombere ik’ er ook mag zijn en liefde en aandacht nodig heeft in plaats van weggedrukt te worden om later te exploderen.. ik ging door een diep dal vandaag, maar kom er weer rijker uit.

Het zit er bijna op; mijn behandeling. Nog vier sessies, dan is de tijd die er voor staat -2 jaar- voorbij. Gek idee. Zoveel gegroeid maar ook nog zoveel om aan te werken. Ik moet vooruit blijven kijken. Ik heb de tools in mijn gereedschapskist, ik moet alleen nog durven klussen. Ik had het gevoel even stil te staan, maar nu ik dit blog type besef ik dat dat niet waar is. Ik werk hard. Misschien voel ik toch wel een beetje trots.

 

Geen #dinsdagtherapiedag: winning!

#dinsdagtherapiedag; al jaren een begrip in mijn leven. Eerst een paar jaar in Hilversum en nu al anderhalf jaar in Amsterdam is de dinsdag mijn vaste dag waarop ik therapie volg. Ik begon vijf jaar geleden met deeltijd vier dagen in de week en ben nu op het punt aangekomen dat het naar om de week een sessie gaat. Dat voor de komende drie maanden, daarna drie maanden één keer per maand en dan ben ik klaar. Nog maar tien sessies. Wow.

Deze dinsdag, vandaag, is de eerste keer dat ik geen therapie heb. Ik hoefde niet om 08.30u op de fiets te zitten. Raar gevoel, alsof ik spijbelde. Tegelijkertijd voelt het ook ontzettend goed. Ik ben aan het afbouwen, iets waardoor ik gedwongen wordt om te evalueren. Hoewel ik niet sta waar ik gehoopt had te staan, realiseer ik me ook dat dat komt door andere problematiek. Ik ben een twee jarig traject in gegaan met schematherapie, in een groep mensen met borderline. Het is ook specifiek gericht op borderline. Natuurlijk komen andere stoornissen die spelen wel aan de orde, maar niet genoeg, merk ik nu. Kan ook niet, borderline was en is de focus.

Mijn borderline heb ik best redelijk onder controle gekregen, denk ik. Dat is natuurlijk ontzettend fijn, daar heb ik keihard voor gewerkt en het is nog steeds elke dag knokken. Ik herken mezelf nog steeds in de diagnose, maar minder heftig. Hoe cliché het misschien ook klinkt; ik heb er mee leren omgaan. De vlag gaat nog niet uit, want omgaan met de drang naar automutilatie, mijn ontzettende verlatingsangst, laag zelfbeeld, eenzaamheid, psychotische periodes en stemmingswisselingen zijn nog steeds naar. Maar als ik kijk hoe ik nu ben in vergelijking met twee jaar geleden heb ik grote stappen gezet. En dan te bedenken dat ik in het begin sterk mijn twijfels had bij schematherapie.

Fijn dus, borderline beter onder controle. Maar er is meer. Angst en depressie beheersen mijn leven behoorlijk. Ik ben nogal paranoide, durf daardoor de straat nauwelijks op en dat maakt dat ik aan huis gekluisterd ben. Ik oefen wel, maar de angst en paranoide overtuigingen blijven. Dan zou je denken dat ik het thuis dan maar zo gezellig mogelijk maak, maar niets is minder waar. Het huishouden lukt niet zo goed als ik zou willen, ter ontspanning een serie kijken of een boek lezen lukt maar een enkele keer omdat ik te moe ben en mijn hoofd te druk is. Naar de supermarkt gaan om boodschappen te doen levert veel stress op. Ik moet al een paar dagen naar de glas- en papierbak, maar ik vind het eng. Gelukkig ben ik van nature al een beetje een huismus, maar dagelijks thuis zijn maakt wel dat de muren op je af komen en je wereld erg klein is. Mijn vrijwilligerswerk lukt momenteel ook niet, waardoor ik ook daarin mijn structuur en sociale contacten mis. Jammer. Gelukkig bestaat er eindeloos veel muziek, dat sleept me de dagen door. Soms klassiek, soms techno, soms Marco Borsato. Het helpt.

Ik ben ontzettend trots in wat ik heb bereikt de afgelopen therapiejaren, ik ben gegoeid. Maar o wat is het ook pijnlijk dat ik nog steeds niet ‘normaal’ kan leven. Werken, sociale activiteiten, leven zonder overal bang bij/van te zijn, emoties onder controle.. Het lijkt nu nog zo ver weg.

Wat ik nooit verloren ben, is mijn motivatie. Een enkele keer heb ik een dag of dagen dat het allemaal soepeler gaat. Dat ik rustiger ben. Niet gelukkig maar tevreden. Acceptatie. Door dat af en toe te voelen krijg ik vechterslust. Focus op het positieve. Dit is niet zwart/wit natuurlijk, want de dagelijkse huilbuien en de somberheid zit er nog. Diep. Maar je hebt wel een keuze hoe je daarmee om gaat. Ik probeer dus nu te bedenken hoe ik de angsten en de depressies die al 15 jaar spelen, onder controle kan krijgen. Het einde is nog lang niet in zicht, maar ik vecht door. En voor nu is het 1 – 0 voor mij tegen de borderline. Winning.

Doodmoe word je van depressief zijn. Letterlijk.

Een oma emoticon op whatsapp, hashtag #omabedtijd of #omatweet op Twitter; het zijn voor mij zelfspot manieren om met mijn vermoeidheid om te gaan. Als ik om 20:00u ga slapen, maakt zo’n hashtag dat iets luchtiger. Althans, voor mezelf. Want leuk vind ik het niet.

Vermoeidheid; wanneer het een blok aan mijn been werd weet ik niet precies, maar lang geleden in ieder geval. Het lege, 0,0 energie gevoel. Meerdere malen bij de huisarts geweest. Als puber was het pfeiffer, later werd het een symptoom van fibromyalgie, een keertje bloedarmoede en de laatste keer was alles ok. Psychisch dus, in andere woorden. Hoeveel ik ook uitrust, of juist iets onderneem, het gaat niet over.

Een paar quotes van internet*:

“Depressies leiden vaak tot aanhoudende vermoeidheid. Direct na het wakker worden is men al moe en lusteloos, en is er nauwelijks energie voor de dagelijkse bezigheden”.

“Vermoeidheid en futloosheid. Elke activiteit kost de grootste moeite”.

“Depressie: slaapproblemen (meer of minder slapen), geagiteerd en rusteloos zijn of juist geremd, vermoeidheid en verlies van energie”.

Vermoeidheid komt veel voor bij depressie en andere psychische klachten. Niets vreemds. Wel vervelend. Ik kan best verdrietig zijn om mijn vermoeidheid, omdat ik niet de dingen kan doen die ik wil, of eerder af moet kappen. Door de depressie voel je je al somber, dus hier verdrietig om zijn is niet helpend. Daarom ook dat ik er maar een dosis zelfspot tegenaan gooi, dat maakt het minder zwaar. Acceptatie komt in vlagen. Soms kan ik boos op mezelf worden als ik weer op bed lig te rusten. Maar het helpt niet, natuurlijk. Soms heb ik er ook vrede mee. Het is zoals het is.

Deze week heb ik er moeite mee. De dingen die moesten, gaan niet, zoals het huishouden en mijn vrijwilligerswerk. Eerder deze week heb ik mijn kaartje voor mijn favo DJ verkocht, omdat een avondje dansen niet goed gaat en ook het concert aanstaande maandag van Muse moet ik aan me voorbij laten gaan omdat ik de energie er niet voor heb en angstig wordt van het idee van al die mensen om me heen. Als ik op bed of op de bank lig heb ik nauwelijks de energie om een serie te kijken of een boek te lezen, ik volg het niet. Op zo’n moment voel ik me best klein en alleen. Het enige wat ik kan doen is muziek luisteren of slapen. Maar nogmaals, het is zoals het is. Op mijn grenzen letten is het weinige wat ik kan doen nu.

Bij vermoeidheid is het belangrijk om juist in beweging te blijven. Hoe verleidelijk het vaak niet is om de bus te nemen in plaats van de fiets, maar 9 van de 10 keer pak ik toch de fiets. Toch weer 10km: mooi meegenomen. Beweging geeft uiteindelijk meer energie. Ik hoop daarom gauw het hardlopen weer op te kunnen pakken.

Wat ik met deze blog wil zeggen, is dat depressie meer is dan somberheid. Het kan je letterlijk lam leggen. Ik stuit soms nog wel op onbegrip, en dat is zo jammer, maar begrijpelijk, er is ook niets te zien. Zelfs wekenlang slecht slapen geeft mij nog geen wallen (hoera). Ik mag in mijn handen knijpen hoe bepaalde vrienden en familie er mee omgaan en het accepteren als ik hierdoor Sjaak Afhaak ben. Dat vind ik bijzonder, en dat gun ik iedereen. Dat lukt alleen met meer openheid en duidelijkheid. Daarom deze blog.

Niets is voor eeuwig, dus ook dit zal wel weer in heftigheid afnemen, hopelijk. Voor nu is het rot, maar het wordt wel weer beter. Ik werk hard aan mijn angsten waardoor ik hopelijk binnenkort weer zelfstandig naar buiten kan en stukjes kan wandelen, dat doet een mens altijd goed. De zon, de vogeltjes, de wind in je gezicht.. ik kijk er naar uit. Voor nu is het zoals het is.

*  therapiehulp.nl, psychischegezondheid.nl, hersenstichting.nl

Niet praten maar doen: stoelentechniek

Dat therapie niet alleen praten is, heb ik wel eens eerder verteld volgens mij. Tijdens de schematherapie-sessies worden er ook oefeningen gedaan, zowel individueel als in de groep. Nou is dat best een beetje eng en ongemakkelijk. In de groep omdat iedereen kijkt of een rol vervult in jouw casus, en individueel omdat alle aandacht gericht staat op jou en je oefening. Toch is er wel wat voor te zeggen om die oefeningen te doen. Het zorgt ervoor dat je beter bij je gevoel komt dan wanneer je er alleen over zou praten. Belangrijker nog: zo kun je het gevoel (hopelijk) wat veranderen. Ik wil jullie graag meenemen naar een oefening die ik onlangs deed; de stoelentechniek.

De stoelentechniek deed ik in de groep. Vijf stoelen in een kring in het midden en de groep er omheen. Ik nam plaats in de cirkel van vijf stoelen. Iedere stoel was een modus. (een modus is een gemoedstoestand waar je in kunt ‘schieten’ – kenmerkend aan borderline is dat je continu van de ene in de andere modus schiet).

De modi van mijn vijf stoelen waren als volgt: de paranoide overcontroleerder, het kwetsbare kind, de straffende ouder, de goede ouder en de gezonde volwassene.

Het kwetsbare kind spreekt voor zich; je voelt je klein, alleen, bang, verdrietig, etc. De straffende ouder vind dat allemaal onzin en gaat daar tegenin. ‘Stel je niet zo aan’ zegt deze bijvoorbeeld. De paranoide overcontroleerder wil voortdurend de controle hebben en doet er alles aan om jezelf te beschermen tegen vermeende of daadwerkelijke dreiging. De gezonde volwassene relativeert de boel en de goede ouder geeft helpende, lieve boodschappen aan het kwetsbare kind.

Kern van de oefening: je neemt een situatie die je lastig vond. Ik koos voor een sitautie in de tram, waar ik ontzettend angstig was. Ik nam eerst plaats op de stoel van het kwetsbare kind. Hoe voelde ik me? Al gauw kwam de paranoide overcontroleerder er over heen, dus ging ik daar zitten. Die ging los. Ik begon er zelf ook harder en sneller door te praten, omdat ik weer voélde hoe die paranoide overcontroleerder voelt in zo’n moment. Daarna ging ik zitten op de stoel van de straffende ouder. Het sloeg immers nergens op toch, dat ik me zo angstig voelde? Ik werd flink afgezeken door die straffende ouder. Terug naar kwetsbaar kind; hoe voelde die zich nu in de situatie? Niet bepaald beter. De gezonde volwassene en goede ouder moeten ingezet worden, maar dat is moeilijk. De boel verstandelijk relativeren lukt nog wel, maar er gevoelsmatig ook bij komen niet. Goede ouder boodschappen die helpend zijn formuleren naar jezelf; al helemaal een onmogelijke opgave. En dáár zit het hem in. Hoe stel je jezelf gerust in een situatie waarin je niet op je gemak bent, hoe krijg je de boel weer op een rijtje en hoe kun je handelen vanuit de gezonde volwassene en niet vanuit een emotionele modus?

Door hardop te vertellen wat er in je omgaat terwijl je plaats neemt op de verschillende stoelen, maakt dat je je erg kwetsbaar opstelt. De therapeut stelt wat vragen maar verder is iedereen stil, behalve jij. De groep kwam van pas toen er goede ouder boodschappen moesten komen. Ik liep daar zelf op vast. Wat zeg je tegen je eigen angstige, kwetsbare kind die doodsbang in het OV zit waardoor de angst afneemt?

Wat ik in het begin van deze blog al zei; therapie is meer dan alleen praten. Door een oefening als deze herbeleef je het moment weer. Je krijgt in de gaten welke modi er spelen, en waar je dus op in moet haken. Het gaat veel dieper dan alleen “ik ben bang” en “ik voel me rot” – wat er intern gebeurt ontdek je met zo’n oefening.

Zo’n oefening zorgt voor meer bewustzijn. Tijdens het oefenen, maar ook zeker daarna. Ik stel mezelf sindsdien meer vragen en probeer te ontdekken welke modus het is die mij dwarszit. En hoe ik dat vervolgens kan ‘verhelpen’ door de goede ouder in te zetten.

Hoe denk jij over zo’n vorm van therapie?

Persoonlijke update

Precies drie maanden geleden sinds mijn laatste blog online kwam. Een blog over dat ik me niet zo goed voelde, alsof de depressie voor de deur stond. In die drie maanden ben ik me overal wat terug gaan trekken; Facebook, Twitter en in real life. Ik heb dat soms nodig om tot mezelf te komen. Rust is wat mij helpt, niet meteen, maar uiteindelijk is het goed voor me. Ik slaap dan veel, denk veel, doe wat in huis, volg m’n therapie en doe mijn best om m’n werk te doen. Verder vooral rust. Weinig afspraken met vrienden, gelukkig geeft iedereen me de ruimte en is het goed als ik weer in de lucht kom als het beter gaat.

Dat ik drie maanden geleden dacht dat de depressie wel weer eens om de hoek zou kunnen komen kijken had ik niet helemaal verkeerd ingeschat. Ik heb me weer even goed rot gevoeld. Mijn angsten werden weer sterker waardoor ik de deur bijna niet meer uit durfde. Reizen met het OV was ook lastig. Ik werd hierdoor erg beperkt in het kunnen gaan naar therapie en werk, waardoor mijn somberheid werd versterkt. Op een gegeven moment trok ik het nauwelijks meer en ben ik in overleg met mijn psychiater weer opnieuw begonnen met Prozac. Ik ben hier een jaar geleden mee gestopt omdat het naar mijn gevoel niet zo hielp, maar ik geef het nu nog een kans, vooral omdat het de vorige keer wel goed aansloeg op mijn angsten.

De keuze om weer met Prozac te beginnen is een goede geweest; sinds een week of twee voel ik me wat beter. Ik ben beter in mijn hum, ben weer meer aanwezig, onderneem weer voorzichtig aan wat meer. Angstig ben ik nog wel, ga niet op mijn gemak alleen over straat, ook overdag niet. Dat is wat lastig, maar ik probeer er doorheen te gaan en me zo min mogelijk daardoor te laten tegenhouden. Daarnaast doe ik mijn best om in therapie en zelfstandig daarbuiten de oorzaak aan te pakken. Eens moet het (dan) toch minder worden hoop ik.

Is de depressie nu dan over? Helemaal; nee. Dat is het nooit, puur omdat die somberheid altijd aanwezig is. Toch trek ik het labeltje voor nu van me af, omdat ik me wel goed genoeg voel. Aan de altijd aanwezige somberheid wen je, hoe triest dat ook is. Het is voor mij gevoelsmatig pas depressie als er een dubbele laag overheen valt. Het wordt ook wel een dubbele depressie genoemd: een depressie op een chronische depressie. Het is de hevigheid die ik dan slecht trek. Nu trekt het weer naar het oude en daar is mee te leven. Ik doe thuis alweer dansjes op techno, dat is een goed teken. Over drie weken ga ik weer eens uit om te dansen. De laatste keer dat ik dat deed ging het niet goed maar nu heb ik er vertrouwen in dat ik die avond kan genieten.

Hoewel ik voorzichtig aan meer dingen aan het plannen ben en meer de deur uit wil, let ik ook heel erg op mijn grenzen en doe ik het rustig aan. Ik ben nog steeds de ‘oma’ en dat vind ik prima. Je leert jezelf steeds beter kennen, wetende wat je wel en niet (aan) kunt. Accepteren dat je niet alles kunt wat je zou willen is nog steeds moeilijk, maar het gaat steeds beter. Het is nu vooral goed mijn best blijven doen in therapie en goed voor mezelf zorgen. Opbokken met de depressie. Tot gauw!

Opgenomen zijn op de ouderen-afdeling; een terugblik.

Als je op Facebook zit dan is het je vast wel eens opgevallen dat je herinneringen te zien krijgt van wat je op deze dag deed maar dan één, twee, drie of meer jaren geleden. Ik vind het altijd wel leuk om terug te zien en om die herinneringen, goed en slecht, even op te halen.

Vandaag de volgende herinnering: “weer even een stap terug en opgenomen in de kliniek”. Twee jaar geleden was dat mijn verdrietige post. En wat was ik verdrietig toen; het was de vijfde keer dat ik opgenomen werd, BOR-bedden niet meegerekend. (BOR = bed op recept, dan kun je 1 of 2 nachtjes blijven als time-out). Ik had nog zo gezegd dat ik nooit meer terug zou gaan naar die kliniek, en toch zat ik er nu weer. Wat een domper. Omdat de twee volwassenen-afdelingen vol zaten en het toch wel crisis was, was het de keuze of naar een andere stad of in de huidige kliniek maar dan op de ouderen-afdeling. Omdat ik niet naar een andere stad wilde koos ik voor de ouderen-afdeling. Leek me wel lekker rustig.

Opgenomen zijn op de ouderen-afdeling betekende dat ik als toen 25 jarige tussen mensen van tussen de 55 en 94 jaar zat. De oudste daar was een ontzettend lief vrouwtje van 94. Wat had ik met haar te doen, ze snapte helemaal niet waarom ze daar zat en wilde continu de dokter spreken. Ziektebesef was er nauwelijks, bij meer van de ouderen. Ze strompelden naar de therapieblokken, die anders waren dan op de volwassenen-afdelingen. Therapie bestond op de ouderen-afdeling voornamelijk uit bezigheidstherapie en er werd veel over vroeger gepraat. Ik voelde totaal geen aansluiting en heb me regelmatig afgevraagd wat ik daar in vredesnaam deed.

Toch kwam ik ook tot rust op die afdeling. Op de volwassenen-afdeling zitten ook mensen die psychotisch zijn of die druk aanwezig zijn. Daar zijn veel prikkels. Op de ouderen-afdeling zaten de ouderen tussen de therapieblokken door als zombies in de woonkamer. Een nogal treurig gezicht. Ik mocht niet veel op mijn kamer zitten omdat ik daar dan ‘weg zou kwijnen’, dus ik zat er vaak bij in de woonkamer. Echte gesprekken had ik niet met ze, een paar negeerden me omdat ze het maar raar vonden dat ik er was, anderen waren juist wel geinteresseerd en vonden het maar sneu dat zo’n jonge meid zo depressief was. (ik vond het andersom juist sneu, op zo’n leeftijd nog in een kliniek zitten). De eerste twee dagen zagen ze me steeds aan voor verpleging, het was wennen van beide kanten dat ik als jonkie daar zat.

Ik heb ook hartelijk gelachen daar; want -sorry- maar wat kunnen ouderen zeuren. Heel de dag over ditjes en datjes zeuren, niets was goed en alles moest gebracht worden zonder zelf ook maar een keer op te staan (op twee na mankeerde er weinig aan de benen). Ik was er dagelijks koffie-juffrouw zonder ooit zelf een kop koffie terug te krijgen. Niet erg natuurlijk, ik ben immers jong, maar in een depressie kost het toch allemaal wat meer moeite.

De ouderen waren fan van Dokter Tinus op tv. Zelfs nu, twee jaar later, waan ik me weer op de bank daar op die afdeling als ik een promofilmpje zie van Dokter Tinus. Daar voor moest er naar Goede Tijden Slechte Tijden gekeken worden, met het volume voluit. Gelukkig voor mij was er sinds een paar weken wifi in de kliniek dus doodde ik mijn tijd met internet terwijl ik er toch braaf bij zat daar in die woonkamer.

Op de volwassenen-afdeling is het gebruikelijk dat je je avondmedicatie vanaf 22 uur kunt ophalen bij de verpleging. Op de ouderen-afdeling was dit gelukkig niet het geval en kon ik ook een uur of zelfs twee uur eerder mijn medicatie al krijgen. Ik haalde het meestal al vroeg en ging dan vroeg naar bed.

Na anderhalve week kwam er een plaatsje vrij op de volwassenen-afdeling en kon ik overgeplaatst worden. Toch zei ik nee, en bleef ik op de ouderen-afdeling. Inmiddels had ik het geaccepteerd dat ik daar zat en vond ik de ouderen beter te verdragen om me heen dan de drukke mensen op de twee volwassenen-afdelingen, waar ik ook een paar mensen kende. Ik had helemaal geen zin in die bekenden, dus ik bleef lekker zitten waar ik zat. Het kalme ritme deed me goed. Het loste de depressie niet op, maar even uit mijn eigen omgeving zijn en minder verantwoordelijkheden hebben was even fijn. Ik zag het als een time-out, om weer even de scherpste randjes van mijn depressie te halen zodat ik het daarna thuis zelf weer op kon pakken.

Toen ik uiteindelijk met ontslag ging zei ik stelliger dan ooit ‘dit nooit weer’. Ook al was dit mijn rustigste opname uit het rijtje van vijf, het is toch verre van een fijne ervaring om daar te zitten. Je maakt er het beste van, maar als ik het voor het zeggen had dan zou ik daar nooit meer terug komen.

Vandaag zag ik dus die herinnerings-post op Facebook, en realiseerde me: deze opname twee jaar geleden is mijn laatste geweest. Nooit meer heb ik een stap daar over de drempel gezet. Ik heb nog wel in situaties gezeten waarin ik opgenomen had kunnen worden, maar ondanks dat ben ik al twee jaar thuis. Hoe dankbaar ik daar voor ben is bijna niet in woorden uit te drukken.

Look who’s back!

Lange tijd was het hier stil. Heel stil. Tientallen excuses zijn er te bedenken waarom dat zo is, maar het komt neer op dat ik het met periodes moeilijk vind om een blog te typen over mijn problematiek. Soms ben je namelijk wel even uitgepraat. Of omdat ik mezelf heb genesteld onder mijn steen, of omdat ik in therapie al zoveel praat of zo hard aan het werk ben dat een blog er even niet bij kan.

Definitief stoppen was nooit mijn plan. Het gaat alleen met ups en downs: het lijkt potdikkie borderline wel 😉 – Langzaamaan begin ik qua bloggen weer een up te voelen. Ergens mis ik het. Ik vind het leuk om dingen te vertellen en uit te leggen, niet alleen voor jou als lezer, maar ook voor mezelf omdat ik me zo in een positie zet die me dwingt om ook positiviteit te zien, aangezien ik altijd een positieve draai probeer te geven aan het onderwerp waar ik over vertel. Hoe negatief het onderwerp misschien ook is. Heb ik dan een bord voor m’n kop? Nee, ik denk het niet. Ik wil alleen voorkomen dat ik in de slachtoffer rol ga zitten en daardoor in een neerwaartse spiraal mezelf naar beneden haal. Daar heeft niemand iets aan, ook jij als lezer niet want jij wordt ook beïnvloed door wat je leest.

Goed. Ik ben dus weer een soort van terug. Ik ben sinds mijn laatste blog weer een stuk gegroeid! Ik heb onlangs mijn eerste jaar schematherapie voltooid en ben nu bezig met het tweede en laatste jaar. Ik voel nog overduidelijk mijn borderline maar ik leer steeds meer om er mee om te gaan en me niet meer zo te laten meeslepen door mijn emoties. Lukt niet altijd hoor, ik zit nu bijvoorbeeld weer in een periode dat ik veel huil, enorm overprikkeld ben, snel chagrijnig, verdrietig, angstig, geïrriteerd, boos, en de depressieve gevoelens kloppen ook weer aan. Voor alsnog kan ik het echter handelen en dat is een groot geschenk. Of geschenk.. ik werk er hard voor en het is fijn om te merken dat dat niet voor niets is.

Hoe zweverig bovenstaande alinea misschien ook overkomt, ik denk dat er wel dingen zijn die ik hier weer kan gaan delen. Borderline betekent voor mij dagelijkse strijd. Nog steeds. Ook mijn andere diagnoses gooien vaak roet in het eten, maar ik heb in het begin al bewust de keuze gemaakt om op mijn blog de nadruk te laten liggen op borderline en depressie, om het op deze manier overzichtelijk te houden. Dus.. komende tijd weer borderline- en depressie gerelateerde blogs! Zijn er nog onderwerpen waar jij als lezer meer over wil weten? Dat mag je altijd aan me laten weten, dan kan ik daar op in gaan.

Tot gauw!

 

Dat hoofd van mij.

Borderline is voor mij me voelen alsof de hele wereld tegen me is, ook al heb ik berichtjes in mijn inbox die mij vertellen dat ik niet alleen ben. Borderline is me onbegrepen voelen, ook al begrijp ik mezelf vaak nog niet eens. Borderline is ook om iets heel kleins al ontzettend boos of verdrietig kunnen worden en dat dan afreageer op mijn omgeving. Borderline is eenzaam zijn, ook al ben ik onder de mensen. Borderline is lachen, terwijl ik van binnen heel hard huil. Borderline is mensen afstoten die dichtbij proberen te komen, omdat ik dat eng vind en dan maar liever alleen ben. Borderline is dingen doen en er later pas over nadenken. Borderline is dingen zeggen die je eigenlijk beter voor je kunt houden. Borderline is jezelf pijn doen terwijl je eigenlijk zou moeten praten. Borderline is het ene moment nog staan springen van blijdschap en het volgende moment huilen van verdriet.
*
Borderline is moeilijk. Althans, ik vind het moeilijk. Er zijn periodes dat ik er redelijk mee kan leven, maar ook periodes dat ik mezelf op een dag wel vijftig keer tegen kom en van de ene stemming naar de andere schiet zonder aanleiding of een aanleiding die het vernoemen niet waard is, zo klein. Godzijdank slaat mijn anti-depressiva eindelijk aan na op de hoogst mogelijke dosis gezet te zijn, en verdwijnt de depressie wat meer naar de achtergrond. Maar oh oh wat komt de borderline dan weer naar boven. Het is en blijft vechten.
*
Toch ga ik vooruit. Mensen merken het op. Ik ben assertiever, ondernemender en spontaner. Ik sta veel positiever in het leven, op de rotdagen na. Dus het gaat wel degelijk beter. Maar waarom voel ik dat dan vaak niet? Het schijnt zo te zijn dat je omgeving het eerder ziet dat het beter gaat dan jij zelf. Ik hoop dat ik het ook gauw ga inzien. Want ik vind het niet leuk meer, dat hoofd van mij.