Depressie

Je kent het vast wel: je voelt je even niet zo happy, alles lijkt tegen te zitten en je hebt weinig zin in de dingen om je heen. Je hebt een keer een rotdag, slaapt slecht of bent humeurig. Dit is volkomen normaal en is niets om je zorgen over te maken. Vaak is het na een dag of maximaal een paar dagen weer over. Wanneer deze sombere stemming echter langer dan twee weken aanhoudt, is er mogelijk sprake van een depressie. Een depressie is een stemmingsstoornis die gekenmerkt wordt door het verlies van levenslust, zware neerslachtigheid en een negatieve, sombere stemming.

De periode waarin zich depressieve symptomen voordoen, wordt een depressieve episode genoemd. Wanneer deze episoden vaker terugkomen, spreken we van een recidiverende depressieve stoornis. Mijn recidiverende depressieve stoornis duurt inmiddels al veertien jaar. Gemiddeld voel ik me per jaar een paar maanden depressief en heb ik de overige maanden last van ‘restverschijnselen’. Dit zul je dan ook terugvinden in mijn blogs: mijn stemming is onstabiel.

Een depressie is te herkennen aan ten minste vier van deze symptomen:

  • Gedeprimeerde stemming gedurende het grootste deel van de dag.
  • Duidelijke daling van belangstelling in activiteiten die leuk zouden moeten zijn.
  • Veranderende eetlust en duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies.
  • Verstoord slaappatroon, slapeloosheid of meer slapen dan normaal.
  • Veranderingen in activiteitenniveaus, rusteloosheid of zich beduidend langzamer bewegen dan normaal.
  • Vrijwel alle dagen vermoeidheid of energieverlies.
  • Gevoel van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid, en/of vrees.
  • Verminderde capaciteit om zich te concentreren of besluiten te nemen.
  • Suïcidale gedachten.

We spreken bij vier á vijf symptomen van een lichte depressie, bij zes á zeven symptomen van een matige depressie en bij acht á negen symptomen van een ernstige depressie. Bij mij persoonlijk wisselen deze drie stadia zich af, de ene week gaat het beter of slechter dan de andere week, maar in mijn psychiatrisch rapport staat ‘depressieve stoornis, recidiverend, matig van ernst’.

Allemaal leuk en aardig, maar wat is nou de oorzaak van een depressie?

Bij het ontstaan van een depressie speelt kwetsbaarheid een grote rol. Dit kan erfelijke kwetsbaarheid zijn, maar ook kwetsbaarheid die in de loop van de jaren is aangeleerd door interactie met mensen in je omgeving. Daarbij kunnen negatieve ingrijpende gebeurtenissen een vergroot risico vormen bij het ontstaan van een depressie.

Bij het ontwikkelen van een depressie spelen verschillende factoren een rol: genetische factoren, sociale- en omgevingsfactoren en chemische factoren. Depressie is deels genetisch bepaald. Kinderen van ouders met een depressie hebben drie keer zoveel kans om zelf een depressie te ontwikkelen. Verlies van een dierbare, problemen op het werk, relatieproblemen of andere traumatische ervaringen zijn voorbeelden van sociale- en omgevingsfactoren die aanleiding kunnen zijn voor een depressie. Depressie kan versterkt worden bij iemand die geen goed sociaal netwerk heeft en hierdoor in een sociaal isolement terecht komt. Daarnaast is het bekend dat neurotransmitters als serotonine en noradrenaline minder voorkomen in de hersenen bij iemand die depressief is: de zogenaamde chemische factoren.

Hoewel het goed is om ondanks de depressie actief te blijven en de ‘leuke’ dingen te blijven doen, kan dit als een zware belasting voelen. De neiging tot terugtrekken en in bed blijven liggen is groot. Goedbedoelde adviezen als “ga even iets leuks doen, dan gaat het wel weer over!” kun je beter voor je houden, dit geeft iemand met een depressie alleen maar extra druk en een gevoel niet serieus genomen te worden. Wat wel goed is om te doen, is iemand met een depressie een beetje te sturen toch uit bed te komen, en iets te ondernemen. Maar maak er geen verplichting van en bagatelliseer niet. Wat mij helpt is elke dag boodschappen doen. Als ik maar voor één avond eten haal, moét ik de volgende dag de deur weer uit om nieuw eten te kopen. Zo kom ik toch iedere dag even buiten de deur en is het gemakkelijker daarna uit bed te blijven, dan wanneer ik geen doel heb op een dag.

Wanneer je last hebt van een depressie, kan het helpen om medicatie te slikken. Het meest voorkomende medicijn is anti-depressiva. Bij meer dan de helft van mensen met een depressie leiden anti-depressiva tot het verminderen of zelfs verdwijnen van depressieve klachten. Dit effect is voelbaar na twee tot vier weken na het begin van het gebruik. Vaak gebeurt het dat de omgeving eerder door heeft dat de anti-depressiva aanslaat, dan degene met een depressie zelf.

Naast een anti-depressivum kan het ook helpen om kalmerings- of slaapmiddelen te gebruiken, zeker in de beginfase. Deze middelen helpen onder andere tegen slapeloosheid, angstgevoelens, spanning en onrust. Je hebt ongetwijfeld wel eens gehoord van de ‘pammetjes’. Oxazepam, lorazepam en temazepam zijn hier voorbeelden van. Langdurig gebruik van deze middelen wordt afgeraden, omdat ze verslavend werken.

Heb je nog vragen, of is iets nog niet helemaal duidelijk? Vraag gerust!  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s